Typ om te zoeken

In the spotlight Innovatie Thuiszorg Woonzorgcentra Ziekenhuizen

Innoveren is niet voor niets een werkwoord

Delen

De digitale innovatiestroom is niet meer te stuiten, zeker niet na de ervaringen die zorgverleners én zorgvragers er de afgelopen maanden in sneltempo mee hebben opgedaan. Maar wie mee in die stroomversnelling wil duiken, zal toch eerst een pas op de plaats moeten maken. Innoveren is niet voor niets een werkwoord. We vroegen vier leidinggevenden uit de sector naar hun visie en ervaringen. 

Onze gesprekspartners: 

  • Stephan Claes, diensthoofd volwassenenpsychiatrie,
    Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven 
  • Fenna Heyning, directeur STZZiekenhuizen (NL) 
  • Laurent Hostekint, directeur Zorg bij Motena 
  • Rudy Maertens, algemeen directeur en dagelijks bestuurder AZ Alma,
    voorzitter raad van bestuur in4Care 

Waarom innovatie nodig is? Heel simpel”, opent Rudy Maertens: “Als kwaliteitgedrevenprofessionele zorgorganisatie ben je het de burger verplicht om jezelf regelmatig in vraag te stellen. Leveren we nog wel de juiste producten en diensten? Doen we dit nog op de juiste manier? Het is belangrijk dat je die ingesleten routines en hier en daar vastgeroeste processen en ideeën durft verlaten. Organisaties – klein of groot – die daar goed mee omgaan, zijn het meest futureproof. 

Fenna Heyning“Uiteraard is innovatie slechts een middel en geen doel op zich. Een middel om tot een betere patiëntenzorg te komen, betere kwaliteit te bieden, processen slimmer te organiseren… Dit alles zonder de beschikbaarheid en bereikbaarheid van zorg uit het oog te verliezen. En daarvoor, is betaalbaarheid nodig. Als we straks een uitstekende kwaliteit hebben waar slechts een enkele miljonair van geniet, dan hebben we het niet goed gedaan.” 

Autonome zorgvragers 

“Innovatie wordt in belangrijke mate gedreven door ontwikkelingen in de maatschappij”, verduidelijkt StephaClaes. “Zo zijn de meeste mensen vandaag veel autonomer en meer medeauteur en medebeslisser van het zorgproces. In lijn daarmee zien we ook een verschuiving van zorg in een ziekenhuis, of in ons geval psychiatrisch centrum, naar zorg in de eigen context. Men is minder geneigd om mensen maandenlang op te nemen en pas als ze helemaal genezen zijn weer weg te sturen.” 

Laurent HostekintKlanten zijn niet alleen mondiger, ze denken ook steeds individueler. Niet verwonderlijk, gezien hun ervaringenZodra je Facebook opent, krijg je de juiste schoenen gepresenteerd en in één klik zijn ze besteld. Dit soort evoluties maakt dat we ook in de zorg nog meer op maat moeten werken, nog meer geconnecteerd. Daarnaast is het een feit dat we te weinig middelen en te weinig mensen hebben om op de lange termijn goede zorg te blijven leveren. We moeten het beter doen met minder en daar speelt innovatie een belangrijke rol.” 

“Ik denk dat we die trend niet kunnen keren”, pikt Fenna Heyning in. “De ervaringen in dienstverlening van AirbnbBooking.com, webshops en online banking zijn de norm. Als je online een hotel boekt, is het heel gewoon dat de site je vraagt of je ook de Thalys of een ticket voor de Eiffeltoren wil reserveren. Maar als ik een patiënt zie voor een bepaalde klacht en die heeft nog een andere klacht, dan moet ik die naar een collega sturen. In het hoofd van die zorgvrager is dat niet logisch. Die verwacht een even geïntegreerde service. Dat is de ommezwaai waar we voor staan.” 

Van curatief naar preventief 

Stephan Claes – Diensthoofd Volwassenpsychiatrie Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven

StephaClaes: “Voorts is er die heel belangrijke beweging van curatief naar preventief. Ook binnen de specialistische geestelijke gezondheidszorg proberen we zo preventief mogelijk te werken. De arts-specialist is er nog steeds als expert, maar hij is niet alleenRondom de patiënt is er een heel netwerk: eerstelijnszorg, sociaal medewerkers, een mobiel team, familieleden… Als specialist breng je expertise in dat netwerk. Het gaat veel meer om superviseren en coördineren.” 

“Die veranderende rol brengt nog een aantal andere uitdagingen met zich mee”, vervolgt StephaClaes. “Er vindt veel overleg plaats, met de cliënt die zijn traject mee bestuurt, met de huisarts, familie en alle anderen personen in dat netwerk. Een belangrijk probleem is dat het financieel kader daar niet op is ingericht. Een zoomtafel om drie kwartier met z’n allen te overleggen, kan heel nuttig zijn, maar wordt niet vergoed. We gaan dus ook die financieringsmodellen moeten herbekijken.” 

En of we het nu leuk vinden of niet, onze maatschappij wordt steeds complexer”, vult Fenna Heyning aan. “Net zoals onze medische problemen steeds complexer worden. Er zijn meer mensen, we worden ouder, de medische zorg is beter en dus gaan mensen niet dood, maar leven ze met chronische aandoeningen, zelfs met verschillende tegelijk. Als zorgsector moet je daar een oplossing voor biedenliefst bij de patiënt thuis. Innovatie is daarvoor een belangrijk hulpmiddel.” 

Slimme technologieën en devices 

Rudy Maertens: “En zo komen er hoe langer, hoe meer slimme devices en technologieën in de huiskamer terecht. Smartwatches, slim textiel, slimme screens, sensoren Een burger zal in de nabije toekomst pakken data genereren. De vraag is nu hoe we zinvolle data tot bij ons krijgen en omgekeerd, en hoe we daarmee toegevoegde waarde gaan creëren. Wat dat betreft geloof ik enorm in artificiële intelligentie (AI) en in alles wat smartphonegestuurd en vooral laagdrempelig is.” 

“AI kan heel veel, maar is geen mirakeloplossing”, nuanceert Fenna Heyning. “Ervaren clinici hebben ook algoritmes in hun hoofd. Een jonge assistent kan uren nadenken over een probleem, terwijl een ervaren arts aan één vraag en antwoord genoeg heeft. Of denk aan die ervaren verpleegkundige die naar buiten kijkt, ziet wat voor weer het is en weet dat het een drukke nacht gaat worden Maar het zou natuurlijk fijn zijn moesten we niet alleen afhankelijk zijn van al die fantastische breinen.” 

StephaClaes: “Het probleem met wearables en apps is dat veel firma’s erop springen terwijl die laag degelijk wetenschappelijk onderzoek soms ontbreekt. En omgekeerd, als je dan iets goeds hebt gevonden, stoot je mogelijk op IT-issues, is de oplossing ontwikkeld door een firma die data bewaart op een server die niet is onderworpen aan de GDPR-regelgeving, of is de oplossing niet compatibel met je EPD. Dan krijg je dus te maken met Kafkaiaanse technologische problemen.” 

Drempels zijn er om te overwinnen 

Drempels zijn er natuurlijk altijd”, bevestigt Rudy Maertens. “Zo zal de regelluwte en vrijheid om innovatieuit te proberen per land verschillen. Dan zie je dat er inderdaad plots een coronacrisis nodig is om de al vaak genoemde voorbeelden van telemonitoringtelegeneeskunde en medische apps mogelijk te maken, zonder dat er lang gepalaverd wordt over de vraag of een consult via videoconferencing al dan niet als raadpleging meetelt en dus gefinancierd moet worden.” 

Laurent Hostekint – Directeur Zorg bij Motena

Laurent Hostekint: “Bij veel collega’s zag je hun terughoudendheid als sneeuw voor de zon verdwijnen. Zaken zoals Zoom, waar voordien niet veel mensen fan van waren, lukten plots wel. Sterker nog, iedereen was heel bereid. Nu we weer overgaan op het gewone normaal speelt die winst aan tijd en efficiëntie mee. Voor groepssessies met patiënten is zorg op afstand niet evident, maar bij bepaalde therapieën kan het wel. Het geloof in telehealth is zeker gegroeid.” 

“Sommige issues waar mensen problemen mee hebben zijn terecht”, aldus Rudy Maertens. “Privacy bijvoorbeeld, efficiëntie of wetenschappelijke validatie. Maar zonder openheid zou innovatie ellenlang duren en dat staat haaks op wat innovatie eigenlijk is: iets dat relatief snel gebeurtin een regelluw kader en in failfast mode: lukt het niet, dan trekken we er een streep onder. Of neem de scrummethodologie uit de IT, waarbij men in teams iteratie per iteratie snel tot een eindresultaat komt. Tijdens de ontwikkeling stuurt men het project on the fly bij. Dit wil zeggen dat je enig risico moet nemen, maar ook dat de doorlooptijd aanzienlijk verkort.” 

De bril van verandermanagement 

“Ik denk dat je het met de bril van verandermanagement moet bekijken”, verklaart Fenna Heyning. “We weten dat je die 10% van early adopters hebt, die elke verandering omarmen. En aan de andere kant heb je die 10% die altijd tegen is. De meerderheid? Die zit gewoon in het midden. Die moet een zekere urgency of een zekere pijn ervaren om over de drempel te gaan. Het positieve van de coronaviruscrisis is dat niet alleen die 10%, maar die hele middengroep gelijk mee was. Zo zijn er mooie dingen ontstaan. 

StephaClaes: “Binnen de GGZ moesten we plots massaal omschakelen naar Zoom en Skype. Dat was een uitkomst, maar in onze sector toch een suboptimale manier van werken. Een cliënt spreken via beeldbellen is heel anders dan wanneer je die persoon in alle privacy in een consultatieruimte spreektMaar in een aantal situaties is en blijft het een goed alternatief, zeker als je de patiënt kent. Patiënten krijgen nu de keuze. 10-20% verkiest om afspraken via Zoom te laten plaatsvinden.” 

Doorsneegenomen is er een zekere traagheid om te komen tot inbedding en aanvaarding”, licht Rudy Maertens toe. “Een voorbeeld is Virtual Reality (VR). Tijdens minder ernstige ingrepen of behandelingen kan je VR heel goed inzetten om pijn beter te beheren. Maar het is natuurlijk makkelijker om naar die traditionele verdovende middelen te grijpenWe moeten durven nadenken over hoe we enerzijds voldoende veiligheid garanderen en anderzijds regelluwte en snelheid creëren om innovatie toch de ruimte te geven.” 

Enkele van de blijvers 

Fenna Heyning – Directeur STZ-Ziekenhuizen (NL)

Laurent Hostekint: “Voor de crisis waren enkele afdelingen van onze woonzorgcentra al aan het pilootdraaien met Whatsapp om doorheen de dag foto’s te sturen naar familie. Bezoek komt hier vrijwel altijd na 17 uur, wanneer alle activiteiten stilliggen. Dan is het hier stil, terwijl we overdag toch veel plezier maken. Wat toen als een groot project werd gezien, was met Covid-19 ineens mogelijk in twee dagenDe coronacrisis heeft dit soort ontwikkelingen versneld en tegelijkertijd de bereidheid sterk verhoogd, bv. om bezoektijd te reserveren.” 

Neem een ziekenhuis”, illustreert Rudy Maertens. “Dat is eigenlijk een groot, open huis. Iedereen wandelt hier zomaar naar binnen. Dit soort processen stellen we, in die pandemiewereld waar we voortaan rekening mee moeten houden, grondig in vraag. Een van de dingen waar ik aan denk voor toegangscontrole en traceerbaarheid is bv. dat mensen zich moeten registreren en vervolgens een QR-code krijgen die ze downloaden op hun smartphone en die hen op het juiste moment op de juiste locatie toegang geeft tot de service of de persoon die ze wensen.” 

Fenna Heyning: “In maart lanceerden het OLVG, 1 van de STZ-ziekenhuizen, en partnerziekenhuizen de Luscii corona-app. Mensen die zich zorgen maakten, konden de app downloaden, vragen beantwoorden en dankzij algoritmen kon men dan te weten komen hoe waarschijnlijk of onwaarschijnlijk het is dat men corona heeft, waarbij die eerste groep door een medisch team werd gecontacteerd. Waarom dit zo’n mooi voorbeeld is? Omdat dat algoritme 90% van de gebruikers vrijwel meteen kon geruststellen. Het is die efficiency- en kwaliteitsslag die je met innovatie wil maken.” 

Meer op de innovatiestapel 

“Voor het opvolgen en monitoren van symptomen in de eigen thuissituatie bestaan al verschillende middelen”, vervolgt StephaClaes. “ESM-gebaseerde zelfmonitoring bv. geeft de patiënt meer grip en biedt ook veel aanknopingspunten naar therapie toe. Daarnaast zijn we op zoek naar oplossingen die men makkelijk in het dagelijks leven integreert. Ik denk bv. aan de Chill+ van Imec, een wearable die hartritme, temperatuur en bewegingspatronen registreert om stressniveaus te meten. 

Rudy Maertens – Algemeen Directeur en Dagelijks Bestuurder AZ Alma

Rudy Maertens: “Door al die data slimmer te verwerken en met algoritmes te onderbouwen, komen we tot slimmere oplossingen en een hoger serviceniveau. Neem een patiënt met ‘iets aan zijn bewegingsstelsel’. Het lijkt niet dringend, dus na weken wachten komt die patiënt bij een specialist, om daar te horen dat hij eigenlijk bij een andere specialist moet zijn. Met een chatbot zou je op basis van algoritmes een betere eerste selectie kunnen maken. 

Zelfs dat multidisciplinair overleg hoeft niet in-person, dat kan ook virtueel” oppert Fenna Heyning. “En het hoeft ook niet allemaal op hetzelfde moment. Al je binnen de 48 uur jouw expertise bijdraagt, dan is dat toch ook goed?! Bij aanvang van de crisis was er geen tijd om dit soort structuren overnight aan te passen. Nu is het juist wél wenselijk om de tijd te nemen en naar de organisatorische kant te kijken. 

Ouderen zijn geen digibeten 

Laurent Hostekint: “In de ouderenzorg gaat het slim gebruik van data meer spelen. VR, wearables, sensoren, slimme televisies en koelkasten… Het zijn allemaal zaken die ervoor zorgen dat de familie en zorgprofessionals ouderen zo lang mogelijk in de thuisomgeving kunnen ondersteunen en op basis van bepaalde indicaties preventief ingrijpen. Maar, de grote maar, we mogen technologie niet als oplossing zien; eenzamen haal je niet met Zoom uit de eenzaamheid. Dat warme, menselijke element blijft belangrijk.” 

Innovatie spitst zich voor deze groep momenteel vooral toe op het monitoren van veiligheid, valdetectie en het vroegtijdig detecteren van bepaalde aandoeningen, zegt ook StephaClaes. “Hier proberen we samen met Imec verdere stappen in te zetten. (Red.: in augustus stelde Imec een prototype voor van een chip die contactloos lichaamsfuncties kan registreren of gebaren kan herkennen). Ook niet onbelangrijk: het aantal digibeten neemt af. Toekomstige ouderen maken een digitale inhaalslag. 

Rudy Maertens: “We kennen allemaal Zora– en andere humanoïde robots die ouderen meer doen bewegen of helpen met bepaalde taken, zoals een skype- of videocallVerder bestaan er inderdaad al verschillende tools en sensoren die je kunt inbouwen in een ruimte om te registreren of iemand valt, in zijn bed blijft liggen, voor temperatuurmeting, etc. Dat zijn allemaal technologieën die meer matuur zijn en in de toekomst deel zullen uitmaken van dat netwerk rondom die oudere.” 

Zorg anno 2020-2025 

En zelfs dan zal er altijd iets zijn als een persoonlijke band”, duidt Fenna Heyning. “Hoe ernstiger de situatie of de aandoening, hoe meer we die persoonlijke band moeten koesteren, zonder het digitale uit de weg te gaan. Het kan heel fijn zijn voor een patiënt als hij zich niet elke keer hoeft te verplaatsen. Zelfs een slechtnieuwsgesprek op afstand – wat voor corona echt not done zou zijn – moet kunnen, als die patiënt zich daar prettiger bij voelt.” 

Laurent Hostekint: “Het belangrijkste is dat zorgverleners zich meer kunnen bezighouden met wat er voor hen en hun patiënten echt toedoet: zorg verlenen. Al die apps, digitale oplossingen en communicatiehulpmiddelen zijn er vooral om admin en een deel van de rompslomp kwijt te zijn. De dag dat zorgdossiers automatisch worden ingevuld komt nog wel. 

We moeten voor innovatie durven openstaan”, besluit Rudy Maertens. “Zorgprofessionals moeten beseffen dat wat ze vandaag leren morgen 180° kan veranderen: ‘Wat betekent dit dan voor mijn werk, voor mijn rol, voor de processen?’ Wat we niet mogen vergeten, is dat de aankomende generatie al deze ontwikkelingen evident gaat vinden: ‘Werkt u niet met AI, dokter? Dan ben ik hier aan het verkeerde adres’, zou onze toekomstige zorgvrager wel eens kunnen zeggen.” 

Laat een commentaar na

Your email address will not be published. Required fields are marked *