Typ om te zoeken

HR In the spotlight Ziekenhuizen

Stefaan Lammertyn, communicatiemanager bij az groeninge: “Als het niet gaat, zeg je het gewoon”

Delen

Wanneer Stefaan Lammertyn, communicatiemanager bij az groeninge, inziet dat zijn mentale problemen té groot geworden zijn, neemt hij een drastisch besluit: zich vrijwillig laten opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis. Vandaag is hij terug aan de slag in het Kortrijkse ziekenhuis en vertelt hij openhartig over zijn ervaring, over hoe het is om de controle af te geven, maar vooral ook over het belang van zelfzorg.  

“Ik was er al een week toen ik tegen de psychiater daar opmerkte dat ik op die tijd nog geen enkel document had moeten ondertekenen. ‘Bij ons in het ziekenhuis zou dat niet waar zijn’, zei ik haar. ‘Stefaan,’ zei ze me toen, ‘je bent hier niet om ons te evalueren, wij zijn hier om jou te evalueren.’ Haar woorden blijven me nog steeds bij.” 

Het is moeilijk de professionele interesse achterwege te laten wanneer je als zorgprofessional zélf patiënt wordt. Zo ook voor Stefaan Lammertyn, woordvoerder van az groeninge in Kortrijk, maar meer dan vier maanden lang patiënt – geheel vrijwillig – in een psychiatrisch hospitaal.  

Zes procent van de Vlamingen ouder dan 15 jaar kampt met een depressieve stoornis, acht procent met een angststoornis, volgens cijfers van Statistiek Vlaanderen. Het verhaal van Stefaan Lammertyn, dat hij kort uit de doeken deed tijdens het seminarie van Voka Health Community, en nu hier in ZORG Magazine uitgebreider vertelt, geeft wat menselijkheid aan de cijfers die we wel kennen. 

“Ik kamp al heel lang met psychische problemen”, steekt hij van wal. “Hoofdreden: toen ik achttien was, is mijn Mama gestorven – zij heeft zelfmoord gepleegd. Daar heb ik het tot vandaag erg moeilijk mee. Ik heb vele jaren mijn emoties onder de mat geveegd, want ‘een jongen weent niet omdat zijn Mama – uit eerbied voor haar schrijf ik mama altijd met een hoofdletter – er niet meer is’, dacht ik. Dat heeft lang gesudderd, maar begin vorig jaar is dat de bovenhand beginnen nemen: ik had op sommige momenten zelf ook wel slechte gedachten. In samenspraak met de psychiater, waar ik al twintig jaar bij ga en die me ondertussen door en door kent, kwam ik tot het besluit dat ik toe was aan een opname. Dat was drastisch, maar ook nodig. ‘Zorg maar voor mij nu, want ik kan het even niet meer.’” 

“Maar ja, dan kwam de coronacrisis”, vervolgt hij. “Plots stond mijn agenda bomvol vergaderingen en zat ik zes dagen op zeven mee aan tafel in het directiecomité. Dat gaf mij opnieuw zekerheid, die druk en adrenaline hielden me recht. Er was geen tijd om te denken of te piekeren… Dat duurde tot de eerste golf wat achter de rug was. Toen besloot ik dat het moment was aangebroken om eindelijk aan mijzelf te werken en me te laten opnemen.” 

“Als je niet voor jezelf kan zorgen, kan je ook niet voor een ander zorgen.” 

Masker af 

Ook al had hij de beslissing voor zichzelf genomen, hij zou het alsnog moeten vertellen aan de collega’s in het ziekenhuis. De eerste die hij hierover aansprak, was zijn rechtstreekse baas, de CEO. “Ik heb met haar meteen open kaart gespeeld en ben haar erg dankbaar voor de empathie die ze me altijd heeft getoond. Dat was meteen een zorg minder, ik kon met een gerust gemoed aan de zijlijn gaan staan. We spraken af dat ik op het directiecomité zou uitleggen wat er gaande was en daarna zou vertrekken naar het gespecialiseerd ziekenhuis waar ik me liet opnemen.” 

“Die dag heb ik aan onze grote ovalen tafel in de directiezaal letterlijk én figuurlijk mijn masker afgedaan. ‘Beste collega’s’, zei ik, ‘het gaat niet meer met mij.’ Ik vertelde over mijn mentale problemen, over de slechte gedachten, over de depressie en over het feit dat ik voor mezelf moest laten zorgen. Maar ik zei ook dat ik er zeker van was dat ik opnieuw de oude Stefaan zou zijn na mijn terugkomst. De vele warme reacties die volgden, deden ongelooflijk veel deugd en hielpen mij om niet op te geven.” 

Na het directiecomité reed hij naar Brugge waar hij zich aanmeldde in een gespecialiseerd psychiatrisch ziekenhuis. Van leiding geven naar laten leiden. Of toch bijna. “Ik ben altijd in contact gebleven met het ziekenhuis. Zo vroeg een journalist van de VRT me tijdens mijn opname, om tien uur ’s avonds, of hij de ochtend nadien om acht uur een bevallig kon filmen. Ik heb toen toch gebeld naar de collega’s van onze materniteit in het ziekenhuis, en om negen uur de dag nadien kreeg ik van die journalist een fotootje van de baby. Ik was erg blij dat ik daar kon helpen. Het zou me niet gaan om helemáál afstand te nemen. Voeling houden deed me goed. Zo bleef ik ook vanop afstand verbonden met mijn (zieken)huis.” 

“De vele warme reacties die volgden, deden ongelooflijk veel deugd en hielpen mij om niet op te geven.” 

Controle loslaten 

Als zorgprofessional – ook al heeft hij geen medische functie – was het soms moeilijk om de controle los te laten en, zoals hij het zelf zegt, van meewerkend voorwerp een lijdend voorwerp te worden. “Soms zag ik wel eens dingen waar ik me vragen bij stelde”, herinnert hij zich. “Zonder dat ik met een steen wil gooien, stel ik ook vast dat er nog veel verkleutering is in de psychiatrische zorg. Hier in az groeninge beschouwen we patiënt, arts, verpleegkundige en zorgkundige als partners in crime: zij werken samen aan één doel. Dat gevoel had ik vaak niet als ik zelf patiënt was. Het was er veel meer met het vingertje. Ik besef wel dat psychiatrische zorg erg breed is en dat er inderdaad patiënten zijn die dat nodig hebben, maar er zijn er ook die meer verantwoordelijkheid aankunnen…” 

“Maar door eens aan de andere kant te staan en als patiënt opgenomen te zijn, is het wel makkelijker om me in die wereld in te leven”, vervolgt hij. “Ik stel me hier dan ook nóg meer dan vroeger de vraag of ik – mocht ik hier patiënt zijn – de tekst in bijvoorbeeld de onthaalbrochure zou begrijpen. Het was een nuttige ervaring waar ik zeker dingen uit meeneem voor mijn job hier.” 

“Ik wilde ook de oude niét meer zijn. Ik wilde een nieuwe versie zijn van mezelf.” 

Zelfzorg: zó belangrijk 

Of hij merkt dat mentale problemen toch nog steeds een taboe zijn? “Ik ben altijd al relatief open geweest over mijn mentale problemen. Dat taboe is voor mij al lang gesneuveld. Ik word ook niet schuin bekeken sinds mijn opname. Integendeel.”, zegt hij. Wel merkt hij dat in een zorgomgeving zelfzorg een belangrijke problematiek is: wie het gewoon is om voor anderen te zorgen, vergeet weleens voor zichzelf te zorgen. “Nochtans is die zelfzorg zó belangrijk: als je niet voor jezelf kan zorgen, kan je ook niet voor een ander zorgen. Maar we moeten eerlijk zijn: in een ziekenhuis wordt er véél van de medewerkers gevraagd. Ik heb dan nog een ondersteunende functie, maar degenen die écht in de zorg staan, hebben het vaak lastig. Alle respect voor hen.” 

Dat gebrek aan zelfzorg aankaarten, ook dat is een reden om openlijk te vertellen over zijn eigen traject. “Ik wil anderen ook duidelijk maken dat als het niet gaat, je dat gewoon moet zeggen. Ook privé doe ik dat. Op de standaardvraag ‘hoe gaat het met jou?’ ben ik op een bepaald moment ‘niet goed’ beginnen antwoorden. Wat opviel? Velen hadden dat niet gehoord, omdat ze ervan uitgaan dat het goed gaat. Mensen luisteren vaak niet naar elkaar.” 

“Iemand die een hartprobleem of een oncologische probleem heeft, daar is veel begrip voor”, merkt hij wel. “Je zíet ook dat er iets is, wat in het geval van mentale problemen niet zo is, zeker als je je masker, je schild opzet.” 

“Of ik nu anders kijk naar zelfzorg? Ik had altijd al een luisterend oor voor collega’s, maar nu ik het allemaal wat ondervonden hebt, ga ik mijn oren wat extra spitsen. Dan gebeurt het wel eens dat ik iemand tegenkom in de wandelgangen en hem of haar vraag hoe het is. Als ik dan hoor dat het niet zo goed gaat, ben ik nog sneller geneigd om er een koffie mee te gaan drinken en een luisterend oor te bieden. En ja, misschien zijn mensen inderdaad wat meer open tegen mij, nu ze weten dat ik zelf ook mentale problemen heb gekend…” 

Maar eigenlijk zou iedereen alert moeten zijn voor het mentaal welzijn van anderen, vindt hij. “We hebben hier onlangs een project opgezet, ‘t zal wel zijn, met een link naar welzijn. We doen een aantal heel concrete en gerichte acties zoals start to run, meditatie, yoga…, maar we proberen eigenlijk vooral dingen bespreekbaar te maken. Als het niet gaat, zeg je het gewoon, en dan gaan wij als organisatie kijken hoe we jou kunnen helpen.” 

Een nieuwe Stefaan 

In totaal is Stefaan Lammertyn iets meer dan vier maanden opgenomen geweest. Na vijf maanden afwezigheid ging hij terug aan het werk – “met een heel klein hartje”, voegt hij eraan toe. Eerst drie dagen per week, sinds enige tijd vier vijfden. “Ik was aangenaam verrast dat er zo veel warme reacties waren. Mensen spraken me aan ‘ah, Stefaan, hoe is het?’ In het begin temperde ik hen: ‘als je maar lang genoeg weg bent, is iedereen enthousiast’. Mijn psychologe floot mij onmiddellijk terug: ‘als mensen dat zeggen, dan menen ze dat ook’, zei ze. ‘Laat dat toe. En dat heb ik gedaan. Al die warme woorden deden deugd aan mijn hart.’” 

Is hij nu inderdaad ‘de oude Stefaan’, zoals hij had aangekondigd net voor zijn vertrek? “Neen. Ik wilde ook de oude niét meer zijn. Ik wilde een nieuwe versie zijn van mezelf”, klinkt het in Kortrijk. “Ik zoek bijvoorbeeld geen mensen meer op waar ik alleen maar energie moet insteken, zonder dat ik er iets voor terugkrijg. Ik wil ook veel meer naar de essentie gaan, de gevels slopen om te zien wat erachter zit. Méér met minder. Ik ben wel tevreden over het traject dat ik heb afgelegd. Het mooiste compliment dat ik van de collega’s heb gekregen, is ‘Stefaan, je bent beter dan vorig jaar’. ‘Je bent niet alleen vermagerd maar je bent ook verjongd’, zei iemand mij recent nog.” 

Veel beter 

Hoe gaat het nu met u? “Veel, veel beter”, klinkt het, dankbaar dat hij opnieuw in ‘zijn’ az groeninge kan werken. “Maar ben ik er nu? Dat weet ik niet. Zal ik er ooit zijn? Ik weet het niet. Ik blijf er in elk geval aan werken. Ik werk nu heel hard aan die zelfzorg: gezonde voeding, voldoende ontspanning, op tijd gaan slapen, regelmaat in mijn leven. En ik heb ook geleerd om wat vaker ‘neen’ te zeggen tegen iemand anders, want dan zeg je misschien wel ‘ja’ tegen jezelf. De lat – die altijd érg hoog lag – mag wat lager liggen. Het was zeker een lastig jaar boordevol turbulentie, maar het is duidelijk dat ik enthousiast de toekomst tegemoet ga.” 

Hij vervolgt: “Ik ben ook minder hard geworden voor anderen en voor mezelf. Ik heb een gans parcours afgelegd waarbij ik geleerd heb om ook een beetje meer trots te zijn en te genieten van de kleine dingen in het leven. La petite bonté zoals Dirk De Wachter het noemt. Het kon heel anders geweest zijn had ik de stap niet gezet om me te laten opnemen. Dan weet ik niet of wij hier nu met elkaar zouden zitten praten…” 

Wie vragen heeft rond zelfdoding, kan terecht op de zelfmoordlijn via het gratis nummer 1813 of op www.zelfmoord1813.be 


LEES OOK:

Laat een commentaar na

Your email address will not be published. Required fields are marked *