depressieve klachten link microbioom

Samenstelling microbioom heeft invloed op depressie

Bij mensen met symptomen van depressie heeft het microbioom in de darmen een andere samenstelling dan bij mensen die geen last hebben van een depressie. Twee langlopende Nederlandse studies tonen een duidelijk verband tussen het microbioom en depressie aan.

Wetenschappers vermoeden al langer dat er een verband is tussen de darmflora en depressieve klachten. Welke bacteriestammen daarbij een rol spelen, was tot zover nog onduidelijk. Gezamenlijk onderzoek door Amsterdam UMC, de Universiteit van Amsterdam en het Erasmus MC toont de relatie aan.

Het microbioom van ruim drieduizend Amsterdammers van zes etnische achtergronden werd onder de loep gehouden. Deze mensen worden al sinds 2011 gevolgd in de Helius-studie. Daarnaast vulden de respondenten een vragenlijst in die peilde naar symptomen van depressie. Ook staaltjes ontlasting werden onderzocht. Wat blijkt? Dertien bacteriestammen zijn in meerdere of mindere mate aanwezig in de ontlasting van mensen met depressie.

“Een microbioom met een lagere diversiteit aan bacteriën, of een waarin bepaalde bacteriesoorten zijn ondervertegenwoordigd, hield in deze studie verband met depressie of met meer depressieve symptomen. Dit verband was even sterk als dat voor reeds bekende risicofactoren voor depressie – zoals roken, alcoholgebruik, weinig bewegen en overgewicht”, klinkt het. “Als we weten welke verstoringen in het microbioom betekenisvol zijn voor depressie, biedt dat nieuwe mogelijkheden voor behandeling en preventie. Die zijn hard nodig”, vult Anja Lok, psychiater en onderzoeker van de afdeling Psychiatrie van Amsterdam UMC, aan.

Eerder onderzoek toonde aan dat het microbioom verschilt tussen etnische groepen, maar ondanks die verschillen was er een duidelijke link tussen depressie en de samenstelling van de darmflora merkbaar. “De etnische verschillen in depressie blijken inderdaad samen te hangen met etnische verschillen in het microbioom. We weten nog niet precies hoe dit komt”, zegt onderzoeker Jos Bosch van de afdeling Psychologie, Universiteit van Amsterdam. “Dit verband kwam niet voort uit leefstijlverschillen zoals in roken, drinken, gewicht of bewegen, en verdient nader onderzoek. Dieet zou bijvoorbeeld een rol kunnen spelen”.

De kip of het ei?

Uit een tweede studie blijkt dat het microbioom bij mensen met depressieve klachten een andere samenstelling heeft dan bij mensen zonder klachten. Veroorzaakt de samenstelling van het microbioom de depressieve klachten, of is het de depressie die voor veranderingen in de darmflora zorgt? Dat is nog niet uitgeklaard. Onderzoek bij muizen wijst op het eerste.

Onderzoekers konden dertien bacteriefamilies in verband brengen met het optreden van depressieve symptomen. Het gaat om leden van de Firmicutes-stam. Veel van deze bacteriën maken de stof butyraat aan, dat in de darmen ontstekingsreacties remt en ook in de hersenen effecten lijkt te hebben. De andere met depressie in verband gebrachte darmbacteriën maken eveneens stoffen die aangrijpingspunten hebben in het brein en mogelijk een rol spelen bij depressie, zoals glutamaat, gamma-aminoboterzuur of serotonine. “Deze studies bieden aanknopingspunten voor nieuwe manieren van behandelen”, zegt psychiater Anja Lok. “Niet om bepaalde missende bacteriestammen toe te dienen, daarvoor is nog te veel onduidelijk, maar wel de stoffen die ze produceren. We onderzoeken bijvoorbeeld of butyraat kan helpen tegen depressie, in proefdieren, in gekweekte organoïden en binnenkort ook bij mensen met depressie.”

LEES OOK OP ZORG MAGAZINE:

Lees ook

Wil je op de hoogte blijven van het laatste zorgnieuws?

Wens je up-to-date te blijven van het laatste zorgnieuws en leerrijke events?
Schrijf je dan hier in en ontvang 2-wekelijks onze nieuwsbrief.