Vlaamse norminterpretaties WZC, RVT, CKV en DVC. Een ouderenvoorziening is aan diverse regelgevingen onderworpen.

Onlangs werden de norminterpretaties voor Woonzorgcentra, Rust- en Verzorgingstehuizen, Centra voor Kortverblijf, Dagverzorgingscentra aangepast aan het nieuwe decreet en uitvoeringsbesluit.
In vergelijking tot de vorige wetgeving zijn er belangrijke accentverschuivingen te noteren. Hierna sommen we er een aantal als voorbeeld op. De volledige tekst wordt teruggevonden op: http://www.zorgengezondheid.be.
• Er is sprake van “actieve communicatie” over strategische beleidsbeslissingen. Deze zijn onder meer: de realisatie van een (gedeeltelijke) vervangingsnieuwbouw, het uitvoeren van verbouwingswerken, stijging van de dagprijs, wijzigingen die invloed hebben op het dagelijkse leven van de bewoners (zoals het aanbieden van pedicure en haarverzorging, wijziging van de openingsuren van de cafetaria), gewijzigde regelgeving;
• Familie, mantelzorgers en vrijwilligers worden meer betrokken bij het reilen en zeilen van de voorziening.
• Het reglement inwendige orde wordt een afsprakennota.
• Voor elke bewoner wordt een geïndividualiseerd zorg- en begeleidingsplan opgemaakt. Daarbij wordt onder “de afspraken rond de aangeboden zorg”  bedoeld dat er duidelijke instructies moeten zijn per zorgmoment en dat de uitvoering ervan steeds geregistreerd wordt. “De afspraken rond de aangeboden zorg en de afstemming van de zorgverlening” zijn van toepassing op alle gegevens van het zorg- en begeleidingsplan. In toepassing van de wet op de patiëntenrechten, kan de voorziening vragen dat de inzage gebeurt door een door de bewoner aangeduide vertegenwoordiger/vertrouwenspersoon/
arts;
• De voorziening kan op basis van het K.B. van 13.12.2005 met betrekking tot. het roken in openbare plaatsen, geen totaal rookverbod uitvaardigen in het gebouw. Indien niet op de bewonerskamers mag gerookt worden, moet de voorziening een rookruimte voorzien die voldoet aan de geldende bepalingen;
 
• Onder “klimatisatie” wordt verstaan dat de gevoelstemperatuur tot 27 graden kan beperkt worden. Bij extreme hitte mag deze minimumtemperatuur hoger oplopen, tot maximaal 5 graden onder de buitentemperatuur. De voorziening bepaalt zelf op welke wijze deze maximumtemperatuur wordt gegarandeerd. Rekening houdend met de oriëntatie, accommodatie, isolatie en architectuur van de lokalen moeten de bijkomend te treffen maatregelen worden genomen: ventilatie, afscherming, aanpassingen in dagschema’s, activiteiten, maaltijden, drankrondes, extra aandachtspunten, registraties.

Wederopbouw en nieuwe gebouwen

Vanaf 2015 bij wederopbouw en nieuwe gebouwen: moeten alle nuttige beschikkingen genomen worden om de temperatuur, in normale meteorologische omstandigheden, onder 27°C te handhaven.
Op 1 januari 2019:
• moet elk woonzorgcentrum met twee of meer bouwlagen die toegankelijk zijn voor bewoners, over ten minste één lift beschikken voor een rolstoelgebruiker met begeleiding;
• moet  het glasoppervlak van het raam in alle kamers en gemeenschappelijke ruimten beginnen op maximaal 85 cm hoogte, gemeten vanaf het vloeroppervlak, en ook zittend moet een ongehinderd zicht naar buiten mogelijk zijn;
Voor alle zekerheid herhalen we dat dit slechts een summier overzicht is en dat de volledige tekst van norminterpretatie terug te vinden is op de website van www.zorgengezondheid.be.
 

Lees ook

Wil je op de hoogte blijven van het laatste zorgnieuws?

Wens je up-to-date te blijven van het laatste zorgnieuws?
Schrijf je dan hier in en ontvang 2-wekelijks onze nieuwbrief.