Typ om te zoeken

Finance In the spotlight Thuiszorg Woonzorgcentra Ziekenhuizen

De financiële impact van het coronavirus: “Zoveel meer dan cijfers”

Delen

Extra maatregelen en materiaal, meer hoofden en handen, een rits aan rode cijfers… De financiële impact van de coronacrisis liet zich onmiddellijk voelen. Ja, de steunmaatregelen volgden snel. En ja, ze waren en zijn aanzienlijk. Maar, dat is de korte termijn. De hamvraag blijft hoe we als zorgsector de coronacrisis op de lange termijn overleven. 

Als fase één van de coronaviruscrisis al een ingewikkeld vraagstuk was, zijn de volgende maanden dat helemaal. In eerste instantie draaide alles om snel ageren: hoe passen we ons snel aan de nieuwe omstandigheden aanWelke middelen zijn daarvoor nodig? Wie pikt de rekening op? De vraag hoe zorgorganisaties niet alleen kwalitatieve zorg, maar ook hun financiële continuïteit op de lange termijn waarborgen, is daarmee natuurlijk niet opgelost.  

Instant reorganisatie 

Wouter Beke, Vlaams Minister van Welzijn, Gezin, Volksgezondheid en Armoedebestrijding

Een belangrijk eerste objectief was om toestanden zoals in Noord-Italië te vermijden, waar de sector overspoeld werd door patiënten en een alarmerend hoog aantal verpleegkundigen en artsen ziek werden en sommigen zelfs kwamen te overlijden”, opent Marc NoppenDe focus lag voor ziekenhuizen op het onmiddellijk opschalen van de capaciteit van kritische bedden en een volledige scheiding van Covid(verdachte)patiënten en niet-Covid-patiëntenIn de praktijk betekende dit: een totale reorganisatie op enkele weken tijd, waarbij noodzakelijke niet-Covid zorg en dringende zorgen gewoon moesten kunnen doorgaan. 

Zowat elke organisatie in de sector werd geconfronteerd met nooit geziene situaties. Wouter Beke: “Kinderen mochten niet meer naar de opvang, dagbestedingen en groepsactiviteiten konden niet doorgaan, woonzorgcentra kregen te maken met leegstandvrienden en familie konden niet meer op bezoek … En dat in voorzieningen en instellingen die zich alle met hart en ziel inzetten voor het welzijn van mensen. De impact was groot. 

We spreken Naiké Costa, van het Sint-Jozef in Assenede, een groot ‘open huis’ dat op sociaal vlak erg ingebed is in Assenede. “We werken hier niet alleen met medewerkers, maar ook met een 70-tal vrijwilligers. We hebben veel bezoekers, een drukke cafetaria, groepsactiviteiten, een aanpalende kleuter- en lagere school, waarvan de kinderen ’s middags in de cafetaria komen eten. Op woensdagnamiddagen zijn er optredens, een pannenkoek- of wafelenbak… Al die extra’s vielen van de ene op de andere dag weg. Van een heel levendig huis veranderden we in een heel stil huis. En waar we vroeger afdelingsoverschrijdend werkten, bewegen we ons nu veel meer in bubbels.” 

Hogere kosten, minder inkomsten 

Vanuit de overheden volgden de steunmaatregelen gelukkig snel. Wouter Beke: “Voor onze sectoren – kinderopvang, woonzorgcentra, zorg voor personen met een handicap – was de situatie acuut, aangezien de bijdragen van de overheid berekend zijn op basis van aanwezigheidsgegevens en het aantal gebruikers. Onze eerste bezorgdheid was ervoor zorgen dat de betrokkenen toch gecompenseerd werden. Ik denk dat de sector op dat vlak zeker is gehoord. 

Naiké Costa, directrice wzc Sint-Jozef Assenede – vzw Zorg-Saam ZKJ

“We kregen inderdaad met leegstand te maken”, aldus Naiké Costa, “Maar er was ook een aanzienlijke meerkost, om afdelingen uit te splitsen, extra personeel in te zetten, voor al het – te dure en lastig verkrijgbare – beschermingsmateriaal… Normaal koken we niet alleen voor bewoners, maar ook voor de schoolkinderen, sociale restaurants en thuiswonende zorgbehoevenden. Niet dat dat onze grootste bron van inkomsten is, maar je merkt wel dat het wegvalt. Verder moest ons dagverzorgingscentrum een paar maanden sluiten. Dat betekent geen daggasten, maar wel een vaste personeelsequipe, die we gelukkig onmiddellijk konden inschakelen op de zorgafdelingen in het woonzorgcentrum. Het is lastig om op dit alles een totaalcijfer te plakken, omdat er snel compensatieregelingen kwamen vanuit de overheid. Maar toch was dit iets wat me sterk bezighield. Naast de dagdagelijks operationele zaken, moet je ook zorgen dat het financiële luik klopt.” 

Marc Noppen: “Alles wat niet-Covid betreft, werd hier plots gereduceerd tot een fractie van de gebruikelijke activiteit. Noodzakelijke en dringende zorgen gingen door, maar alles wat zonder medische schade twaalf weken kon wachten, stelden we uit. Daarnaast was er sprake van een verdubbeling van de intensieve capaciteit, wat uiteraard ook de nodige kosten met zich meebracht. Om maar te zwijgen over alle extra materialen, toestellen en dergelijke, die we moesten aankopen en hier krijgen, op een moment dat de grenzen dicht waren en de prijzen schrikbarend. 

De knip op de cashflow 

Een eerste interne berekening wijst op een meerkost van circa 7 miljoen euro, met inbegrip van de meeruren van het personeel”, vervolgt Marc Noppen. “Daarnaast is er de minderopbrengst, die neerkomt op circa € 18 miljoen euro, maar naar verwachting verder zal dalen tot € -35 à -40 miljoen, op basis van een geplande ziekenhuisactiviteit van 75 à 80%. Dit is uiteraard voorwaardelijk en zonder rekening te houden met de financiering die de overheid al heeft gedaan of zal doen, en het feit dat de mindere inkomsten ook geld is dat het Riziv nog niet heeft moeten uitgeven. 

Cashflowproblemen zijn er gelukkig niet of nauwelijks geweest, maar de coronacrisis dwingt zorgorganisaties meer dan ooit om alle financiële zeilen bij te zetten. Naiké Costa: “Medio januari was de begroting geconsolideerd. Op zo’n moment weet je vrij snel dat als je zoveel meer personeel inzet of je bezetting met zoveel terugvalt, je financieel moet puzzelen. Voor corona hadden we al nieuwe bedden en nieuwe tablets besteld. Beide zijn gewoon doorgegaan. Andere aankopen hebben we noodgedwongen uitgesteld, de nice to haves. Omdat we nog meer willen inzetten in een huiselijke sfeer wilden we de leefruimtes extra opsmukken. Zoals de muur (in kurk of whiteboard) die afdelingen graag wilden installeren, om kaartjes en foto’s op te hangen.” 

Andere zaken zaten dan weer niet in het budget: zuilen met ontsmettingsalcohol, beschermingsmaterialen (waar wel een compensatie van de Vlaamse overheid tegenover stond), de eerdergenoemde infrastructurele aanpassingen, extra mensen… “Ik kan me voorstellen dat dit niet voor iedereen even makkelijk te regelen is. Zeker niet voor de kleinere organisaties”, benadrukt Naiké Costa. “Ik werk in vzw Zorg-Saam ZKJ, een groep met 15 woonzorgcentra. Dat maakt dat we voor onder andere het financiële kunnen rekenen op de kracht van de groep. Maar ook op het crisisteam dat voor de 15 woonzorgcentra de markt afschuimde naar beschermingsmaterialen en de vele wijzigende richtlijnen op de voet volgde. Dit zijn zaken die het voor ons beter werkbaar maakten en dat is de sterkte van een groep.” 

Extra hoofden en handen 

Prof. dr. Marc Noppen, CEO UZ Brussel

Bedden, materiaal en zelfs geld zijn relatief snel te regelen. Maar mensen? Die tover je niet uit een hoge hoed. Marc Noppen: “Toch moesten we de inzetcapaciteit op intensieve op een maand tijd zien te verdubbelen. We hebben dus een soort crashcursus geïntroduceerd, in combinatie met een buddysysteem, waarbij we ervaren ICU-verpleegkundigen en artsen koppelden aan mensen die normaal werken op de postoperatieve ontwaakeenheid, cardiologie of andere specialisaties, die ooit stage bij ICU hebben gelopen. Er waren collega’s die uit hun pensioen zijn teruggekeerd, anderen die hun pensioen hebben uitgesteld. Alle stress die daarmee gepaard ging, hebben we zo goed mogelijk proberen omkaderen.”   

Ziekteverzuim lijkt twee kanten te zijn opgegaan. Waar ziekenhuizen weinig issues ervaarden, was dit in woonzorgcentra wel degelijk een obstakel. Naiké Costa: “Achteraf gezien heeft dit zich voor Sint-Jozef op een heel bijzondere manier opgelost. Als uit het niets werden we door heel fijne mensen gecontacteerd: verpleegkundigen in het onderwijs, zelfstandige thuisverpleegkundigen, vroegere stagiaires, vrijwilligers voor de keuken, de arbeidsgeneeskundige dienst van Liantis,… Op die manier hebben we veel kunnen opvangen. Uurroosters en vakanties hielden we maximaal aan, maar de halve dagen hebben we bijvoorbeeld, waar mogelijk, tijdelijk verlengd naar 6-7 uur.” De echte bottleneck situeert zich eerder in de toekomst. Marc Noppen: “Ondertussen zitten we met een enorme backlog aan uitgestelde zorg, blijven er nieuwe pathologieën ontstaan en moeten we waakzaam blijven voor Covid-19. We mogen niet van onze mensen verwachten dat ze in dat rode toerental blijven doorwerken.” 

De roep om meer handen aan het bed klinkt natuurlijk al veel langer. Wouter Beke: “De grootste uitdaging is mensen vinden. Je kan wel de middelen vrijmaken om 2, 3 of 4000 mensen extra in dienst te nemen, maar op dit moment zijn er gewoon onvoldoende profielen. De vraag is hoe we meer mensen warm maken voor de zorg. Jongeren die nog een studiekeuze moeten maken, maar ook zij-instromersDaarnaast moeten we kijken naar het uitstromingsbeleid, alsook manieren om tekorten anders op te lossen. Niet alle taken in een woonzorgcentrum hoeven bijvoorbeeld te gebeuren door verpleeg- of zorgkundigen, denk aan het opmaken van bedden, helpen met eten, etc. 

Voorzichtige heropstart 

De heropstart verloopt ondertussen vrij goed. Naiké Costa: “We hadden veel lege kamers, maar die waren zodra de opnamestop niet meer geldig was in een paar weken tijd gevuld. Mijn vrees dat mensen het vertrouwen in woonzorgcentra kwijt waren, bleek ongegrond. Het is jammer hoe er in de media zoveel meer werd geschreven over al wat slecht ging. Er ging namelijk ook heel veel goed. Uiteraard was het wel alle hens aan dek om alles rond te krijgen. Waar we normaal te maken krijgen met 1 à 2 nieuwe bewoners per maand, waren dat er ineens 5 à 6 per week. Dat betekende: zoveel nieuwe dossiers opmaken, nieuwe bewoners leren kennen, kamers inrichten met de mensen hun meubels (normaal doet de familie dat). En dit allemaal met de nodige alertheid omtrent veiligheid.” 

We zijn heel voorzichtig opgestart, vertelt Marc Noppen. “Omdat we de veiligheidsmaatregelen heel nauwgezet willen opvolgen en een minimaal aantal bedden moeten vrijhouden voor Covid-patiënten zijn we herstart aan 50% van het aantal gebruikelijke raadplegingen. Vandaag werken we aan ongeveer 80- 85%, om crowding te vermijden, verhoogd tot 90% met teleconsultaties. Verder proberen we met man en macht de achterstand weg te werken. Wat betreft de ziekenhuisopnames en operaties tellen we er nu zelfs meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Dit betekent opnieuw bijkomende druk op het personeel, omdat die van de ene situatie naar de andere moeten doorschakelen, zonder echt een adempauze te hebben gehad.”

WZC Sint-Jozef Assenede

Een nieuw draaiboek 

En dan is er natuurlijk die mogelijke volgende golf, waar we nog onafzienbare tijd rekening mee moeten houden. “Een belangrijk verschil is dat we vandaag beter weten”, benadrukt Wouter Beke. “We weten meer over het virus, we weten dat mensen zonder symptomen anderen kunnen besmetten, het gebrek aan beschermingsmateriaal is ondervangen, de testcapaciteit is er, we weten hoe je cohortezorg moet organiseren... Dat maakt alles toch iets makkelijker. Het maakt ook dat we de werking makkelijker kunnen heropstarten en beter kunnen laten doorgaan, als men zich houdt aan alle voorzorgsmaatregelen. 

Marc Noppen: “Het goede nieuws is dat ons ‘pandemiedraaiboek na die eerste golf al voor een groot deel kon worden ingevuld. We weten veel beter hoe we snel kunnen opschalen, wie we waar kunnen inschakelen. Een belangrijk aandachtspunt, ook naar de toekomst toe, is de mentale impact op het personeel. We hebben alle veranderingen zo goed mogelijk begeleid, psychologische ondersteuning hielden we zo laagdrempelig mogelijk. We houden dit ook in stand en herhalen in onze interne communicatie dat die hulp er is. 

Corona dwingt ons om anders naar de dingen te kijken, beaamt Naiké Costa. “Ons nieuwbouwproject bv. is al enkele jaren gaande. Ondertussen zijn alle vergunningen binnen en dit najaar start de bouw. Met de ervaring van Covid-19 hebben we toch een en ander aangepast. Er komt een handwaspunt in de inkomhal, we hebben het aantal handwaspunten op de afdelingen vergroot, extra deuren getekend, zodat je makkelijker kan compartimenteren als er een besmetting zou zijn. We keken opnieuw naar het ventilatiesysteem, naar de looproutes… Kortom: we zorgen ervoor dat alle gouden regels die nu gelden, in de toekomst makkelijker implementeerbaar zijn. 

Investeringen in zorgpersoneel 

Begin juli was er dan de langverwachte aankondiging van de federale overheid: 500 miljoen extra voor de loonsverhoging van het zorgpersoneel over de komende twee jaarPlus 100 miljoen voor de kwalitatieve verbetering van arbeidsomstandigheden. Het gaat hier echter enkel om personeel dat vanuit de overheid wordt betaald, ziekenhuispersoneel en thuisverplegers dus. Een gelijkaardige investering op Vlaams niveau dringt zicht op. “En die investering komt er ook”, aldus Wouter Beke. “We hebben te kennen gegeven dat er een inspanning geleverd zal worden en dat gaat ook gebeuren. Bovendien zal de inspanning stevig zijn.” 

Tot dan blijft de kanttekening dat het enkel om de ziekenhuizen en federale zorgvoorzieningen gaat. “Daardoor creëer je een tweesporenbeleid waar ik niet zo gelukkig mee ben”, aldus Naiké Costa. “Ook mijn medewerkers verdienen een loonsverhoging. Ook zij verdienen meer collega’s. Woonzorgcentra lopen reeds achter op IFIC. Een loonsverhoging in ziekenhuizen werkt oneerlijke concurrentie alleen maar meer in de hand. En het is al zo moeilijk om medewerkers te vinden.” De vrees dat verpleegkundigen eerder zullen kiezen voor ziekenhuizen, is niet ongegrond, als je met 0 ervaring € 280 bruto extra verdiend per maand en met 5 jaar anciënniteit € 422. “Ik denk niet dat mijn medewerkers zullen overstappen, maar ik voel wel dat aanwerving een groter wordend probleem is. Elke beginnende verpleegkundige kan zo kiezen uit twee-drie vacatures. En het gaat niet enkel over de verloning, maar ook over waardering voor de sector, meer handen aan het bed, zodat zorgmedewerkers voldoende tijd hebben voor die bewoners waarvoor ze zorg dragen.” 

“We moeten ook nog zien wat dit in de praktijk gaat betekenen”, aldus Marc Noppen. “De loonsverhoging is een welkom teken van waardering voor de sector, maar lost de structurele vraag van meer handen aan het bed niet op. Bovendien: verloning is maar één element. De vraag ‘gaan we hier nu meer geld voor krijgen’, hebben we tijdens de crisis nooit gehad. Mensen vragen niet zozeer om meer geld, ze willen vooral hun werk beter kunnen doen. En het gaat ook om werkdruk, om jobinhoud, om collega’sTijdens de coronacrisis konden gezondheidsprofessionals zich 100% focussen op hun core business. Het ging op dat moment echt om geneeskunde, en veel minder om de administratieve rompslomp. De mobiliserende kracht die daardoor in gang schoot, was enorm. Mensen hebben zich ongelofelijk hard en solidair ingezet. 

Samenwerken loont 

“Een belangrijke algemene conclusie is dat samenwerken loont”, voegt Wouter Beke toe. “We hebben gemerkt dat centra en zorgorganisaties die in samenwerkingsverbanden werken, het makkelijker hadden. Niet dat het hebben van 200 bedden in plaats van 50 altijd een betere zaak is, maar de hoofden bij elkaar steken en samenwerken binnen bepaalde structuren en met verschillende partijen helpt wel. Dit is zeker iets waar we in de toekomst meer aandacht aan moeten besteden. 


De eerste golf in cijfers 

Het Riziv becijferde de kost van de eerste coronagolf op de gezondheidszorg. Van maart tot en met mei alleen al, liepen de kosten op tot ruim een half miljard euro. Hierbij ging het Riziv uit van 17 500 ziekenhuisopnames en een gemiddeld verblijf van 14 dagen op intensieve en 10 dagen op een gewone afdeling. Bijkomend werd er 1,5 miljard aan voorschotten vrijgemaakt voor de ziekenhuizen, om betalingsproblemen te voorkomen. Deze maand (september) komt daar een extra 500 miljoen bij. Besparingen waren er ook, namelijk 328 miljoen over dezelfde periode voor uitgestelde niet-dringende zorg, voornamelijk tandartsbezoeken, oogartsen en logopedisten. Deze besparingen is voor het grootste deel tijdelijk. 

Laat een commentaar na

Your email address will not be published. Required fields are marked *