Typ om te zoeken

ICT In the spotlight Thuiszorg Woonzorgcentra Ziekenhuizen

Digitaal is het nieuwe normaal

Delen

©nexuzhealth

Invloed van ICT op de werking van het zorgpersoneel 

e-Health, m-Health, EPD, RPA… Onze digitale toolbox en het bijhorend vocabularium zijn in korte tijd enorm uitgebreid. Zoals bij elke belangrijke evolutie, zijn er pros en cons. Toegankelijkheid versus privacymakkelijker werken versus tijdelijk meerwerk, investering versus besparing… En wat is de invloed van ICT eigenlijk op de werking van het zorgpersoneel? We vroegen vier gesprekspartners om op deze hamvraag een antwoord te helpen formuleren. 

Onze gesprekspartners 

  • Dorien Lanssens, doctor-navorser Limburg Clinical Research Center (UHasselt-ZOL) 
  • Marc Monballieu, ICT-directeur AZ Maria Middelares Gent  
  • Bob Neven, productmanager nexuzhealth 
  • Thijs Vandenberk, projectmanager Heilig Hartziekenhuis Mol 

In de weken tussen de start van dit dossier en de versie die u nu leest, is digitalisatie in een stroomversnelling terechtgekomen. Telemonitoring? Uiteraard! Videobellen? Moet kunnen. Repetitieve processen automatiseren? Graag! Dat geeft zorgverleners meer tijd voor zorg. Zorg waar we niet alleen vandaag, maar ook in de toekomst meer nood aan hebben. Digitalisering is natuurlijk geen doel op zich. Digitale tools en hulpmiddelen beogen een efficiëntere en effectievere werking en samenwerking. En een betere zorgkwaliteit.  

Marc Monballieu: “Dit is ook waarom we samen met de artsen, ingenieurs en (staf-) medewerkers binnen onze innovatiecellen enkele key principes hebben geformuleerd om projecten te selecteren en prioriteren, waaronder een betere klinische outcome, optimale patiëntenbegeleiding, grotere personeelstevredenheid, een verantwoorde kosten-batenuitkomst en, indien er data wordt gegenereerd, compatibiliteit met het EPD. De innovatiecellen beschikken over een eigen budget waarmee ze pilootprojecten en POCs opzetten.” 

Het Elektronisch Patiëntendossier 


Thijs Vandenberk,
Projectmanager Heilig Hartziekenhuis Mol

Dé digitale trend die momenteel in de ziekenhuizen de hoofdtoon voert is het EPDHet is bijna niet meer voor te stellen hoe nog niet zo lang geleden zowat alles werd bijgehouden op papier. Thijs Vandenberk: “De meeste Vlaamse ziekenhuizen zijn nog volop bezig met het implementeren of afronden van een geïntegreerd EPD. De redenen waarom dit in Vlaanderen zo lang duurt? Het implementatietraject is langdurig en er zijn verschillende aanbieders (Red.: nexuzhealth, Primuz, Chipsoft, CernerEpic), waarbij niet alle platformen even aangepast zijn aan de specifieke (Belgische) ziekenhuis- en gezondheidszorgcontext. Het grootste netwerk, waaronder UZ Leuven en de circa 30 zorginstellingen die met het KWS van nexuzhealth werken, groepeert ongeveer de helft van de Vlaamse ziekenhuizen.” 

Er zijn natuurlijk veel meer factoren die de deadline doen verschuiven, zowel bij de ziekenhuizen zelf, als bij de softwarebedrijven en de overheid. Bob Neven: “Het implementeren van een EPD is een traject van pakweg twee tot vier jaar. Veel ziekenhuizen zijn pas in 2018 gestart, toen ze verplicht moesten overschakelen. Zij zitten nog in die transitiefase en hebben te maken met een hybride situatie. Ze hebben het EPD draaien, maar werken daarnaast nog met een aantal andere systemen. Het zal nog enkele jaren duren voor het geïntegreerd EPD in alle Vlaamse ziekenhuizen een feit is.” 

Transmurale gegevensuitwisseling 

Inmiddels is nexuzhealth gestart met de volgende generatie EPD. Bob Neven: “We willen de voordelen van KWS, het klinisch werkstation, transmuraal aanbieden. Daarvoor zijn we een volledig nieuwe ontwikkeling opgestart. We bouwen dit op volgens het verloop van de meeste zorgtrajecten: eerst een aantal actoren uit de eerste lijn, artsen en thuisverpleegkundigen, daarna volgt de tweede en derde lijn. De uitdagingen op het vlak van betrouwbaarheid, privacy, veiligheid en schaalbaarheid zijn uiteraard groot. Daarom ontwikkelen we specifiek met oog op implementatie in de cloud, om die grote hoeveelheid aan data centraal in de hand te houden en relatief makkelijk aan scaling te kunnen doen.” 

Die doorontwikkeling is nodig. Vandaag gebeurt er nog te veel dubbel, omdat de koppelingen tussen verschillende systemen ontbreken, bepaalde processen niet zijn aangepakt of de informatiedoorstroom niet is geoptimaliseerd. De digitale ondersteuning voor een transmurale samenwerking staat niet op punt. “Ons grootste doel is de doorstroom van gegevens tussen al die verschillende lijnen vlotter te doen verlopen. Daarnaast willen we ook qua user experience en het gebruiksvriendelijk ondersteunen van de gebruiker in zijn dagelijkse taken een aantal verbeteringen doorvoeren”, verduidelijkt Bob Neven. 

Kortbij, vanop afstand 

Bob Neven,
Productmanager nexuzhealth

“De huidige focus op het EPD staat wel haaks op wat er in de wereld buiten de ziekenhuizen gebeurt”, aldus Thijs Vandenberk. “De noden en wensen van zorgverleners en patiënten reiken veel verder. Heel wat academische spin-offs, startups en recent zelfs multinationals als Philips en Apple zijn dan ook bezig met digitale tools voor patiënten. Apps, smartwatches, wearables, slimme platformen… Er bestaat al heel veel, maar jammer genoeg wordt dit soort digitale health tools momenteel nog maar weinig gebruikt, omdat de implementatie van EPD’s – mede door de financiële stimulansmaatregelen – voorrang krijgt. 

Ondertussen werken steeds meer zorgverleners mobiel, vervolgt Bob Neven. “Er zijn verschillende apps die hun daarin kunnen ondersteunen. De Companion-app van nexuzhealth bijvoorbeeld, waarmee zorgverleners zicht hebben op het volledige dossier van de patiënt. Ze kunnen het raadplegen, maar er ook een aantal acties in doen. Zoals verslagen valideren, aandachtspunten toevoegenetc. Ook wondzorgverpleegkundigen gebruiken de app. Foto’s van tijdens de opvolging voegen ze dan rechtstreeks toe aan het dossier. 

Monitoring en verzorging kan ook vaak gewoon thuis. Mits een goede communicatie en een adequate doorstroom van informatie natuurlijk. Dorien Lanssenss: “Een mooi voorbeeld binnen mijn domein is thuismonitoring met een bloeddrukmeter voor vrouwen met een verhoogd risico op het ontwikkelen van een hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap. Zwangeren kunnen zelf hun bloeddruk nemen en sturen de metingen via een app tweemaal per dag door. Zo worden ze dagelijks en van kortbij opgevolgd, zonder dat ze naar het ziekenhuis moeten komen of er ter observatie moeten blijven.” 

Bob Neven: “We zitten middenin een digital health flow. Alle knoppen zijn nu omgedraaid.” 

Mobile Health  

De mogelijkheden voor zorg op afstand zijn eindeloos: de bloeddruk, hartslag en suikerspiegel monitoren, pijn registreren, online hulp met verslavingsproblemen, appen of beeldbellen met de zorgverlener… “In Vlaanderen worden e-health tools nog voornamelijk in studies of pilootprogrammas gegoten”, vertelt Thijs Vandenberk. “Kijken we naar Nederland, dan zien we dat er daar al veel meer is geïmplementeerd. Dit komt omdat Nederlandse zorgverleners contracten afsluiten om zorg zo efficiënt en optimaal mogelijk te doen verlopen. Ze gebruiken gevalideerde tools en maken afspraken op basis van outcome. Een win-win voor het zorgpersoneel en de patiënt. 

Dorien Lanssens: “Het is zeker niet de bedoeling dat digitale tools zorgpersoneel gaan vervangen. Telemonitoring bijvoorbeeld is een aanvulling op bestaande zorg. Enerzijds geeft het patiënten een geruster gevoel: ze kunnen zelf zaken controleren en weten dat ze dagelijks worden opgevolgd. Anderzijds neemt het ook het wittejasseneffect weg.” 

Voor alles een app? 

Het zal niemand verbazen dat mobile health (m-Health) booming is. Niet voor niets heeft een speler zoals Apple grootse plannen binnen de gezondheidszorg. iOS-devices verzamelen een schat aan informatie. Apple Researchkit-apps zoals mPower (Parkinsononderzoek) en Mole Mapper (melanomen) genereren op grote schaal data voor medisch onderzoek. En CareKit helpt Apple-gebruikers om hun eigen gezondheid beter te managen en de gewenste informatie met zorgverleners te delen.  

Op het platform mhealthbelgium.be zijn de eerste in België gevalideerde apps gepubliceerd, waaronder een voor patiënten na een knie- of een heupoperatieeen betere opvolging van kankerpatiënten, mensen met slaap- of ademhalingsproblemen, om hartritmestoornissen tijdig op te sporen en beroertes te voorkomen..Thijs Vandenberk: “Betrouwbaarheid, effectiviteit en veiligheid zijn uiteraard key. Veel populaire gezondheidsapps zijn bijvoorbeeld hooguit middelmatig accuraat. Medisch gecertificeerde tools daarentegen hebben een volledig klinisch effectiviteitstraject doorlopenFibriCheck bijvoorbeeld wordt voorgeschreven door dokters en cardiologen. De app is goedgekeurd door de Europese CE en de Amerikaanse FDA.” 

Thijs Vandenberk: “We moeten waken voor een wildgroei aan digitale tools.”

De wereld van wearables 

Apps gaan hand in hand met wearables. Dat kan een Apple Watch zijn, maar ook een ECG-pleister, een ovulatievoorspeller, biosensoren, pijnmanagement devices of een meetbandje voor om de vinger of de polsDoor patiënten op afstand te monitoren, kunnen zorgverleners meer preventief te werk gaan en sneller ingrijpen wanneer er sprake is van gezondheidsproblemen. Bob Neven: “Ook hier moet men de nodige processen voor in kaart brengen. Ziekenhuizen en zorgverleners zullen zich moeten organiseren. Door wearables en andere e-health tools te combineren met digital clinical support, met name om chronische patiënten beter te ondersteunen.” 

“Uiteraard is het niet haalbaar om patiënten de hele tijd te volgen”, meent ook Thijs Vandenberk. “Wat wel kan, is vooraf ingestelde drempelwaarden, persoonlijke data en slimme algoritmes combineren om afwijkingen te detecteren. Is er iets aan de hand, dan gaat er een signaal af. Bij de patiënt, de zorgverlener, een familielid of de mantelzorger.” Het aantal medische wearables zal de komende jaren enorm toenemen. Voorspellingen spreken van een waarde van $139 miljard wereldwijd in 2026, tegenover $25 miljard in 2018 (Bron: Fortune Business Insights). Giganten zoals Apple, Sonova en Philips Healthcare spelen hierin een toonaangevende rol, naast innovatieve startups. 

Videobellen 

Videobellen is door het coronavirus in een stroomversnelling terechtkomen. Bob Neven: “De overheid heeft in het mobile health-verhaal een belangrijke stimulerende rol. Doordat de terugbetaling voor videobellen er niet was, stond die hele ontwikkeling lange tijd quasi stilVandaag zijn teleconsultaties mogelijk binnen verschillende zorgdomeinen.” Eerder was er al een terugbetalingsregeling voor huisartsen, specialistenklinisch psychologen en klinisch orthopedagogenMet de coronacrisis zijn daar psychiaters, tandartsen, logopedisten, kinesitherapeuten, vroedkundigen, ergotherapeuten, diëtisten en diabeteseducatoren bijgekomen. Het is nog niet duidelijk of de steun na de crisisperiode wordt verdergezet.  


Het succes van telemonitoring
bij mama’s met een hoogrisicozwangerschap 


Dorien Lanssens,
Doctor-navorser Limburg Clinical Research Center (UHasselt-ZOL)

Een expertisegebied van Dorien Lanssens is ‘de toevoeging van telemonitoring in het prenatale zorgtraject van zwangeren met een verhoogd risico voor probleem zwangerschappen’. Haar onderzoeksproject evalueert de resultaten van telemonitoring bij vrouwen die tijdens de zwangerschap te maken krijgen met een te hoge bloeddruk en dus met een verhoogd risico op pre-eclampsie en vroeggeboortes. “Dat is bij 5 tot 8% procent van de toekomstige mama’s het geval. Standaard moeten deze moeders regelmatig naar het ziekenhuis en worden ze ook vaker opgenomen. In mijn onderzoek vroegen wij deze vrouwen om ’s morgens en ’s avonds thuis hun bloeddruk te meten en die gegevens door te sturen.” 

Via telemonitoring werden de vrouwen dagelijks opgevolgd. Indien nodig greep de arts in, door medicatie bij te sturen, een urinecollectie te laten doen of de mama toch te verzoeken om naar het ziekenhuis te komenUit onze studie bleek dat zwangeren die zelf hun bloeddruk meten en doorsturen, veel minder vaak in het ziekenhuis moeten worden opgenomen, minder kans lopen op zwangerschapsvergiftiging, minder vaak worden ingeleid en er minder vroegtijdige bevallingen plaatsvinden. Ook de kostenvermindering is aanzienlijk. 

Het onderzoek (Pregnancy Remote Monitoring – PREMOM II), geleid door het Limburg Clinical Research Center (UHasselt-ZOL), wordt nu op grote schaal verdergezet in vijf ziekenhuizen, verspreid over Vlaanderen (Ziekenhuis Oost-Limburg (Genk), UZA, UZLeuven; AZ Sint Jan Brugge – Oostende en AZ Sint Lucas Brugge), met de steun van het FWODeelneemsters gebruiken de bloeddrukmeter tweemaal per dag, en registreren eenmaal per week hun gewicht in een app die de gegevens automatisch doorstuurt naar een online platform waar de vroedvrouw deze kan nakijken. Indien nodig wordt er overleg gepleegd met de behandelend gynaecoloog en kunnen er interventies worden uitgevoerd.  


De zorgontvanger als copiloot  

e-Health geeft zorgontvangers zelf een heft in handen. Dit heeft een merkbaar positieve impact op de gezondheid én op de kwaliteit van zorg. “Dit moet een rode draad zijn in het verhaal”, aldus Bob NevenMaar, het vergt een platform dat de ziekenhuismuren overstijgt en waarin de patiënt centraal staat. Via mynexuzhealth krijgen patiënten vanaf het portaal of de app toegang tot hun dossier. Het grote voordeel is dat ze kunnen meekijken. Een nog grotere winst is wanneer ze er zelf ook aan kunnen bijdragen. De zorgverlener kan hen bijvoorbeeld vragen om een dagboek bij te houden, een vragenlijst toevoegen…” Dat meer betrokkenheid patiënten weet te smaken, leidt Bob Neven tevens af uit de groei van hun patiëntenplatform mynexuzhealth. “In vergelijking met begin 2018 zijn we gestegen van ongeveer 15 500 patiënten naar bijna 86 000. Per maand hadden we begin 2018 ongeveer 64 000 sessies (aanmeldingen) per maand. Vandaag tellen we er 373 000.” 

Big data mining en artificiële intelligentie 

Als we het dan toch over trends hebben: maken al die data en artificiële intelligentie (AI) ons al slimmer? Bob Neven: “De sleutel is de data van de patiënt en de clinical decision support die daaraan vasthangt, met naar de toekomst toe AI. De rol van de arts als zorgverlener gaat nooit verdwijnen, maar in een EPD zit zoveel data, dat de zorgverlener nooit alle verbanden zal zien. AI zorgt voor de kruisbestuiving tussen pure data en de unieke context van de patiënt. Zo ontstaan er steeds meer mogelijkheden om voorspellingen te maken, aanbevelingen te doen en beslissingen te nemenEen zorgpad is geen uitgeschreven traject meer met wabeslissingshefbomen. Het is een pad dat steeds beter is afgestemd op het ideale traject voor die ene patiënt, waarbij er een betere kennisdeling is binnen de ziekenhuizen en over de ziekenhuismuren heen. Het klinkt contradictorisch, maar mede dankzij digitale ontwikkelingen wordt zorg persoonlijker.” 

Bob Neven: “Artificiële intelligentie zorgt voor de kruisbestuiving tussen pure data en de unieke context van de patiënt.” 

Hulp van een softwarerobot 

Marc Monballieu, ICT-directeur AZ Maria Middelares Gent

Marc Monballieu: “Een van de projecten waar binnen ons ziekenhuis momenteel veel aandacht naar uitgaat is RPA, oftewel Robotic Process Automation. Dit is het gebruikmaken van softwarerobots, kortweg bots, om bepaalde repetitieve taken uit te voeren die weinig motiverend, maar tijdrovend zijn voor de mens. Softwarerobots kunnen dit werk niet alleen veel sneller doen, 24/7 en 365 dagen per jaar, maar maken ook geen menselijke fouten. Een voorbeeld is de automatisatie van betalingsbeheer. Zo passen we RPA toe voor het versturen van rappels en het wegwerken van foute betalingen.” 

Ook onderdelen van het patrimoniumbeheer en het medicatiebeheer wordt binnen het AZ via RPA verwerkt. Die laatste “medische” robot synchroniseert patiëntgegevens tussen de database synops en Infohos met betrekking tot allergieën, nierfunctie en leverinsufficiëntie. “De bedoeling is evolueren richting enduser driven RPA, die toegankelijker is, ziekenhuisbreed wordt ingezet en minder afhankelijk is van ICT”, vervolgt Marc Monballieu. “Maar, dit is nog een work in progress. 

Gestuurd door de eindgebruiker 

Bob Neven: “Als we via machine learning weerkerende zaken kunnen automatiseren en systemen kunnen trainen om zorgverleners nog meer te ondersteunen, dan kunnen we ervoor zorgen dat het gevoel van registratielast beduidend daalt en zorgverleners meer tijd hebben voor de patiënt. Als IT’ers kunnen wij die processen echter niet altijd in kaart brengen. Wij hebben klinische input en feedback van patiënten nodig om de juiste prioriteiten te bepalen. 

In België wordt digitalisering vandaag vooral vanuit de IT-dienst gestuurd, verduidelijkt Thijs Vandenberk. “Dat is niet optimaal. Het zijn niet de IT’ers die met de tools werken. In de praktijk zit IT wel samen met zorgverleners, maar de eindverantwoordelijkheid ligt nog steeds te vaak bij IT. Vergelijk dit opnieuw met Nederland, waar de medical information officer meestal iemand is die uit de zorg komt. Ontwikkelingen vertrekken daardoor vanzelfsprekender van de eindgebruiker. 


Zijn we voldoende digivaardig? 

Het bijbenen van ICT-vaardigheden om mee te kunnen evolueren met de snelle digitalisering van de zorg is niet evident. Ontwikkelingen gaan vele malen harder dan veel zorgverleners hun kennisniveauDorien Lanssens: “De meeste health tools vragen op zijn minst enige uitleg. Sommige zorgverleners missen dat stukje opleiding. Hoe moeten we alles aan elkaar koppelen? Hoe moet de implementatie gebeuren? Gelukkig zijn de digitale tools en pakketten van vandaag een stuk gebruiksvriendelijker en intuïtiever.” 

Thijs Vandenberk: “In het geval van het EPD valt het met die digitale vaardigheden goed mee. Veel ziekenhuizen werken al veel langer met elektronisch pakketten. De genees- en verpleegkundige processen blijven uiteraard meestal dezelfdeAlleen moeten zorgverleners wel met een ander pakket leren werken. Sommige zorgverleners staan ook een beetje sceptisch tegenover digitale tools. Veel artsen werken volgens een bepaalde structuur. Ze hebben een bepaalde werkmethodiek en niet de tijd of de middelen om daarvan af te wijken. 

Training en kennissessies zijn nodig, maar in veel gevallen gaat het om gedragsveranderingen”, besluit Bob Neven. “Vergeet niet: de uitrol van een EPD is in feite een groot verandertraject. De moderne EPD’s zijn heel goed instelbaar, maar als je het op afdelingsniveau vergelijkt, zullen er altijd minpunten zijn. De bedoeling is dat die niet opwegen tegen de vele voordelen. Het gaat trouwens niet alleen om de implementatie van software. In veel ziekenhuizen moet allerlei processen worden herbekeken. Neem allergieregistratie. Stel dat iemand een medicatieallergie heeft en die wordt enkel geregistreerd in de spoedsoftware. Na opname op de verpleegafdeling zal deze allergie niet zichtbaar zijn in het EPD, wat tot gevaarlijke situaties kan leiden. 

©nexuzhealth

Laat een commentaar na

Your email address will not be published. Required fields are marked *