Vrijwilligers in de zorgsector

“Al naargelang de studie blijkt dat tussen 1 miljoen en 1,4 miljoen personen in België actief zijn in het vrijwilligerswerk. Een groot deel daarvan is betrokken in de welzijn- en gezondheidssector. Wat ze er doen is heel divers: van ondersteunende taken tot hulpverlenende gesprekken. Om welke taken het ook gaat, vrijwilligers krijgen regelmatig te maken met vertrouwelijke informatie en het beroepsgeheim. Als vrijwilliger kan je onder één van beiden of zelfs onder allebei vallen.”

Discretieplicht

“Als we discretieplicht bekijken vanuit het juridisch oogpunt, dan betekent dit dat je, omwille van de functie die je uitoefent, geen gegevens aan anderen mag doorgeven. Tenzij aan diegenen die het recht hebben om hiervan op de hoogte te zijn. Het kan gaan om informatie die men krijgt van cliënten of patiënten, maar ook om informatie die men heeft over de organisatie waar men als vrijwilliger werkt. Een groot verschil met het beroepsgeheim, is dat discretieplicht vertrekt vanuit het belang van de organisatie waarvoor men als vrijwilliger werkt. Het gaat met andere woorden om een verbintenis tussen de vrijwilliger en de organisatie. Deze verbintenis wordt meestal schriftelijk vastgelegd, maar dat hoeft niet.”

Beroepsgeheim

“Alvorens de activiteit van een vrijwilliger voor een organisatie een aanvang neemt, informeert de organisatie hem minstens over de mogelijkheid dat hij kennis krijgt van de geheimen waarop artikel 458 van het strafwetboek van toepassing is. Dit artikel zegt dat een organisatie een beginnend vrijwilliger moet informeren dat hij informatie kan te weten komen die valt onder het beroepsgeheim. Dit wil niet zeggen dat hij is alle situaties onderworpen is aan het strafrechtelijk beroepsgeheim.”
Om te kunnen spreken van beroepsgeheim van de vrijwilliger zijn twee factoren vereist. “Op de eerste plaats moet er sprake zijn van een hulpverlenende taak als noodzakelijke vertrouwensfiguur. Belangrijk is dus welke positie de vrijwilliger inneemt in het hulpverleningsproces. Het is ook mogelijk dat de taak die de vrijwilliger vervult, zodanig vergelijkbaar is met die van een professionele hulpverlener dat het voor de cliënt of patiënt bijzonder moeilijk wordt om een onderscheid te maken met een professioneel. Er is geen sprake van beroepsgeheim als de vrijwilliger enkel algemene ondersteunende taken verricht.”
Daarnaast moet men ook vrijwilligers werk doen in een organisatie. “Een toevallige vrijwillige hulpverlening, bijvoorbeeld de eerste hulp bij een ongeval, brengt geen geheimhoudingsplicht met zich mee. De organisatievorm speelt geen rol. Het kan dus ook gaan om een vereniging waar alleen vrijwilliger werken. Voor een aantal sectoren is in de algemene regelgeving bepaald dat de geheimhoudingsplicht van art. 458 sw voor iedereen binnen deze sector geldt. Dit is bijvoorbeeld het geval voor: integrale jeugdhulp, algemeen welzijnswerk, centra voor leerlingenbegeleiding, ambulante geestelijke gezondheidszorg, bijzondere jeugdbijstand.”

Delen van vertrouwelijke informatie

“Op bepaalde momenten is het noodzakelijk om informatie te delen met anderen. Wanneer men informatie met professionelen deelt, informeert men in principe steeds de persoon hierover. Als men gehouden is aan het beroepgeheim kan men ook terugvallen op de begrippen gezamenlijk en gedeeld beroepsgeheim. Als men gebonden is aan de discretieplicht, is er in feite geen probleem om informatie uit te wisselen binnen de organisatie. Men kan deze informatie echter alleen delen met personen die het recht hebben om deze informatie te krijgen. Concreet kan het daarbij gaan om professionelen met wie men samenwerkt of die de verantwoordelijkheid hebben over de werking van de dienst of de organisatie.” Betekent dit dat men zomaar informatie kan uitwisselen? Wim Wouters: “Zeker niet. Naast de juridische kwestie is er ook de ethische vraagstelling.”

Omgaan met vertrouwelijke informatie

“Een juridisch kader is onvoldoende om de verscheidenheid aan situaties te omvatten. Daarom baseren wij ons hiervoor op ethische principes als vertrouwen, zorgvuldigheid en overleg. Het gegeven dat mensen vertrouwelijke informatie delen, heeft veel te maken met het vertrouwen dat ze in je hebben. Door het nabije contact en het grote gevoel van gelijkwaardigheid van de betrokkene ten opzichte van de vrijwilliger vertrouwt de cliënt/patiënt vaak zeer intieme informatie toe. Het is zeer belangrijk dat een vrijwilliger zich bewust is wat deze informatie betekent voor de betrokkene. Wat men nadien met deze informatie doet, heeft steeds een invloed op de vertrouwensrelatie die men heeft opgebouwd.”

Leidraad voor vorming

Wim Wouters stelde het vormingspakket samen, op basis van gesprekken met meer dan 100 vrijwilligers en verantwoordelijken in diverse sectoren. Op juridisch vlak boden Johan Put en Katrien Herbots van het Instituut Sociaal Recht van de KULeuven ondersteuning. “Het pakket is drieledig: een brochure, een leidraad voor vorming en een bijpassende presentatie. Met voorbeelden wordt aangetoond hoe juridische informatie kan worden toegepast in praktijksituaties. De brochure wordt afgesloten met een hoofdstuk over een ondersteuning van vrijwilligers. Verantwoordelijken van organisaties kunnen hier zelf mee aan de slag gaan. In dit artikel kunnen we maar een schets geven over dit thema.” Meer info: via een mail naar [email protected]

Bert Verbeke

 

Lees ook

Wil je op de hoogte blijven van het laatste zorgnieuws?

Wens je up-to-date te blijven van het laatste zorgnieuws?
Schrijf je dan hier in en ontvang 2-wekelijks onze nieuwbrief.