Broeckx Dirk

Het eHealth actieplan: stand van zaken door Dirk Broeckx

De eerste versie van het actieplan e-Gezondheid dateert alweer van enkele jaren geleden. De digitalisering van de gezondheidssector is echter continu in beweging en dus drong een update van dit ambitieuze plan zich op. Ruim tweehonderd specialisten uit alle beroepsgroepen van de zorgsector bogen zich vorig jaar in een zevental werkgroepen over thema’s zoals het elektronisch medisch voorschrift, het elektronische patiëntendossier en mobile health. Na maanden van vereende samenwerking werd de nieuwe versie van het actieplan e-Gezondheid in oktober 2015 goedgekeurd door de bevoegde instanties en als dusdanig gepubliceerd.
 
Dirk Broeckx is naast zijn gewone dagtaak als apotheker, trainer en consultant ook specialist in de materie en bovendien een van de grote bezielers van het actieplan. Wij spraken met hem over het vernieuwde actieplan en over de toekomst van e-Gezondheid in België.
 

Het eerst actieplan: 20 actiepunten gedragen door de sector

“Al in het jaar 2000 vond er een studie naar de mogelijkheden van een elektronisch medisch voorschrift plaats. Hieruit ontstond, mede dankzij de financiering van het RIZIV en de samenwerking met het federaal e-Health-platform, de VZW Recip-e. Het doel van het Recip-e project is de uitrol van het elektronisch medisch voorschrift in de ambulante sector voor België. Van bij de start was ik hierbij actief betrokken. Uiteindelijk werd ik in 2012 door het RIZIV gevraagd om mee te werken aan de opmaak van een nationaal eHealth actieplan.
 
Opbouw van onderuit
De eerste versie van het plan werd opgemaakt met de medewerking van driehonderd mensen van alle beroepsgroepen in de zorgsector. Het was een bewuste keuze om het plan echt van onderuit op te bouwen door de mensen uit het veld, specialisten die dag in dag uit in de praktijk staan. Toen het plan gefinaliseerd was, lagen er twintig actiepunten op tafel die de toekomst van e-Gezondheid in België moesten vormgeven.”
 

In netwerksamenwerking naar een nieuwe versie

“Nadien werd er hard gewerkt om de actiepunten uit te werken. Twee jaar later bleek echter dat de snelheid van uitvoering van de verschillende actiepunten sterk van elkaar verschilde. Het werk voor sommige actiepunten evolueerde zeer snel, terwijl er voor andere actiepunten niets gebeurde. Het e-Gezondheid landschap was bovendien al sterk geëvolueerd sinds de publicatie van het plan. Een update van het eHealth-actieplan drong zich op.
 
Netwerksamenwerking
Uiteindelijk werkten er aan deze tweede versie zo’n tweehonderd mensen mee. De verschillende werkgroepen kwamen tot stand door een soort van netwerksamenwerking. Zij die zich geroepen voelden om het plan mee vorm te geven, konden instappen om zo uiteindelijk een ‘coalition of the willing’ te vormen. Een echt opgezette structuur was er niet. Er zijn in België maar liefst negen ministers die bevoegdheid hebben op vlak van gezondheid. Hierdoor is het onbegonnen werk om zo’n structuur op te zetten volgens de geëigende wegen. De netwerksamenwerking werd volop gesteund door het Federaal Kabinet Sociale Zekerheid en Volksgezondheid, onder bevoegdheid van minister Maggie De Block. Samen met het RIZIV hebben zij de kar getrokken op inhoudelijk en organisatorisch vlak.
 
Slimme uitrol van e-gezondheid
Het resultaat is een uitgebreid plan van 185 pagina’s dat gelezen moet worden als een soort van receptenboek. Deze tekst is een leidraad die de goede weg moet wijzen om te komen tot een gestructureerde aanpak en een slimme uitrol van e-gezondheid toepassingen in België.
 
Twintig actiepunten
In de zomer van 2015 is uit dit gedetailleerd plan een tekst van veertig pagina’s gedestilleerd door de interkabinettaire werkgroepen. Dit document is eigenlijk een meer bondige formulering van de twintig actiepunten met de toevoeging van een duidelijke timing en een sterke ‘governance-’ of beheersstructuur. Het is deze tekst die werd goedgekeurd door de bevoegde instanties en die in oktober vorig jaar voorgesteld is als hét actieplan e-Gezondheid.”
 

Wat is er nieuw?

“In het vernieuwde plan wordt er een nog grotere focus gelegd op multidisciplinaire samenwerking tussen zorgverleners en op een zorgverlening met zo weinig mogelijk paperassen. Eigenlijk werden de meeste van de oorspronkelijke actiepunten behouden maar kregen ze wel een duidelijkere en strakkere timing mee. Bovendien zijn ze hier en daar meer gepreciseerd.
 
Ingrijpende wijzigingen
De actiepunten ‘Standaarden en terminologiebeleid’ en ‘Governance, roll out en monitoring e-Gezondheid’ zijn sterk vernieuwd. En ook de actiepunten over het elektronisch patiëntendossier voor ziekenhuizen, de toegang tot medische gegevens door de patiënt en de samenwerking die nodig is om alle elektronische medische gegevens te verzamelen zijn ingrijpend gewijzigd.
 
Mobile Health
Tot slot werd ‘Mobile health’ als volledig nieuw thema toegevoegd. Bij de opbouw van de eerste versie van het plan werd dit ook reeds bekeken. Deze markt was toen echter nog te nieuw waardoor het moeilijk was om in te schatten wat de impact en de meerwaarde geweest zou kunnen zijn. Ondertussen staan we enkele jaren verder en is de evolutie van mobiele toepassingen niet meer te stuiten. Het was dan ook niet meer dan logisch om ‘Mobile Health’ toe te voegen in het actieplan.”
 

Actiepunt 20: Governance, roll out en monitoring e-Gezondheid

“Het actiepunt rond ‘governance’ is eigenlijk het twintigste en dus laatste, maar vaak begin ik hiermee als ik het actieplan wil uitleggen. Het is dan ook een heel belangrijk onderwerp. Door de complexe politieke structuur in België bestaat er op federaal niveau en op niveau van de gewesten en de gemeenschappen telkens een aparte stuurgroep voor deze materie. Allemaal zijn ze verantwoordelijk voor bepaalde stukken uit het actieplan. In het actieplan worden de verschillende actiepunten, of onderdelen van actiepunten, dan ook duidelijk toegewezen aan de verschillende instanties.
 
Vastleggen gebruiksregels
Het beheerscomité en het gebruikerscomité van het federaal eHealth-platform is verantwoordelijk voor het vastleggen van de gebruiksregels. In het geval van de elektronisch geregistreerde therapeutische relatie gaat dit dan bijvoorbeeld over de vraag: hoe lang moet een sessie op het eHealth-platform duren?
 
Projectmanager voor elk actiepunt
Voor de verdere uitwerking en uitrol zijn alle actiepunten toegewezen aan een dienst, een kabinet of een administratie. Voor elk actiepunt werd er een projectmanager aangesteld die de scope en de voortgang van het betreffende actiepunt moet bewaren. Ten slotte is er een program manager aangeduid die verantwoordelijk is voor de coördinatie tussen de verschillende projectmanagers. De program manager behoudt het globale overzicht over alle actiepunten en bewaakt mogelijke overlappingen tussen de verschillende werkgroepen. Hij rapporteert aan de verschillende stuurgroepen en officiële organen.
 
Deze structuur lijkt op het eerste zicht misschien ingewikkeld, maar hij is weloverwogen en efficiënt. Bovendien zijn alle verantwoordelijkheden nu duidelijk in kaart gebracht.”
 

Actiepunt 13: Standaarden en terminologiebeleid

“De gebruiksvriendelijkheid van eHealth-toepassingen is een belangrijk thema. Algemeen kunnen we stellen dat de meeste diensten en platformen eigenlijk goed werken. Het loopt vandaag echter nog te vaak fout in de vertaalslag van de interfaces waarmee de zorgverstrekkers moeten werken. Dit is te wijten aan een gebrek aan begeleiding over hoe deze interfaces precies gebruikt moeten worden en aan een gebrek aan functionele standaarden.
 
Functionele standaarden
In het oorspronkelijke plan waren al wel gegevens- en berichtenstandaarden opgenomen, maar het ontbrak aan functionele standaarden die bepalen hoe iets moet werken, waar bepaalde onderdelen terug te vinden zijn en hoe bepaalde elementen visueel voorgesteld moeten worden. Je kan het vergelijken met het dashboard van een wagen. Eender in welk land je een auto instapt, je weet meteen hoe deze werkt. De meeste knoppen en hendels zitten nagenoeg op dezelfde plaats en werken op dezelfde gestandaardiseerde manier. In de meeste softwarepakketten is dit vandaag jammer genoeg niet het geval. Dit is een heel belangrijk aandachtspunt voor de toekomst.”
 

Actiepunten 2, 6 en 10: toegang tot medische gegevens

“Op vlak van het elektronische patiëntendossier (EPD) van ziekenhuizen (Actiepunt 2) hebben we nog heel wat werk voor de boeg. Heel veel ziekenhuizen zijn voorlopers geweest op het vlak van het digitaal registreren van medische gegevens van patiënten. In eerste instantie deden alle ziekenhuizen dit volledig onafhankelijk van elkaar. Later hebben de verschillende ziekenhuizen zich gegroepeerd om via de zogenoemde hubs onderling gegevens uit te wisselen.
 
Twee tendensen
Er bestaan eigenlijk twee tendensen in dit verhaal. Er zijn ziekenhuizen die uitgaan van hun eigen systeem. Ze maken hun elektronisch dossier zo geavanceerd en uitgebreid mogelijk zodat andere partijen kunnen aansluiten indien ze dit wensen. Deze ziekenhuizen hebben in eerste instantie niet de intentie om af te stappen van hun eigen platform. De andere tendens gaat uit van datgene wat reeds bestaat, maar streeft ernaar om toch stilaan te komen tot een eenvormig elektronisch patiëntendossier.
 
Overheid: investeren in drie pakketten
De overheid heeft in het actieplan gestipuleerd dat zij, indien de sector dit wenst, bereid zijn om te investeren in een drietal goede pakketten die gebaseerd moeten zijn op standaarden en een lastenboek dat is opgesteld vanuit het terrein. Het spreekt voor zich dat deze drie pakketten perfect interoperabel moeten zijn met elkaar.”
 
Delen om samen te werken
Actiepunt 6 ‘Delen om samen te werken’ streeft naar een eenvormig patiëntendossier waar alle mogelijke medische gegevens in verzameld worden. Hierbij zal er vertrokken worden van al hetgeen reeds voorhanden is. Er bestaan vandaag al heel veel afzonderlijke delen, denk maar aan het medicatieschema, het Sumehr, het patiëntendossier van ziekenhuizen, enz. Door al deze gegevens te verzamelen in één dashboard kan je bepaalde geselecteerde info beschikbaar stellen voor de verschillende zorgberoepen. Het idee is om voor elk zorgberoep in een soort van kijkvenster te voorzien dat toegang geeft tot bepaalde informatie die relevant is voor de betreffende beroepsgroep.
 
Verschillende fases
In een eerste fase moet elk zorgberoep aangeven welke medische gegevens ze kan aanleveren en dit zowel binnen de beroepsgroep als multidisciplinair. Een arts kan bijvoorbeeld de gegevens voor het Sumehr aanleveren, terwijl apothekers, artsen en verpleegkundigen zich ontfermen over het medicatieschema. En ondertussen zijn ook al kinesitherapeuten en tandartsen bezig met het in kaart brengen van relevante medische informatie over hun patiënten. In de tweede fase zullen al deze gegevens verzameld worden en zal elk zorgberoep moeten aangeven welke informatie relevant is voor hun beroepsgroep. Je kan het zien als een grote digitale tafel waar alle gegevens op verzameld worden en waar elk zorgberoep kan uitzoeken welke informatie echt nuttig is voor hen. Het is duidelijk dat er heel veel gegevens zullen binnenkomen. In de laatste fase is het de bedoeling om per type patiënt en per doelgroep bepaalde filters te gebruiken. Deze filters of dashboards moeten het mogelijk maken om de vele medische gegevens overzichtelijk weer te geven. Elke zorggroep heeft nood aan een unieke verzameling van gegevens en zal dus waarschijnlijk een ander dashboard krijgen.
 
Toegang tot elektronische medische gegevens door de patiënt zelf
Actiepunt 10 sluit hier nauw op aan want het behandelt de toegang tot de elektronische medische gegevens door de patiënt zelf. Dit valt uiteen in twee grote luiken. De patiënt kan zelf bepaalde medische gegevens opslaan zoals bijvoorbeeld bloeddrukmetingen en moet tegelijkertijd ook zelf toegang hebben tot zijn elektronische medische gegevens. Hiervoor zal hij op gelijke voet staan met de zorgverstrekker. Hij zal dus net zoals de verschillende zorgberoepen worden uitgenodigd aan de digitale tafel om mee te beslissen welke gegevens hij wel en niet wil zien.”
 

Actiepunt 19 Mobile Health

“De ‘mobile’ markt is de laatste jaren sterk gegroeid, en ook in de gezondheidssector zal ze de komende jaren sterk aan belang winnen. Telemonitoring is een belangrijke innovatie in de chronische gezondheidszorg. Het laat toe om patiënten vanop afstand op te volgen. Patiënten zouden bijvoorbeeld, tussen twee afspraken door, zelf gegevens zoals bloeddrukwaarden kunnen opmeten en doorsturen.
 
Consultaties vanop afstand
Mobiele technologie maakt het ook mogelijk om consultaties vanop afstand te doen. Zo zou je in het kader van geestelijke gezondheidsopvolging een opvolggesprek kunnen doen door gebruik te maken van een live videochat. En zelfs de mogelijkheden van telegeneeskunde worden onderzocht. Hiermee kan een specialist bijvoorbeeld operatierobots bedienen bij de operatie van een patiënt aan de andere kant van de wereld.
 
Telemonitoring
De focus van dit actiepunt ligt vooral op telemonitoring. Er werd gekozen om voor vijf gedefinieerde therapeutische domeinen tussen nu en 2017 een juridisch-, evaluatie-, erkennings- en terugbetalingskader vast te leggen. De uitgekozen domeinen, waaronder ‘mental health’, ‘cardiovasculair’ en ‘stroke’, moeten als pilootprojecten fungeren. De opgedane expertise kan later gebruikt worden voor uitbreiding naar andere domeinen.”
 

Wat brengt de toekomst?

“Met dit ambitieuze actieplan e-Gezondheid heeft België al grote stappen gezet richting een functioneel en vooral gebruiksvriendelijke e-Gezondheid structuur. Er is de laatste jaren al heel veel veranderd en met dit plan zal België tegen 2018 een grote stap voorwaarts hebben gezet.
 
Uitdagingen
En toch liggen er nog heel wat uitdagingen voor ons. Vooral op het vlak van het elektronisch patiëntendossier voor ziekenhuizen, de vereiste multidisciplinaire samenwerking, het uitwerken van functionele standaarden en de communicatie over de stand van zaken van dit actieplan is er nog een lange weg te gaan.
 
Mentale klik
De grootste uitdaging van allemaal is echter het maken van de mentale klik. Sommige stakeholders zijn angstig voor de onzekerheden die verandering met zich meebrengen. Als ik één advies mag geven aan alle betrokkenen in dit verhaal is het dit: zet uw angst en uw vooroordelen opzij en probeer in te zien weke voordelen het ons zal brengen.
 
Zorg- en betaalmodel nodig
Ik heb ook nog een boodschap voor onze overheid. De transformatie op het vlak van eHealth moet hand in hand gaan met transformaties in de zorg- en betaalmodellen. Het actieplan dat vandaag op tafel ligt, mag dan nog zo goed zijn, als het zorg- en betaalmodel niet volgt, dreigt alles een maat voor niets te worden.”
 

Lees ook

Wil je op de hoogte blijven van het laatste zorgnieuws?

Wens je up-to-date te blijven van het laatste zorgnieuws?
Schrijf je dan hier in en ontvang 2-wekelijks onze nieuwbrief.