Typ om te zoeken

Geen onderdeel van een categorie

Klinische studies: Europese harmonisering versus Belgische troeven? 

Delen

Volgens de jongste gegevens van sectorfederatie Pharma.be loopt België samen met Denemarken nog steeds voorop als aantrekkelijke omgeving voor klinische studies. Momenteel lopen er een 1600-tal. Actual Care vroeg Greet Musch, Directeur-generaal van het federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten (fagg), naar het hoe en het waarom van ons gunstige ecosysteem, naar de impact van de regulerende rol van de overheid en naar de effecten van de Europese harmonisering die er in 2018 aankomt.  
 

België is een gunstig ecosysteem voor klinische studies. Volgens ceo Catherine Rutten van Pharma.be waren er in 2015 alweer 6% meer aanvragen (interview De Standaard 9 mei). Welke factoren spelen daarin mee?

Greet Musch: “We zijn een klein land, maar toch wijd en zijd erkend voor onze klinische expertise. Je vindt hier sterk gespecialiseerde klinische centra. De korte tijdslijnen voor het goedkeuren van een aanvraag voor een klinisch onderzoek spelen in ons voordeel. Een historisch gegroeid voordeel dat we voorlopig weten te behouden. Onze regulerende instanties, waaronder het fagg, hebben in heel Europa een stevige reputatie, zowel qua regulatory expertise als voor de wetenschappelijke knowhow waarmee klinische proeven er beoordeeld worden. Dat schept heel wat vertrouwen.”
 

Waarin zijn de Belgische klinische centra vooral gespecialiseerd?

“De universitaire ziekenhuizen spelen een grote rol: rond de KU Leuven zijn er belangrijke clusters  -voor oncologie en pediatrische oncologie. Vroege fase-ontwikkeling in kankeronderzoek is een domein waar België op Europese schaal zijn sporen verdient. 30 procent van de trials heeft betrekking op oncologie, daarna op onderzoek naar toepassingen voor het centraal zenuwstelsel, dan infectieziekten. De onderzoeken zijn zowel  industrie- als academisch gedreven.”
 

“Vroege fase-ontwikkeling in kankeronderzoek is een domein waar België  op Europese schaal zijn sporen verdient.”

 

Welke types klinische studies bestaan er eigenlijk allemaal?

“Er zijn vier belangrijke fasen. Fase 1 studies zijn de zogenaamde first-in-men clinical trials waarbij na het toxicologisch onderzoek de eerste dosis in de mens wordt toegediend. Dan is de exploratory fase. Fase twee wordt op een groter aantal deelnemers getest. Het onderzoeksdoel hier is nagaan of het veilig en effectief gebruik van het geneesmiddel de goede richting ingaat. Fase 3 gebeurt op een zeer grote populatie: de confirmatory phase. Net als in fase 2 gaat het hier vaak om multinationale studies. Fase 4, de postmarketing surveillance trials, zijn meestal studies van geneesmiddelen die al op de markt zijn. Daar vinden we ook meer het academisch onderzoek terug.”
 

Op welke gebieden staat België aan de top in klinische studies?

“We zijn een klein land met een kleine populatie. Grotere studies – vooral fase 3 – worden vaak in Azië en Zuid-Amerika uitgevoerd omdat de populaties daar groter zijn. België springt er vooral uit in de vroege faseontwikkeling, fase 1 dus, dankzij onze uitstekende researchmethoden en klinische centra én omdat de overheid snel groen licht kan geven voor studies. Die elementen zorgen dat we samen met het VK en Denemarken zowat koplopers zijn in het Europese verhaal. We moeten natuurlijk ook oppassen met vergelijkingen tussen de lidstaten. Interventionele klinische proeven met geneesmiddelen of niet-interventionele met medische hulpmiddelen kunnen al eens door elkaar lopen.”
 

Is er een evolutie in types klinische studies?

“De verhouding blijft de jongste jaren vrij gelijk. Dat betekent dat we ondanks de vele wijzigingen een gunstig en stabiel klimaat kennen in de omgeving van klinische proeven. We zien het aantal trials zelfs toenemen, zoals binnen oncologie. Dat zien we ook op het niveau van het Europees geneesmiddelenagentschap, waar het aantal nieuwe marktvergunningen sterk oncologisch gericht is. Dat is wel een algemene evolutie.”
 

Veiligheid dan: vaak gebeurt het niet, maar ongelukken met klinische proeven krijgen altijd bijzonder veel media-aandacht.

“De wetgeving is enorm uitgebreid om deelnemers aan klinisch onderzoek – vrijwilligers en patiënten – te beschermen. De studies gebeuren in een sterk gecontroleerde omgeving, met strenge good clinical practice vereisten. Die worden strikt opgevolgd en gecontroleerd door overheid en verantwoordelijken. De monitoring van mogelijke nevenwerking wordt zoveel mogelijk proactief uitgevoerd. Er is ook een duidelijke Europese wetgeving rond veiligheid. De evaluatie van alle safety events wordt op een geharmoniseerde manier aangepakt. De kwaliteitsvereisten waaraan een centrum, een investigator en een sponsor moet voldoen om een studie te kunnen doen zijn groot. En dan is er de opvolging door de autoriteiten op het vlak van audit, inspectie en evaluatie van mogelijke nevenwerkingen die gecoördineerd gebeurt.”
 

“De kwaliteitsvereisten waaraan een centrum, een investigator en een sponsor moeten voldoen om een studie te kunnen doen zijn groot.”

 
“Nog niet zo lang geleden was er in het Franse Rennes een overlijden van een deelnemer aan een survey (door de Portugese medicijnenproducent Bial en het Franse laboratorium Biotrial na een test van experimenteel neurologie-gerelateerd geneesmiddel, red.). Een ongelukkig voorval, maar net als de TGN1412-case tijdens een first-in-man studie bij Parexel in Londen in 2006 een grote uitzondering. Natuurlijk is geen enkel onderzoek ooit zonder risico, ondanks de strikte regelgeving en opvolging. De boodschap naar het grote publiek moet zijn dat klinische proeven broodnodig zijn om zo snel mogelijk innovatieve geneesmiddelen bij onze Belgische patiënten te brengen. We zien dat meer en meer patiënten opgenomen worden in een trial en dat daardoor gelukkig betere vooruitzichten krijgen op het vlak van hun levenskwaliteit en levensduur. De baten overstijgen ruimschoots de risico’s. Op Europees vlak wordt nu grondig onderzocht of de regelgeving rond veiligheid nog beter kan.”
 

Zijn er ook knelpunten en zwaktes in de Belgische clinical trial omgeving? Amper 10 procent van de testprocedures mondt na een jarenlang traject ook effectief uit in een nieuw geneesmiddel, zegt Pharma.be. De investeringen zijn groot, de uitkomst onzeker.

 

“De overheid gaat het rekruteren van patiënten voor klinische studies faciliteren”

“Gezonde vrijwilligers of patiënten snel rekruteren loopt niet zo vlot in België. Daarom gaat de overheid het rekruteren van patiënten voor klinische studies faciliteren. Momenteel wordt dat onderzocht in samenwerking met het wetenschappelijk instituut voor Volksgezondheid. Ook de kosten van het klinisch onderzoek zijn een heikel punt. Farmabedrijven kijken uiteindelijk naar hun return on investment, concreet de uiteindelijke terugbetaling door het RIZIV. Welke criteria hanteren ze om al dan niet een studie uit te voeren in België? Zolang er geen meer predictable outcome is van in hoeverre het geneesmiddel kan terugbetaald worden, hoe minder men geneigd is om te investeren in klinische proeven. Van geneesmiddelenontwikkeling tot het op de markt brengen en terugbetaling aan de patiënt is de rode draad in een proces dat ook nationaal moet geoptimaliseerd worden.”
 

Is er een evolutie in de vergoedingen?

“Of de vergoedingen correct zijn, is een bevoegdheid van de Commissie voor Ethiek. Voor het toelaten van een klinische proef moet het fagg, maar ook die commissie groen licht geven. De vergoedingen die worden gegeven aan deelnemers van klinische proeven moeten correct zijn en in verhouding met de onkosten. Het fagg komt niet tussen in de hoogte van de vergoedingen, wij beoordelen alleen het wetenschappelijk gedeelte van de aanvraag. De Commissie voor Ethiek gaat over naar de patiëntbescherming: te hoge vergoedingen om mensen over de streep te krijgen, zijn niet aangewezen.”
 

Wat met de indekking voor artsen en ziekenhuizen die studies faciliteren?

“Voor de sponsor, degene die de eindverantwoordelijkheid draagt voor een onderzoek, geldt de no-fault-liability. Wat er ook gebeurt tijdens het klinisch onderzoek, zelfs zonder causaal verband, zoals een ongeval op weg naar het ziekenhuis waar het klinisch onderzoek uitgevoerd wordt: alle onkosten moeten vergoed worden. Dat blijft behouden in de wetgeving. De manier waarop men daarmee omgaat, hangt af van de centra in de ziekenhuizen. Meestal zijn de risico’s gedekt door de verzekering van het ziekenhuis. Een andere mogelijkheid is verzekeringsmaatschappij Assuralia. Maar altijd geldt de no-fault-liability.”
 

De Europese harmonisering van 2018 zet sterk in op transparantie. België heeft pas een grote stap gezet: in juni ging betransparant.be online, een website waarin onder meer de waardetransfers in het kader van klinische proeven openbaar worden gemaakt. Hoe zal meer transparantie er op Europees niveau gaan uitzien?

“De nieuwe regelgeving treedt in voege van zodra het Europese portaalsysteem van start gaat waarin alle proeven opgenomen worden. Dat gebeurt tijdens het derde kwartaal van 2018. Het principe is dat alles by default transparant moet zijn. We krijgen als Europese burgers inzage in welke proeven er lopen, welke goedgekeurd zijn en welke afgekeurd. Er komt inzage in alle gegevens, behalve in wat  commercieel vertrouwelijk is. Er was een sterke druk vanuit het Europees Parlement voor totale transparantie. Enorm belangrijk, want je zal als patiënt op een objectievere manier informatie kunnen terugvinden. Nog een punt: vandaag bepalen de regels nog dat elke Europese lidstaat beslissingsrecht heeft over klinische proeven, maar veel studies zijn multinationaal. Een geharmoniseerde evaluatie is een stap vooruit. Eén lidstaat zal de referentielidstaat zijn die het evaluatierapport opmaakt en checkt met de andere betrokken landen wat de eventuele tekortkomingen zijn vooraleer de studie kan starten. Een wetenschappelijke harmonisatie over het al dan niet aanvaarden van een klinische proef. Het proces wordt vergelijkbaar met wat er voor de marktvergunningen gebeurd is.”
 

Waar moet België in die context vooral op blijven inzetten? De harmonisering kan het Belgische snelheidsvoordeel tegenover andere EU-landen in het gedrang brengen.

 

“Nu vooral inzetten op innovatie en expertise bij de overheid en in de klinische centra”

“Naar België komen farmabedrijven inderdaad voor de expertise in de klinische researchcentra en de snelheid. De efficiëntie van de bevoegde overheid om op korte termijn correct te valideren, credibiliteit en voorspelbaarheid vormen het gewicht en de betrouwbaarheid van België. De vertrouwdheid van het medisch korps met innovatieve geneesmiddelen tijdens lopende onderzoeken – dus vóór de goedkeuring – helpt daarbij ook, want tegen de tijd dat het geneesmiddel beschikbaar is, zal de arts het vlotter voorschrijven. Als klein land moeten we investeren in patiëntenwerving, maar vooral inzetten op innovatie en expertise bij de overheid en in de klinische centra. Vandaar het strategisch belang om onze kennis van de vroege fase-ontwikkeling te promoten. Ben je als land betrokken bij de innovatiefase, dan ben je er ook nog bij wanneer het onderzoek multinationaal gaat.”
 

“We staan voor een kentering op Europees vlak, een evolutie die zeker leidt naar meer empowerment voor de patiënt.”

 

Bestaat er aanvullende sponsoring door de overheid voor studies waarvoor big pharma zijn neus ophaalt?

“Ja, rond bepaalde medische behoeften die onvoldoende worden ingevuld beweegt er een en ander. Wanneer een farmabedrijf op een bepaalde klinische proef te weinig ROI verwacht en het dus niet uitvoert, staan we als overheid vrij zwak. Maar dan kan de academische sector het initiatief nemen via fase 4-studies. Geneesmiddelen die al op de markt zijn, kunnen ook voor andere indicaties aangewend worden. Er is nu een initiatief van FOD Volksgezondheid om public funded trials te sponsoren. Door het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) worden tenders uitgeschreven waarop de academische sector kan intekenen om in te zetten op bepaalde onderzoeksgebieden met een meerwaarde voor volksgezondheid. Zo kan het monopolie van big pharma wat tegengegaan worden. En ook de Europese Commissie en dus het Geneesmiddelenagentschap en de Nationale Agentschappen zijn zich ervan bewust dat beloftevolle innovatieve geneesmiddelen sneller op een veilige manier bij de patiënt moeten raken. Er is een werkgroep voor opgericht, Safe and Timely Access To Medicines. Die werkt aan verbeteringen binnen het huidig regelgevend kader en aan geschikte manieren om geneesmiddelen te repurposen. We staan voor een kentering op Europees vlak, een evolutie die zeker leidt naar meer empowerment voor de patiënt.”
 
 
 

Tags:

Laat een commentaar na

Your email address will not be published. Required fields are marked *