Typ om te zoeken

In the spotlight Ziekenhuizen

Duurzaamheid op de agenda!

Delen

Is duurzaamheid nog steeds een ondergeschoven kindje in de zorgsector? Zijn de kritische geluiden en bezorgdheden terecht? Of is het tij gekeerd en omarmt de sector de enorme kansen die mvo en een krachtig duurzaamheidsbeleid biedenNiet alleen besparingsgewijs – qua energietijd én centen – maar ook in termen van een betere zorg. Genoeg voer voor een gezonde discussie. 

Dé focus in de zorgeen hoogkwalitatieve zorgverlening. Duurzaamheid komt er jammer genoeg vaak bovenop. Of zo lijkt het toch. Want uiteindelijk heeft ‘zorg dragen voor patiënten, bewoners, medewerkers en bezoekers inherent een duurzaam karakter. Voorbeelden van mooie initiatieven en goede praktijken zijn er genoeg. Maar waarom duurt het zo lang voor er echt sprake is van een gecoördineerde aanpak? Voor men tot op directieniveau aan de weg timmert richting 2030-2050. Daar zijn 1001 terechte redenen voor. En toch moet duurzaamheid prominenter op ieders agenda.  

Dertien engagementen 

Philip Vermeye, Lid raad van bestuur ZORG.tech, Manager Technische zaken Ziekenhuis Oost-Limburg

Peter Raeymaekers: “Een paar jaar geleden hebben we klimaatengagementen afgesproken en ons ertoe verbonden om ons energieverbruik en de uitstoot van CO₂ te reduceren, zodat Vlaanderen haar engagementen in het kader van het klimaatakkoord van Parijs kan waarmaken. Die doelstellingen gaan vrij ver en vragen om concrete acties. Als koepelorganisatie zien we het als onze taak om daar proactief mee bezig te zijn. Uiteraard is dat iets wat we als federatie serieus nemen. We hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid en die willen we ook opnemen. Maar, het is ook zo dat het de individuele organisaties zijn die het – met de nodige steun – moeten doen.” 

Philip Verheye: “Het blijft een ballon die daar hangt, maar nog niet heel concreet is. Zelfs de engagementsverklaring van 2017 moet ik nog steeds aan sommige collega’s in ziekenhuizen uitleggen: ‘Kijk, dit zijn die 13 punten’. Dan vragen ze: ‘Van wanneer was dat? Van wie? Kan je dat nog eens doorsturen?’ Als er al iets rond gebeurt, komt dat vaak vanuit de ondersteunende diensten, van mensen die daar op de werkvloer mee bezig zijn en die het boeit en interesseert. Het komt nog te weinig voor in de beleidsverklaringen of strategische doelstellingen. Dat is niet overal zo, maar er is er nog werk aan de winkel.” 

Tom Havermans: “Die 13 engagementen zijn tot op heden inderdaad nog niet op veel directietafels terechtgekomen. Ook Covid heeft een en ander vertraagd, maar stilaan komt er opnieuw schot in de zaak. Er zijn de webinars van VIPA in oktober. Er is het engagement om tegen eind 2020 een klimaatvisieplan te hebben klaarliggen en een klimaatverantwoordelijke te hebben aangeduid. Er is meer duidelijkheid over wat er van iedereen wordt verwacht en over de drie tools die helpen bij de reflectie over wat duurzaamheid juist is, waar de organisatie staat en de verankering van concrete acties binnen de organisatiehet Klimaatvisieplan, SustaCare (van Zorgnet-Icuro) en de ECG-matrix. En er is onze maatschappelijke verantwoordelijkheid en voorbeeldfunctie als sector.” 

Wie is de drijvende kracht? 

Thomas Feys (Bouwtechnisch adviseur, VIPA)

Thomas Feys: “Er zijn binnen de sector weliswaar grote verschillen. Aan de ene kant heb je de ziekenhuizen en grote organisaties, waar een aantal mensen – al dan niet versnipperd – met bepaalde duurzaamheidsaspecten bezig zijn. Aan het andere uiterste heb je de kinderdagverblijven en kleinschalige infrastructuren waar niemand dat doet, tenzij het een initiatief is wat bv. van jongs af aan de kindjes wordt meegegeven of als ze onder een grotere koepel zitten. Hoe groter de organisatie, hoe groter de kans dat er iemand ook de kar van duurzaamheid trekt.  

Tom Havermans: “Vroeger dacht men altijd: “Duurzaamheid? Dat is iets voor jullie, daar bij milieu”, omdat men hoofdzakelijk focuste op de milieuaspecten. Onze organisatie tracht vandaag alle aspecten van duurzaam ondernemen te bekijken(Dit is een mooi voorbeeld van de eigenlijke doelstelling van het engagement klimaatvisieplan.) Zo strijden we al een jaar of twee-drie om de kennis over duurzaamheid te verhogen en te verruimen. Vandaar dat we ons bv. ook hebben aangesloten op de leerstoel Management Education for Sustainability van de Antwerp Management School en Breda University. Vorig jaar voerde ZNA met behulp van een FIDO-subsidie een materialiteitsanalyse uit rond onze eigen duurzaamheid op basis van de SDGs.” 

Annelies Casteleyn: “Die SDG’s zijn heel algemeen. We moesten dus voor elk van die SDG’s kijken hoe we ze konden vertalen naar de zorgsector en naar initiatieven en de impact binnen onze organisatie. De sturing en eindverantwoordelijkheid daarvan ligt idealiter op directieniveau, maar tegelijk willen we ook het besef doen groeien dat iedereen in onze organisatiebinnen zijn eigen werkdomein specifieke acties kan nemen. Daarom vragen we onze directie om vanaf volgend jaar voor elk personeelslid een duurzaamheidsdoelstelling te omschrijven, als deel van diens persoonlijk evaluatietraject. Elk van onze departementen zou jaarlijks kunnen werken rond drie zelfgekozen doelstellingen.” 

De stok achter de deur 

Hannah Bohez (Beleidsadviseur, VIPA)

Hannah Bohez: “De impact van de klimaatuitdaging op de welzijnssector is niet te onderschatten. Recent haalde onze collega Karine-Moykens tijdens het Klimaat Kick Off-webinar een tabel aan van de WHO met daarin de 10 grootste gezondheidsuitdagingen van 2019. Een pandemie, zoals we die vandaag meemaken, stond op nummer 3. Luchtvervuiling en klimaatverandering op 1. Dat zijn stille doders, die niet erkend wordenHeel wat effecten specifiek op onze gezondheid zijn niet heel direct zichtbaar. Ik denk dat de gezondheidssector er zich daardoor ook niet zo direct mee associeert. Terwijl bv. een woonzorgcentrum heel veel kan doen om oversterfte door hitte tegen te gaan.” 

Annelies Casteleyn: “Terugkomend op het rapport van de WHO: 91% van de bevolking ademt elke dag vervuilde lucht in. Luchtvervuiling kost 7 miljoen extra mensenlevens per jaar. We krijgen te maken met meer beroertes, ademhalingsproblemen, hart- en vaatziekten, kanker… Uiteraard heeft dat een grote impact op de zorg. Al die mensen hebben een behandeling nodig. Idem met klimaatverandering, branden, overstromingen… dit leidt niet alleen tot schade aan de infrastructuur. Je krijgt ook te maken met gewonden, met vervuild drinkwater, verzilte landbouwgronden, hittestress… Begin augustus, toen het kwik 8 dagen lang tropische temperaturen aangaf, waren er in ons land bijna 35% meer overlijdens. Slechts 9% daarvan had te maken met Covid.” 

Philip Verheye: “Het is aan ons om de boodschap uit te leggen en te blijven herhalen. Tegelijk is er ook een kentering aan de gang. Privé is iedereen veel meer met duurzaamheid en CO₂-uitstoot bezig en dat vertaalt zich naar de werkvloer. Het grote vraagteken voor de sector heeft te maken met de ambities van Europa, die in hun Green Deal van vandaag veel verder gaan dan de klimaatengagementen van onze sector. Eligt een stok klaar (een European Climate Lawom bepaalde zaken te gaan afdwingen en zelfs beboeten. Stilaan sijpelt het idee door dat het toch niet zo vrijblijvend is en we ermee bezig móeten zijn, omdat het ons anders geld gaat kosten.” 

De paradox van de grootverbruiker 

Peter Raeymaekers: “De zorgsector is goed voor ongeveer 10% van het gehele energieverbruik in België en de ziekenhuizen zijn verantwoordelijk voor 80% daarvan. Ziekenhuizen zijn dus de grootverbruikers. Ze hebben ook interessante profielen, met weinig pieken en dalen omdat ze 24/7 actief zijn. Aan de andere kant van het spectrum heb je kleine organisaties die ambulant werken en weinig tot niets van die vervuiling vertegenwoordigen. Als het dus werkelijk gaat over het reduceren van het verbruik en het terugdringen van CO₂, maken ziekenhuizen het grootste verschil.” 

Thomas Feys: “Toch zijn er enkele paradoxen. Het karikaturale voorbeeld is het bestaande oude, niet geventileerde en amper geïsoleerde woonzorgcentrum met kleine kamers dat zich arm stookt, maar qua elektriciteit eigenlijk niet zo veel verbruikt. Met een gloednieuwe, duurzame infrastructuur gaat datzelfde woonzorgcentrum minder verbruiken per m2. Maar in totaliteit niet zoveel minder of zelfs meeromdat het groter is en goed geventileerd. Die hoge comforteisen zetten een extra druk op dCO₂impact en het energieverbruik van zorginfrastructuur. 

Een investering die wél opbrengt 

Annelies Casteleyn (Duurzaamheidsmedewerker, ZNA)

Annelies Casteleyn: “Veel mensen hebben nog steeds de perceptie dat duurzaam per definitie duurder is, maar dat is onterecht. Investeren in duurzaamheid brengt wel degelijk op. Uiteraard is het steeds een evenwichtsoefening tussen people, planet en profit. Het is de bedoeling dat je al die dimensies meeneemt. Een oplossing die supervriendelijk is voor het milieu, maar veel te duur is voor je onderneming, dat is geen goede investering. Maar langs de andere kant moeten we meer op lange termijn durven denken en niet alleen gaan voor de quick wins. Het is de bedoeling dat we bewust met duurzaamheid omgaan en continu verbeteren.” 

Peter Raeymaekers: “Een recente studie uit de UK bewijst dat de meeste duurzaamheidsingrepen financieel te bekostigen zijn én op korte dan wel langere termijn geld opbrengen. Implementatie is waar de klepel hangt. Als ziekenhuis heb je misschien 0,2-0,3% overschot. Daar ga je geen grote infrastructurele ingrepen mee financieren. Die financiële reserve is er gewoon niet. Energieprestatiecontracten spelen daarop in. Dat is goed, maar het is niet zo simpel. Je maakt afspraken uitgaande van een bepaalde situatie, de firma garandeert ‘een energiebesparing van 20%’, maar als daar morgen een vleugel bijkomt of wegvalt, ziet de situatie er ineens heel anders uit.”  

Thomas Feys: “Hier breng ik graag het systeem van de energiescans en de klimaatsubsidies ter sprakeAlle erkende zorgvoorzieningen komen voor klimaatsubsidies in aanmerking als ze voor hun gebouw(en) een energiescan hebben laten uitvoeren. Die energiescan is gratis. Wat daaruit volgt is een lijst met aanbevelingen van ervaren energiespecialisten over hoe die gebouwen energie-efficiënter kunnen worden. Maatregelen met een terugverdientijd van minder dan vijf jaar dient de organisatie binnen de drie jaar zelf uit te voeren. Voor investeringen met een langere terugverdientijd kan men klimaatsubsidies aanvragen.” 

Injectie van 22 miljoen 

Thomas Feys: “De energiescans in samenwerking met het VEB zijn een eerst grotere stap richting CO₂-reductie en energie-efficiëntie. Grote pluim ook voor het VEB dat ons hier gigantisch in heeft ondersteund en is opgetreden als aankoopcentrale voor de ondertussen 1390 scans. 12% van alle voorzieningen heeft reeds een energiescan laten uitvoeren. Kijken we enkel naar de ziekenhuizen dan is dat 75%. Op basis van hun positieve ervaringen zagen we het aantal aanvragen oproep na oproep hyperbolisch stijgen. 

Hannah Bohez: “Wat interessant is, is dat de voorzieningen aan de hand van de adviezen uit de energiescan (wat een theoretische berekening is) en de nulmeting binnen terra (die een beeld geeft van de werkelijke besparing in verbruik ten opzichte van 2018) zelf hun traject naar 2030/2050 kunnen plannenVia het subsidiesysteem hebben we al 22 miljoen euro in de sector geïnjecteerd. Inclusief de maatregelen met een terugverdientijd van minder dan vijf jaar resulteerde dit in een energiebesparing voor de voorzieningen van 6,5 miljoen per jaar. In 2021 hebben we voor de klimaatsubsidies nog eens 8 miljoen beschikbaar. 

Het grotere plaatje 

Thomas Feys: “Die winsten zijn uiteraard niet alleen in geld uit te drukken. Die besparing van 6,5 miljoen komt overeen met een CO₂besparing van 25 665 ton, wat gelijkstaat aan de uitstoot van circa 3200 gezinnen. Daarnaast is er de enorme gezondheidswinst. En de winst voor de voorzieningen op allerlei andere vlakken: kwaliteit van zorg, tewerkstelling, etc. Kortom: de ROI is veel complexer, het is geen één-op-één relatie. Zelfs de dingen die voor een ziekenhuis ogenschijnlijk enkel geld kosten, zijn voor ons als samenleving op andere manieren winstgevend.” 

Annelies Casteleyn: “Een patiënt kiest voor kwaliteit en niet zozeer voor ‘een zorginstelling met een groen dak’. Maar onbewust houdt men wel rekening met een aantal duurzaamheidselementen: denk aan bereikbaarheid, toegankelijkheid, een aangename omgeving… En misschien nog wel het belangrijkste: onze (toekomstige) personeelsleden, stagiaires en studenten kiezen er wél voor. In kader van onze materialiteitsanalyse vroegen we onze belangrijkste stakeholders om de 17 ZNA duurzaamheidsthema’s een score te geven. We kregen van meer dan 1000 mensen feedback. De nieuwe generatie werkkrachten hechtte duidelijk meer belang aan milieugerelateerde aspecten. Ook sollicitanten vragen tegenwoordig rechtuit wat we doen op het vlak van duurzaam ondernemen.” 

Peter Raeymaekers: “De meest ingrepen situeren zich momenteel rond het infrastructurele karakter van de zorg: de gebouwen, installaties, energie, water… Andere elementen, zoals personeelsmanagement, voeding, verantwoorde consumptie en bepaalde bestuursaspecten staan ook allemaal in de SDG’s en heeft men eigenlijk ook al jaren aandacht voorZeker voor de zaken die ten dienste staan van wat onze core business is. We hebben bijvoorbeeld ook al tientallen jaren BBT-handboeken (Best Beschikbare Technieken). Alleen ligt er nu op al dit soort zaken meer nadruk en is wat er nu van ons gevraagd wordt minstens twee ordes groter.” 

Samenwerking met de industrie 

Philip Verheye: “Een van onze vorige congressen ging over de samenwerking met de industrie. Momenteel zijn we met het WTCB ook een webinar aan het opzetten (dit vindt begin december plaats) over hoe slimme technologieën een gebouw niet alleen comfortabeler maken, maar tevens duurzamer en energetisch beter. Sinds een aantal jaar proberen we in bouwkundige, technische dossiers die met duurzaamheid te maken hebben, zowel energiebesparing in kaart te brengen als CO₂-reductie, zodat dit mee opgenomen kan worden als beslissende factor, naast de IRR en ROI.” 

Thomas Feys: “De industrie kan ook iets leren van de zorgsector. Iets dat haalbaar is voor ons, is iets dat haalbaar is binnen acht à tien jaar. De industrie daarentegen denkt meer in termen van één of twee jaar. Die langetermijnvisie is tevens inherent aan ons subsidiesysteem. Als organisaties een subsidie krijgen voor energiebesparende maatregelen bv., zijn ze verplicht om 25 jaar van dat gebouw gebruik te maken. Ook dat is een niet onbelangrijk aspect van duurzaamheid en maakt de horizon voor terugverdientijden ineens een pak ruimer. Omgekeerd zit de industrie dan weer iets korter op de bal als het gaat over technologische innovaties.” 

Annelies Casteleyn: “Verschillende zorggerelateerde producten zijn vandaag nog maar weinig duurzaam. Vergelijk zorgmeubilair met kantoormeubilair; de percentages gerecycleerd materiaal in kantoormeubelen liggen veel hoger en er wordt door leveranciers zelfs mee uitgepakt. Daarnaast werken ziekenhuizen veel met wegwerpmaterialen. Vaak is dat vanuit hygiënisch standpunt en dus noodzakelijk. Toch denk ik dat het mogelijk moet zijn om alternatieven te ontwikkelen die hergebruik stimuleren en minder verpakkingsafval vragen, zonder dat we aan hygiëne moeten inboeten. Als ziekenhuizen de industrie niet vragen, lees eisen, om met alternatieven te komen, dan gaan die er ook niet komen. Dat zie je bij de schoonmaakproducten; daar is duurzaam ondertussen bijna evident, omdat dit door de aankopers meer wordt opgenomen.” 

Klimaatadaptieve en natuurinclusieve gebouwen 

Tom Havermans (Milieucoördinator, ZNA)

Philip Verheye: “De klimaatdoelstellingen maken dat er heel hard wordt ingezet op energie-efficiënte en hernieuwbare energieën. Zaken die veel verschil maken zijn de gebouwschil, stookplaatsrenovatie, zonnepanelen en… windmolens – voor zij die het potentieel hebben om zo’n windmolen te zetten. Met zonnepanelen alleen kom je er als ziekenhuis niet. Als we bv. voor het ziekenhuis Oost-Limburg alle daken optimaal zouden benutten, dan halen we misschien 5% besparing met zonnepanelen, terwijl het engagement om 27% vraagt. Zetten we een windmolen, dan komen we ineens uit op 30% besparing.” 

Tom Havermans: “Er is veel mogelijk, zeker rond het thema ‘temperatuur’ en ‘water’. Passieve koeling, voldoende zonwering, het wegwerken van hitte-eilanden, groendaken, hemelwater afkoppelen en gebruiken voor het spoelen van toiletten, waterbesparende toestellen, meer planten en water om de temperatuur te doen dalen, welzijnsgroen (zie kader)… Een mooi voorbeeld is onze nieuwbouw ZNA Cadix. Vergeet niet dat dit een gebouw is dat tien jaar geleden goed is ontworpen. Toentertijd hebben we energieprestatiedoelstellingen aangenomen die hun tijd voor waren. Daarnaast zetten we in op ergonomie, werkbaar werk, toegankelijkheid. Het zal naar mijn weten ook het enige Antwerpse ziekenhuis zijn waar de tram letterlijk voor de deur stopt.” 

Steeds verder verduurzamen 

Tom Havermans: “Wat ‘verbruiksartikelen’ betreft zoek je naar een evenwicht tussen alle relevante aspecten: het moet aan de normen voldoen, het moet werkbaar blijven… Neem een wegwerpbedpan uit papierpulp. Dat is gemakkelijk. Je wint er tijd mee. Want zo’n inox bedpan moet je wegbrengen, in de machine steken, wachten om ze er weer uit te halen. Zo’n wegwerpbedpan houdt dus rekening met de milieuimpact én het gebruiksgemak. Ander voorbeeld: recent stapten we als 1ste ziekenhuis in België over op vaten voor risicohoudend medisch afval gemaakt van gerecycleerd plastic (o.a. afkomstig van drankverpakkingen). Die milieuvriendelijke vaten voldoen aan de normen, kosten niet meer, niemand moet er een handeling extra voor doen, en de milieu-impact en CO2-uitstoot bij productie zijn meer dan de helft lager. Voor zoiets krijg je applaus. Dan staan de neuzen plots wel in dezelfde richting.” 

Thomas Feys: “De circulaire economie staat nog in zijn kinderschoenen, maar begin je hier en daar te voelen. Het schept veel kansen: meer samenwerking, minder afval, minder grondstoffenverbruik (voorbeelden zijn de milieuvriendelijke vaten van het ZNA, maar ook disposables op basis van biologische materiaal of gerecycleerd PVC, ontsmettingsalcohol gemaakt van restproducten, het refurbishen van MRI-toestellen…). Ik denk dat daar nog een grote shift gaat gebeuren, ze komen ook naar voren in GRO – het nieuwe duurzaamheidskader voor VIPAprojecten. De thema’s van de circulaire economie zijn al veel harder in de samenleving verankerd dan tien jaar geleden.” 

Annelies Casteleyn: “GZA en ZNA delen bv. een gemeenschappelijke apotheek. ZNA heeft één gemeenschappelijk magazijn voor alle verbruiksgoederen. Maar inderdaad, er zijn meer samenwerkingsmodellen mogelijk. Die constante verbetering, dat is wat we moeten opzoeken. Er is veel potentieel. En er is ook onze voorbeeldfunctie. We zijn een sector die voor bijna 100% door de maatschappij wordt gefinancierd. Met die middelen moeten we zorgzaam omgaan.” 


Meer en meer welzijnsgroen 

Een thema waar iedereen enthousiast over is? Welzijnsgroen! Ook de Vlaamse Overheid geeft dit soort initiatieven een duwtje in de rug. Er is de Green Deal Bedrijven en Biodiversiteit, een Green Deal Natuurlijke Tuinen (richting de tuinsector) en specifiek voor de zorgsector heeft de Vlaamse overheid in samenwerking met het Agentschap Natuur & Bos de oproep ‘Natuur in je buurt’ opengesteld voor de zorgsector. 

Laat je inspireren: 

  • ZNA Joostens creëerde een kleurrijke belevingstuin voor bewoners (kwetsbare patiënten, personen met dementie, ouderen…). Er is een muziektuin, een voel- en geurtuin, een vlindertuin en een moestuin, waar bewoners zelf groenten en fruit kweken. 
  • Ziekenhuis Oost-Limburg heeft op campus St.-Jan het wekelijks te maaien grasveld vervangen door een bloemenweide. De bloemen worden verwerkt tot ruikers en vanaf volgende lente te koop aangeboden. Er staan ook picknicktafels voor medewerkers. 
  • Op Campus Sint-Barbara maakte ZOL door afbraak van een afgeschreven gebouw ruimte vrij voor een revalidatie- en therapietuin. Revaliderende patiënten krijgen de mogelijkheid om in een aantrekkelijke en gezonde omgeving te revalideren.  
  • Het Openbaar Psychiatrisch zorgcentrum Rekem ontsloot in samenwerking met het Agentschap Natuur & Bos het naastgelegen natuurgebied voor bezoekers en patiëntenIn het natuurgebied vinden tevens therapiesessies plaats. 
  • Lia vzw, een voorziening uit de bijzondere jeugdzorg, richtte samen met Regionaal Landschappen Schelde en Durme een ecologische tuin in, waar ook workshops die openstaan voor buurtbewoners plaatsvinden. 


Groenere (n)oorden 

Hoe meer naar het noorden – van Nederland tot de Scandinavische landen –, hoe verder men staatIn Nederland bv. ligt de Green Deal Zorg 3.0 klaar, terwijl in Vlaanderen de kick-off van de Vlaamse Green Deal Duurzame Zorg nog moet plaatsvinden, op 17 november (webinar van 10-12uur, zie https://omgeving.vlaanderen.be/informatiefiche-green-deal-duurzame-zorg). Als je meer in detail gaat kijken, is er weliswaar al veel overlap. De Nederlandse ‘routekaarten’ zijn bijvoorbeeld vergelijkbaar met de nulmetingen van de energiescans. En ook in Vlaanderen is er een Green deal rond afvalstromen en medische vervuiling in de maak. Energieprestatiecontracten zijn in België veel trager op gang gekomen dan in Nederland, waar deze al heel standaard zijn. Maar ondertussen wordt een inhaalslag gemaakt. 


Het Arnhemse ziekenhuis Rijnstate was in 2014 het eerste ziekenhuis in Nederland dat aan de slag ging met deeleconomie. Via de business-to-business deelmarktplaats FLOOW2 zet Rijnstate ondertussen al zes jaar (tijdelijk) onbenutte capaciteit in voor andere organisaties of doeleinden. Niet alleen apparatuur, zoals hoogwerkers en dergelijke. Maar ook parkeerplaatsen in de weekenden en specifieke kennis en kunde, bijvoorbeeld omtrent infectiepreventie of voor het steriliseren van instrumenten. Daarnaast maakt Rijnstate via FLOOW2 tevens gebruik van materieel en diensten van andere organisaties. 

Laat een commentaar na

Your email address will not be published. Required fields are marked *