Nico Van Elzen

UZ Brussel: duurzaam bereikbaar

Het totaal aantal medewerkers dat met de auto tot op de site in Jette rijdt niet laten stijgen, ook al groeit het ziekenhuis: dat is waar Nico Van Elzen mee bezig is. Geen makkelijke opdracht. Een gesprek over files en honingmaatregelen, over fietsen en openbaar vervoer, over openbare werken en persoonlijk advies. 

“Mijn eerste project toen ik hier startte was wanneer het ziekenhuis uitbreidde en de overheid ons verplichtte om een milieueffectenstudie uit te werken. Daarin moest een groot deel over de mobiliteit gaan. We moesten aantonen dat alles – ook in de toekomst – beheersbaar zou blijven. En dat is ondertussen ook hoe ik mijn rol beschouw: ik zorg er mee voor dat het ziekenhuis zijn uitbreidingsplan – een verdere uitbreiding met ongeveer 67.000 vierkante meter staat in de steigers – kan realiseren zonder dat het UZ Brussel onbereikbaar wordt.” 

Nico Van Elzen, die voordien in de chemische industrie als milieucoördinator werkte, is ondertussen al twaalf jaar voor het UZ Brussel aan de slag. Hij merkt dat mobiliteit het grootste deel van zijn tijd inneemt. De uitdaging is dan ook niet min: het UZ Brussel ligt op 700 meter van de Brusselse ring. Er is niet meteen een treinstation in de buurt, al stoppen er wel trams en bussen voor de ingang van de site. Op slechte dagen – verkeerslichten die niet mee willen, ongevallen… – kan het tot een uur duren om van de parking op de ring te geraken. Een half uur is geen uitzondering.  

900 parkeerplaatsen te weinig 

Zijn doel is de bewegingen van en naar het ziekenhuis zo duurzaam mogelijk te maken, zonder dat er meer file- en parkeerdruk ontstaat. Vooral die parkeerdruk is een factor die hij nauwgezet in het oog houdt: op de site zijn er vandaag zo’n 2.000 parkeerplaatsen, waarvan er 750 voorbehouden zijn voor patiënten en bezoekers. Dat betekent dat er nog 1.250 overblijven voor het personeel. Niet weinig, maar toch 800 tot 900 minder dan wat eigenlijk nodig is, rekening houdend met het aantal autopendelaars. Het aantal parkings op de site, is overigens geplafonneerd door de overheid, ten tijde van het project waar Van Elzen eerder over vertelde. Meer dan 2.000 parkeerplaatsen is niet toegelaten.  

“Die 800 à 900 medewerkers parkeren zich vandaag ‘wild’ in de omgeving van het ziekenhuis, of op een van de twee afstandsparkings die we huren, hier net aan de ring en in Zellik”, schetst hij.  

Die uitdaging wordt jaar na jaar groter: aangezien het ziekenhuis blijft groeien, en er dus steeds méér medewerkers aan de slag zijn, er steeds méér patiënten terechtkomen voor verzorging, moet het aandeel automobilisten dalen. Daar slaagt Nico Van Elzen tot op vandaag nog steeds in – een realisatie waarvoor hij in 2021 ook de titel van Mobility Manager of the Year kreeg van vakblad Fleet. “Toen ik startte kwam negentig procent van de medewerkers met de auto naar het werk, terwijl dat percentage sindsdien is gedaald naar 66 procent. Dat betekent niet dat we minder auto’s op de campus hebben, wel dat we, ondanks de grote groei van het ziekenhuis, nog steeds een 2.500 mensen hebben die met de auto komen.” 

Een belangrijke hindernis bij de modal shift die hij wil realiseren, is de autovergoeding die medewerkers krijgen om met de auto naar het werk te komen. Dat ligt vast in een sectorale cao, en is dus nagenoeg onveranderbaar. “Dat maakt het moeilijk: we geven aan de medewerkers een gratis parkeerplek, we geven hen een vergoeding als ze met de auto komen, maar men vraagt mij tegelijk om ze úit de auto te krijgen. Het zou voor mij simpeler zijn mocht die autovergoeding er niet zijn en, meer nog, mocht men moeten betalen voor het gebruik van de parking. Maar dat zal niet gauw gebeuren…”  

De fiets op 

En dus zet Nico Van Elzen een heel aantal ‘honingmaatregelen’ in die medewerkers moeten verleiden om op een andere manier naar het werk te komen. Een belangrijke is om alle alternatieven financieel zo aantrekkelijk mogelijk te maken. “Toen ik hier startte, was het vrij complex om vergoedingen voor het openbaar vervoer te krijgen, om je fietsvergoeding te claimen en dergelijke. Er werd toen voor openbaar vervoer ook maar zeventig procent terugbetaald. Ik heb toen geargumenteerd dat het beter is om honderd procent terug te betalen in plaats van te investeren in extra parkeerplaatsen die alleen maar voor aanzuigeffect zouden zorgen.”  

En dus is er vandaag een volledige terugbetaling van het openbaar vervoer, en krijgen fietsende medewerkers de maximale fietsvergoeding van 24 cent per kilometer. UZ Brussel staat ook toe dat mensen nu eens met de fiets, en dan weer met de auto komen, en toch hun fietsvergoeding te behouden. Wie een heel jaar met de fiets komt, moet zich engageren om minstens tachtig procent van de tijd effectief ook met de fiets te komen. Doen ze dat, dan krijgen ze een fietsvergoeding voor álle gewerkte dagen, plus tien procent daarbovenop als beloning.  

“Toen ik hier twaalf jaar geleden startte, was onze fietsenstalling een klein kot met haken aan het plafond, dat bovendien niet op slot kon. Vandaag hebben we voor in totaal meer dan vierhonderd fietsen drie state of the art fietsenstallingen met camerabewaking, badgecontrole, stopcontacten om op te laden, bijkomende lockers…”, beschrijft hij. “Nu gaan we ze verder aanpassen om het toenemend aantal bakfietsen aan te kunnen. We zijn ook van minder dan honderd naar zo’n zeshonderd fietsers gegaan. Dat zijn weer vijfhonderd automobilisten minder…” 

Meer lezen over duurzaamheid in de zorg en hoe we die kunnen invullen? Lees het volledige artikel in ZORG Magazine 072. Abonnee worden doet u hier: https://zorgmagazine.be/events/abonnerenzorgmagazine/

LEES OOK OP ZORG Magazine:

Lees ook

Wil je op de hoogte blijven van het laatste zorgnieuws?

Wens je up-to-date te blijven van het laatste zorgnieuws?
Schrijf je dan hier in en ontvang 2-wekelijks onze nieuwbrief.