Covid-crisis scherpt onzekere financiële situatie Belgische ziekenhuizen aan

Belfius maakt zijn jaarlijkse financiële analyse (MAHA) bekend van de Belgische algemene ziekenhuizen. De universitaire ziekenhuizen zijn hier niet in vervat. De cijfers voor het boekjaar 2020 zijn ongewoon en in geen enkel opzicht te vergelijken met de analyses van de voorgaande jaren. Voor het eerst krijgen we cijfers uit een jaar waarvan 10 van de 12 maanden gedomineerd werden door Covid. De crisis toonde aan dat de ziekenhuisfinanciering zwaar onder druk staat, nog meer dan vroeger het geval was. Hervormingen dringen zich op. Zorgwekkend zijn bovendien het laag investeringsniveau in infrastructuur en de huidige indexeringsmechanismen.

Geen finale financiële conclusies

Bij het uitbreken van de crisis in maart 2020 bleek al snel dat het huidige systeem van ziekenhuisfinanciering niet opgewassen is tegen een pandemie. De ziekenhuizen kwamen meteen in financiële ademnood door het abrupt stilleggen van de reguliere activiteit. De overheid kwam over de brug met 2 miljard euro voorschotten. Die waren absoluut noodzakelijk om het hoofd financieel boven water te houden tijdens de crisis. De voorschotten zijn geen verworven extra middelen, maar dienen als voorschot voor compensaties in 2020 én 2021.

In totaal was er in 2020 in de Belgische algemene ziekenhuizen een daling van 18,2% van de totale opnames (klassieke opname en daghospitalisatie). Achter dat cijfer gaan grote verschillen schuil, zowel tussen de regio’s als tussen de ziekenhuizen onderling. De gemiddelde verblijfsduur steeg wel in 2020 (wellicht te wijten aan de vele langdurige Covid-opnames). Zonder de Covid-compensaties zou de totale omzet in de ziekenhuizen gemiddeld met 3,5% gedaald zijn en zou het gewoon bedrijfsresultaat 737 miljoen euro in het rood gaan; ook hier zijn er grote onderlinge verschillen. Dankzij de Covid-compensaties valt het gewoon bedrijfsresultaat van de Belgische ziekenhuizen  in 2020 positief uit, hoewel het slechts om een magere marge gaat van 0,72% van de omzet, inclusief compensaties.

De crisis en het systeem van de toegekende voorschotten voor 2020 en 2021 maken het op dit ogenblik onmogelijk om voor het boekjaar 2020 verregaande conclusies te trekken. Het tweede deel van het boekjaar 2020 is immers gebaseerd op een inschatting van die compensaties voor het tweede semester. Op het moment van de afsluiting van boekjaar 2020 waren alleen de compensaties voor de eerste helft van 2020 met zekerheid gekend. Met andere woorden: pas in 2023 zullen de ziekenhuizen weten waarop ze definitief recht hebben; pas dan volgt de definitieve afrekening vanuit de overheid.

Momenteel is beslist om aan de ziekenhuizen de Covid-compensaties toe te kennen tot eind september 2021. Gezien de hevigheid van de vierde golf en de hiermee gepaard gaande afschaling van de reguliere zorg vraagt Zorgnet-Icuro de voortzetting van de compensaties, minstens tot en met de eerste maanden van 2022 en – bij uitbreiding – zolang de ziekenhuizen financiële gevolgen ondervinden van de crisis.

Problematische indexmechanismen en zwak investeringsklimaat

Door de voorthollende inflatie tekenen zich bovendien nieuwe problemen af aan de horizon. Er komt namelijk een steeds grotere kloof tussen de ingebouwde indexmechanismen in het financieringssysteem en de werkelijke kosten. Wanneer de lonen bv. met 2% stijgen, dan volgt de financiering in het Budget Financiële Middelen weliswaar met 2%; tegelijkertijd kunnen andere kostenposten sneller stijgen (bv. de energieprijzen), waar geen even snelle stijging tegenover staat.

De zogenaamde “bouwindex” (kost van bouwmaterialen en de lonen in de bouwsector) bijvoorbeeld, steeg tussen 2016 en vandaag met bijna 25%. De financiering nam voor dezelfde periode binnen het strategisch forfait slechts toe met 1,4%. Dat heeft zeer nefaste gevolgen voor de ziekenhuisinfrastructuur op langere termijn.

De MAHA toont trouwens een verdere afbouw van het investeringsbeleid in de algemene ziekenhuizen. In Vlaanderen zien we dat de continuïteitsratio sinds 2015 continu daalt; in 2020 dook die voor het eerst onder de grens van 1. Dat geeft aan dat de aanschaffingswaarde van de nieuwe investeringen lager is dan de geboekte afschrijvingen. Er is dus sprake van desinvestering, een tendens die stilaan structureel wordt. Deze cijfers staan haaks op de behoeften aan investeringen die op verschillende vlakken tot uiting komen: het gaat daarbij zowel om (nieuw)bouwdossiers, het onderhouden van het ziekenhuispatrimonium en investeringen in digitalisering, cybersecurity en innovatie. Er is dringend nood aan een ambitieus structureel investeringsplan vanuit de overheden.  Dat moet de ziekenhuizen voor de volgende jaren de nodige duidelijkheid geven. Blijven stilstaan is achteruitgaan.

Hervorming van het systeem

Met het Zorgpersoneelfonds investeerde de overheid in extra handen aan het bed, dus in kwaliteit van zorg; via IFIC werd de verloning substantieel opgetrokken. Beide ingrepen bieden echter nog altijd geen oplossing voor de structurele onderfinanciering van de ziekenhuizen waardoor zij bij de artsen moeten gaan aankloppen om geen verlies te draaien. Er is nood aan een grondige evaluatie van het (macro)budget van de ziekenhuizen, op basis van de kosten die gepaard gaan met de wettelijke verplichtingen en opdrachten die ze invullen. De hervorming van de financieringsmechanismen, zodat de beschikbare middelen op een correcte manier verdeeld worden, is broodnodig.

Margot Cloet: “Het is duidelijk dat de ziekenhuizen enorm onder druk blijven staan, zowel wat betreft de organisatie van de zorg als hun financiële situatie. Er is veel onzekerheid hoe de ziekenhuizen uiteindelijk de Covid-stresstest op langere termijn zullen doorstaan. Willen we onze zorg de komende jaren overeind houden in deze disruptieve tijden, dan is er nood aan én hervorming én voldoende financiële zekerheid.”

LEES OOK ZORG Magazine:

Lees ook

Wil je op de hoogte blijven van het laatste zorgnieuws?

Wens je up-to-date te blijven van het laatste zorgnieuws?
Schrijf je dan hier in en ontvang 2-wekelijks onze nieuwbrief.