Typ om te zoeken

HR In the spotlight Innovatie Woonzorgcentra

“Je kan niet zomaar topdown nieuwe rollen implementeren bij je zorgmedewerkers en hopen dat dat werkt”

Delen

De Woonleefwijzer  

Covid-19 zette in veel woonzorgcentra de evolutie naar wonen en leven als centrale visie on hold. Plots stonden strikte procedures weer vooro– ten koste van levenskwaliteit, zelfregie en sociale contacten. Ging daarmee verloren wat er de voorbije jaren werd opgebouwd op basis van de Woonleefwijzer, een inhoudelijke visie op wonen en leven en een concept voor organisatieontwikkeling, dat op vraag van het Agentschap Zorg werd ontwikkeld met de back-up van de koepels Zorgnet Icuro , VVSG en Vlozo (Vlaams Onafhankelijk Zorg Netwerk)Toch nietDeze crisis trok onverwachte dynamieken op gang.”  

Wonen en leven is ontzettend belangrijk voor de bewoners van woonzorgcentra. De focus op wonen en leven behouden bij complexe zorgproblematieken, is niet eenvoudig. Sterker: het vereist een paradigmashift voor traditioneel gerunde woonzorgcentra. 

Daarom werd op basis van een uitgebreid aanbevelingenrapport in 2015 de WoonLeefWijzer ontwikkeld: een uitgebreide leidraad voor organisatieontwikkeling naar wonen en leven in WZC’sVijf jaar verder maakt Actual Care in een online groepsgesprek met de vier drijvende krachten achter de Woonleefwijzer een tussenstand op. 

De Woonleefwijzer kwam er op vraag van het Agentschap Zorg over de koepels heen – net op het moment dat langer thuis wonen en zo lang mogelijk autonoom zijn steeds meer de norm wordt 

Annemie Vanden Bussche: “Klopt – en wat het project meteen al uniek maakt, is dat het door de koepels samen is ontwikkeld (Zorgnet-Icuro, VVSG en Vlozowdh). De naam zelf is ook neutraal. 

“De nood aan beter wonen en leven in alle woonzorgcentra is heel acuut. Naar een WZC verhuizen is je vertrouwde stek opgeven als het écht niet meer gaat. Dat doe je nog steeds voor maanden of zelfs jaren. We hebben het dus over chronische zorgverlening waarbij kwaliteit van wonen en leven voorop moet staan.”  

Inge Singulé: “Los van de koepel waartoe ze behoren, staat elk woonzorgcentrum voor dezelfde uitdagingen. Ik heb het gevoel dat onze neutraliteit meteen ook een van onze troeven is.” 

Wonen en leven wordt bij de overstap naar een woonzorgcentrum juist nog veel belangrijker. Heel wat mensen met een zorgnood kunnen wonen en leven moeilijk voor zichzelf invullen. En dan hangt het ervan af waar je terecht komt en hoe zorgmedewerkers met je omgaan, maar het is essentieel tijdens de laatste levensfase. Het is niet omdat je een zorgnood hebt, dat je moet inboeten op levenskwaliteit – integendeel.”

Patrick Verhaest: De gemiddelde verblijfsduur is toch anderhalf jaar. Dat betekent dat er ook mensen vier of vijf jaar wonen. Ook sterven is een deel van het leven. De manier waarop familie in de laatste levensfase betrokken is bij de palliatieve omkadering, is het verlengde van de manier waarop mensen hun leven geleefd hebben. 

Iris De Mol: “De aandacht voor wonen en leven is een nieuwe maatschappelijke stroming. De managementaanpak maakt plaats voor een meer mensgerichte aanpak. Het verhaal van wonen en leven is een verhaal van de hele sector waaraan voortdurend geschreven wordt.”

Inge Singulé: “Ook in ziekenhuizen wordt steeds meer naar dat menselijke aspect gekeken. Zorg kun je ook anders benaderen dan het afwerken van de therapeutische checklist. Net als in de woonzorg speelt de familie een belangrijke rol, ook al is de acute zorg een heel ander gegeven. In een ziekenhuis ligt een mens, geen nummer.” 

Inhoudelijk is de Woonleefwijzer opgebouwd rond zes sporen: eigen leven, huiselijk leven, actief leven, cultuurleven, buurtleven en het betere leven.

Patrick Verhaest: “We zijn vertrokken van de vraag wat wonen en leven nu precies inhoudt. De voorgeschiedenis is te vinden in het werk van de animator. Die bleek op die zes dimensies te werken. Daaruit ontstonden de beroepsrollen voor de woonleefbegeleider, zoals de livingbegeleider die samen met het huisgericht werken van alle medewerkers zorgt voor een huiselijk leven. De zes dimensies van wonen en leven zijn ook uitgesproken dimensies in de werking van het wzc. Met de Woonleefwijzer goten we dat uitgangspunt in een taal voor de zorgmedewerkers.”  

Annemie Vanden BusscheVooral de eigen regie in handen houden is een hele belangrijke. Het is de basis van het proces naar verandering dat we met de Woonleefwijzer willen bereiken. Je autonomie behouden als je je intrek neemt in een woonzorgcentrum, is een grote meerwaarde.”

Iris De MolCo-creatie met medewerkers en bewoners om te komen tot een betere zelfregie is essentieel als we een woonzorgcentrum begeleiden. We zijn niet de professionals die vanuit een ivoren toren een kader bij elkaar verzonnen. We schakelen klankbordgroepen in waaraan we onze ideeën aftoetsen.”

Op welke manier heeft de Woonleefwijzer impact op de organisatie van woonzorgcentra. Hebben de medewerkers een nieuwe invulling van hun job? Welke opleidingen volgen ze? 

Inge SinguléGeen enkel woonzorgcentrum is hetzelfde. Tijdens een veranderingstraject vallen de verschillen heel erg op. We gaan eerst samen naar de essentie: het geluk van de bewoner. Dat vertalen we in eigen regie of autonomie, je verbonden voelen, je competent kunnen voelen… zoiets in de praktijk toepassen, vereist een complete omslag in de organisatie. Een bewoner hoéft niet om 9 uur gewassen te zijn, maar dat vereist andere manieren van werken en van leiding geven. Er moet een stevig draagvlak voor bestaan doorheen de hele organisatie. Je kan niet topdown nieuwe rollen implementeren en hopen dat dat werkt.

Patrick Verhaest: “Eigen regie verhoogt de authenticiteit. Je ziet en voelt het meteen wanneer bewoners in hun eigen kracht staan. Medewerkers die erin meegaan, halen er heel veel motivatie uit. En voor familie is het een verademing.” 

Hoe wordt het nieuwe welbevinden gemeten?

Iris De Mol: We kunnen het niet zwart op wit meten, maar we weten wel dat inzetten op ‘wonen en leven’ impact heeft op het welzijn van bewoners én op de werkbaarheid op de werkvloer. De medewerkers ervaren een hogere kwaliteit in hun werk. Onderzoek toonde al aan dat hoe meer ruimte medewerkers krijgen om met bewoners bezig te zijn, hoe hoger ze de kwaliteit van hun werk inschatten.”Annemie Vanden Bussche: We krijgen feedback dat het anders en beter is, zonder dat dat zwart op wit staatAls woonzorgcentra vaststellen dat de tevredenheid daalt, dan kan het ook zijn dat de bewoners gewoon kritischer worden. Daar moet je dus mee oppassen. Als je meer regie krijgt, dan neem je die ook. 

Inge Singulé: Als ik van een poetshulp hoor dat ze niet langer het gevoel heeft dat ze naar haar werk gaat, maar thuis komt, dan zegt dat al heel veel. Een directeur vertelde met dat  sinds het woonzorgcentrum met wonen en leven bezig, is ze veel spontane sollicitaties krijgen. Dan weet je dat zoiets ook buiten het Woonzorgcentrum wordt opgepikt.

Vereisen de zes aspecten van de Woonleefwijzer niet een totaal andere opzet en inrichting van wat een woonzorgcentrum is, met kleinere units en gemengde generaties? 

Iris De Mol: “Wat telt is de visie. Kleine units zijn geen noodzaakJe moet naar verandering toewerken vanuit een gedragenheid van bewoners en medewerkers. Je kan buurtgericht werken of in kleine teams werken niet topdown invoeren. De kans is dan heel klein dat het werkt voor je bewoners. Co-creatie is echt essentieel. 

Inge Singulé: “Tijdens projecten en ook in de Masterclass stellen we altijd de vraag wat medewerkers al sterk vinden aan hun woonzorgcentrum en hoe hun ideale woonzorgcentrum eruit zou zien op basis van de Woonleefwijzer. Dan kom je inderdaad vaak tot kleiner units ingebed in de buurthuizen met speciale voorzieningen, gewoon in een woonkern. Natuurlijk zijn er ook heel wat nieuwe woonzorgcentra die grootschalig zijn en die zich de vraag stellen of ze wel aan de slag kunnen met de Woonleefwijzer. Maar volgens mij kan dat wel. Je kan heel wat principes ook in een groter gebouw toepassen. 

Patrick Verhaest: “Een voorbeeld: we hebben nog heel wat oudere gebouwen waar de ene woning enkel bereikt kan worden via de gang van de andere woning. Zoiets verhoogt het institutionele karakter en zou zeker voor mensen met dementie anno 2020 echt niet meer mogen voorkomen.  Als je een compleet nieuwe voorziening uittekent vanuit een heldere visie op wonen en leven, dan kom je natuurlijk tot heel andere dingen. Maar evolutie is soms krachtiger dan revolutie. Als teams nadenken over een verbouwing vanuit een dergelijke visie, dan blijken creatieve oplossingen mogelijk. En vooral: op zo’n moment groeit de gedeelde overtuiging over zorg voor wonen en leven en versterkt de werking.

Maar zijn er ook quick wins mogelijk in bestaande, traditioneel opgezette settings

Inge Singulé: “Absoluutmaar je moet wel de mensen méé hebben. Anders verdampt een goed idee vaak gewoon. Je ziet soms organisaties die voorzichtig met enkele medewerkers de temperatuur meten, maar in hun schulp kruipen omdat collega’s onder een hoge werkdruk klagen dat die ene collega ‘te lang bezig is met een bewoner. De mindset in de organisatie moet veranderen om quick wins te realiseren. Maar dan gebeurt het ook vrij snel. 

Patrick Verhaest. “Het gaat inderdaad over de optelsom van alle individuele medewerkers die op een andere manier gaan werken. Vroeger organiseerde men de activiteit voor de bewoner, nsteeds vaker mét de bewoners.Een DJ van 85 die met zijn eigen platencollectie aan de slag gaat. Dat bedoel ik met die authenticiteit. 

Van 2018 tot 2020 werden meer dan 30 woonzorgcentra begeleid naar beter wonen en leven op basis van de Woonleefwijzer. De coronacrisis deed de sense of urgency extra hard voelen. 

Annemie Vanden Bussche: Tijdens de eerste coronagolf hebben Inge en Iris nauwe contacten onderhouden met de woonzorgcentra. Toen hebben we heel sterk dat spanningsveld gevoeld. Als de nood op hygiënisch en infectievlak plots heel hoog wordt, dan verdwijnt de focus op wonen en leven toch naar de achtergrond. 

Inge Singulé: “Tijdens de eerste lockdown begeleidde ik online een tiental groepen uit de woonzorgcentra over wonen en leven. Door de noodzaak van kleine bewonersgroepen en omdat er geen bezoek meer toegelaten was, begonnen zorgmedewerkers spontaan een andere aanpak te vertonen. Meer aandacht voor het individu en voor de activiteiten die hij verkiest. Noodzaak leidde snel tot quick wins. 

De moeilijkheid is dan hoe je die vasthoudt. Enkele woonzorgcentra besloten om met kleine teams te blijven werken, anderen schakelden gewoon terug over naar de oude manier van werken. Maar zo’n crisissituatie maakt blijkbaar toch veel mogelijk. Mensen kunnen niet anders meer dan vanuit de drive te werken waarmee ze in het vak gestapt zijn. Alle systemen en regels vallen even weg.”

Iris De Mol: “Bij sommigen is meer dan ooit het bewustzijn gegroeid toen de bewoners door corona op de tweede plaats kwamen te staan. Ik merk vandaag nog steeds dat woonzorgcentra het moeilijk hebben met bezoekregeling, de bewegingsvrijheid en de sociale contactenMaar ze merken ook dat het welbevinden van bewoners en medewerkers sterk met elkaar verweven isHet is een organisch geheel. Sommige WZC zijn net daardoor mee in het bad gesprongen. 

Wat zijn nu de volgende stappen? Gaat het Agentschap Zorg hier verder mee aan de slag? Komen er nieuwe beleidsinitiatieven?
 

Iris De Mol: “We blijven gaan, op verschillende sporen. Als huizen van elkaar horen dat ze van start zijn gegaan met wonen en leven, leidt dat tot een sneeuwbaleffect. Ik ben ook heel trots op het procesmatige luik, naast de inhoudelijke accenten. Met een goed begeleid proces kan je echt het verschil maken. 

Annemie Vanden Bussche: Nu moeten we de regelgeving mee krijgen. Hoe kan het beleid woonzorgcentra nog meer faciliteren om te doen wat eigenlijk hun essentie is? Het antwoord is: meer regie geven aan de woonzorgcentra zelf. De regelgeving is gemaakt voor de slechtste van de klas: te uitgebreid, te streng. Als overheid een stuk loslaten en vertrouwen geven, is ook een paradigmashift.” 

Inge Singulé: In woonzorgcentra zijn ook dringend andere profielen nodig dan zorg- en verpleegkundigen. Psychologen en orthopedagogen, bijvoorbeeld. Zorg en niet-zorg kunnen mekaar op een positieve manier beïnvloeden, maar ook daar moeten middelen en regelgeving mee. Tijdens Covid kregen heel wat woonzorgcentra hulp van buitenaf, van maatschappelijk werkers en psychologen. Die kruisbestuiving had vaak een immens positieve invloed. 

Patrick Verhaest: We zitten nog té vast in een therapeutische manier van denken, zeker als het over wonen en leven gaat. Tuintherapie, hypotherapie… elk aspectje van het gewone leven wordt therapeutisch aangepakt, maar daar zijn we te ver in doorgeschotenMet de agogen haal je de specialisten van het gewone leven aan boord om kwetsbare mensen in hun eigen kracht op te volgen. Dat is een hele andere manier van kijken – complementair aan de therapeutische en medische invalshoek. ” 

www.woonleefwijzer.be  


De Woonleefwijzer: wie is wie?

page8image1742464

Annemie Vanden Bussche is projectmedewerker Wonen en Leven en Prezo implementatiepartner. Als Educatief medewerker voor Cairos, een vzw verbonden met Caritas werd Annemie door Zorgnet Icuro gevraagd om vanuit de animatiefunctie Wonen en Leven inhoudelijk te evalueren en uit te werken tot de Woonleefwijzer.

page8image1774496

Inge Singulé begeleidt als procescoach cultuurverandering binnen de woonzorgcentra. Inge ligt mee aan de basis van het lerend netwerk rond de Woonleefwijze waarbij ook een Masterclass werd opgezet over verandering voor directies en stafmedewerkers die een cultuurtransitie willen doorvoeren.

 

page8image1778528

Iris De Mol werd als stafmedewerker Ouderenbeleid bij VVSG betrokken bij de inhoudelijke luik van de Woonleefwijzer, vooral op het vlak van de omslag van animator naar begeleider wonen en leven. Iris zette mee de vormingsreeks op rond de verschillende rollen van wonen en leven voor woonzorgcentra.

page8image1769792

Patrick Verhaest is opleidingscoördinator Wonen en Leven en begeleider-animator in de ouderenzorg aan HIK Volwassenenonderwijs in Mol. Hij adviseert omtrent dementievriendelijke woonomgevingen bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen. Op basis van die expertise werkte hij mee aan de inhoudelijke achtergrond van de Woonleefwijzer en begeleidde hij mee de focusgroepen die geleid hebben tot beleidsaanbevelingen.

Laat een commentaar na

Your email address will not be published. Required fields are marked *