Typ om te zoeken

Techniek Woonzorgcentra

Vzw Sint-Lievenspoort: “Een volledige nieuwbouw, en twee beschermde woningen”

Delen

“De werf hier is gestart op 3 maart 2020. Twee weken na de opstart zaten we dus midden in de coronacrisis en met een eerste lockdown. En toch… Voor de eerste fase van de werken zitten we zelfs voor op schema: we zouden in november klaar zijn, ook al mikten we oorspronkelijk op januari 2022. Dat is omdat onze aannemer – we moeten dat erkennen – zeer efficiënt heeft gewerkt.” 

Aan het woord: Jo Carron, sinds juni 2018 hoofd van de technische dienst van vzw Sint-Lievenspoort in Gent. Sint-Lievenspoort heeft een breed aanbod dat erop gericht is om de persoonlijke ontwikkeling van mensen met een communicatieve beperking en hun omgeving te ondersteunen: er is een Multifunctioneel Centrum (MFC), een Centrum voor Ambulante Revalidatie (CAR), een school voor basisonderwijs (BuBaO Sint-Lievenspoort) en een kinderopvang (Klein & Wijs). 

Jo Carron, Hoofd Technische Dienst, vzw Sint-Lievenspoort

De site, gelegen aan het Zuid in Gent, niet ver van de afrit van de E17, ondergaat op dit moment een ware transformatie. Naast de werf vinden we het gerenoveerde schoolgebouw, een neogotisch gebouw dat niet mag afgebroken worden, maar waarvan de knappe renovatie onder meer een pracht van een turnzaal opleverde. Verderop:  een kinderopvang en revalidatiecentrum die binnenkort tegen de grond gaan. De kinderopvang – drie  afdelingen met elke twee leefgroepen van 18 kindjes – zal samen met het Centrum voor Ambulante Revalidatie onderdak vinden in de nieuwbouw. 

Plannen aanpassen 

“Toen ik hier startte waren de plannen al ver gevorderd”, zegt Jo Carron, terwijl we over de werf lopen. “Ik weet dat het idee voor het masterplan al van enkele jaren voordien dateert – de eerste prille ideeën waren er zelfs al in de jaren 1990.” 

Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren. En tussen plan en gebouw nog meer. Hier in Gent nemen die praktische bezwaren onder meer de vorm aan van twee beschermde huisjes in de Sint-Lievenspoortstraat: die mag men niet zomaar afbreken en dus worden ze geïntegreerd in het nieuwe gebouw. Bovendien bleek later dat een van de dakgevels óók onaangeroerd moest blijven, waardoor het ontwerp nogmaals is aangepast. “Eigenlijk”, licht Carron toe, “waren er daar twee kleedruimtes voorzien. Die hebben we moeten aanpassen, waardoor een van de kleedruimtes slechts één douche heeft in plaats van twee.” 

Hij vervolgt: “Een ander technisch probleem waar we zijn op gebotst, was het feit dat we hier, in de stad Gent, een gesloten in plaats van een open bouwput moesten hebben omwille van de stabiliteit van de omringende huizen. Dat betekende dat we eerst een CSM-wand (een Cutter Soilmix Wand is een wand die ter plekke ondergronds wordt gemaakt door de ondergrond met frezen te mixen en er tegelijk cement in te injecteren, nvdr) hebben moeten zetten. Dat heeft extra tijd en kosten met zich meegebracht.” 

BEO-veld 

Ook al waren de plannen al quasi compleet toen Jo Carron hier aan de slag ging – voordien werkte hij in een gelijkaardige functie bij het OCMW van Waregem – één belangrijk punt was nog niet beslist: de manier van verwarmen. “Het eerste idee was om de stadsverwarming tot hier te krijgen”, herinnert hij zich. “Omdat we vrij ver zitten van waar die nu zit, was dat duur. Dan dachten we aan een klassieke verwarming op gas. Daar waren verschillende tegenargumenten. Uiteraard: het is niet de meest maatschappelijk verantwoorde en ecologische keuze. Maar daarnaast waren er ook praktische redenen: de gasinstallatie zou enorm veel plaats innemen waardoor andere zaken zouden moeten wijken. Toen heb ik gezegd da als er geen plaats is, we die gasinstallatie misschien niet moesten zetten, en naar een alternatief kijken.” 

Dat alternatief, uitgewerkt samen met het studiebureau, is een combinatie van een BEO-veld (boorgat energie-opslag, nvdr), warmtepompen en klimaatplafonds. Ja, daar is een initiële meerkost aan verbonden, al geeft Jo Carron wél aan dat die terugverdiend wordt. “Om te kijken of klimaatplafonds wel een werkbaar systeem waren, heb ik een beroep gedaan op enkele collega’s binnen ZORG.tech. Zo zijn we een aantal gebouwen kunnen gaan bezoeken, onder meer het UZA bij Dirk De Man. Zo is iedereen hier overtuigd geraakt van dat systeem.” 

Eenmaal het project achter de rug, staan er zonnepanelen op de planning van vzw Sint-Lievenspoort. Op die manier wil Jo Carron komen tot een gebouw dat quasi off the grid zou kunnen functioneren. Dat is economisch en ecologisch erg interessant.  

Complexe verhuis 

Als alles volgens plan verloopt – en daar was de werfleider van Artes tijdens de rondleiding half augustus nog steeds van overtuigd – zal de eerste fase in november afgerond zijn. Die omvat niet alleen het multifunctionele gebouw en de technieken, maar ook de ondergrondse parking, de regenwaterputten met recuperatie, en de beplanting. “Daar kregen we van de stad nog opgelegd om méér groen te voorzien, wat niet evident is gezien de dunne laag teelaarde boven de parking.” 

Na de eerste fase volgt een complexe verhuis waar twintig dagen voor voorzien zijn. “Dat is heel krap en vraagt ook hier intern heel wat organisatie. We zijn daar al voor een deel aan begonnen tijdens deze zomervakantie. De tweede ronde zal dan tussen 26 november en eind december zijn, want begin januari begint de tweede fase met de afbraak van het huidige Centrum voor Ambulante Revalidatie.” 

Jo Carron wijst er wel op dat met de aannemer is afgesproken dat eind november, bij de voorlopige oplevering van fase 1, alle technieken uitgebreid moeten getest zijn. “Ze moeten niet op die dag pas  kijken of de verwarming werkt. Neen, het moet echt wel werken. En dus geldt voor de technieken eigenlijk oktober als deadline.” 

Goed begonnen, half gewonnen 

Vzw Sint-Lievenspoort werkt met één aannemer – Artes – die ook voor de technieken instaat. Dat vereenvoudigt het werk aan de kant van de bouwheer, waar Jo Carron samenwerkt met Lode Verté, die veeleer de administratieve kant op zich neemt. Het betekent óók dat zij moeten vertrouwen op de aannemer wanneer die onderaannemers selecteert voor alle technieken. “We hebben daarin wel geluk, aangezien zij erg valabele onderaannemers gekozen hebben, partijen waar ik ook vertrouwen in heb en die gekend zijn binnen de sector en bij de collega’s van ZORG.tech. Dan weet je dat je goed zit.” 

De nieuwe technieken zullen overigens ook later, wanneer het bouwproject plaats maakt voor het klassieke onderhoud, voor verandering zorgen. “We zullen alles kunnen opvolgen via een GBS – een gebouwenbeheersysteem. Maar zodra er een issue is, kunnen we niet langer bij de eerst de beste technieker terecht, want niet iedereen is hiermee vertrouwd”, weet Jo Carron nu al. 

Wat hij vandaag weet dat hij graag in 2018 had ingezien? Jo Carron hoeft niet lang na te denken. “Je blijft toch altijd met dingen zitten die niet volledig of correct opgesteld zijn in het bestek. Het is echt belangrijk om dat grondig en in detail te doen, om te zorgen dat álles is opgenomen. Aannemers zijn uiteraard geen liefdadigheidsinstellingen, en dus brengt alles wat niet in het bestek staat een verrekening met zich mee”, klinkt het. “Je wil snel beginnen met de effectieve werken, maar als je te snel gaat, heb je achteraf dit soort zaken. Het is voor een stuk de taak van de architecten en het studiebureau om die bestekken zo goed mogelijk te maken. Ik kan hier ook niet al mijn tijd in steken, want ik moet ondertussen ook de technische dienst en de ICT-dienst leiden. Je kan niet al die 700 tot 800 bladzijden in detail lezen om alles te controleren.” 

Fase 2 is misschien groter in oppervlakte, er is wel geen onderkeldering bij betrokken, wat maakt dat die ongeveer dezelfde tijd in beslag zal nemen. En dus zal in de eerste helft van 2023 een prachtig nieuw gebouw te zien zijn aan de rand van historisch Gent. Of Zorg & Techniek dan nog eens langskomt op het resultaat te bewonderen? Wie weet… 

LEES OOK:

Laat een commentaar na

Your email address will not be published. Required fields are marked *