Philippe Hauspie in de CSA van het UZ Gent

Wet- en regelgeving belangrijk aandachtspunt voor organisatie van de centrale sterilisatie

Hoe is de Centrale Sterilisatie Afdeling (CSA) georganiseerd in een modern, vooruitstrevend ziekenhuis, wat zijn de verbeteringen ten opzichte van vroeger en waar liggen de aandachtspunten? Actual Care had er een boeiend gesprek over met verpleegkundig diensthoofd Operatiekwartieren en PACU Philippe Boucherie en Philippe Hauspie, hoofdverpleegkundige OK-Logistiek & Centrale Sterilisatie in het UZ Gent. Meer duidelijkheid op wet- en regelgevend vlak is een absolute noodzaak om te komen tot uniforme normeringen en een aangepast opleidingsaanbod.
 

Wat zijn tegenwoordig de algemene regels voor reinigen en steriliseren in een ziekenhuis? En waar komen we vandaan?

Philippe Boucherie: “Als ik kijk naar de evolutie tijdens de drie laatste decennia, dan heeft de centrale sterilisatie een enorme vlucht vooruit genomen. Vroeger werkte de CSA in essentie voor het ziekenhuis, terwijl de activiteiten voor het operatiekwartier (OK) eigenlijk grotendeels op de afdeling zelf gebeurden. Binnen de diensten van het operatiekwartier werd er gesteriliseerd en werd het materiaal opgeborgen in erg verspreide lokalen, tot in de operatiezalen toe. Het steriliseren gebeurde grotendeels door verpleegkundigen, niet door specialisten in de materie. Eind de jaren negentig begon het UZ Gent aan fase I van het zogenaamde Masterplan: de chirurgische activiteiten werden gecentraliseerd op zo weinig mogelijk locaties, mét aanpalende sterilisatieafdelingen. Omdat toen al het inzicht bestond dat de transportketen zo kort en zo dicht mogelijk bij de eindgebruiker moest zijn. In ruim dertig jaar OK heb ik de CSA dus zien centraliseren en vooral professionaliseren. Gestandaardiseerde, reproduceerbare en gevalideerde processen deden hun intrede.”
Philippe Hauspie: “De inzichten over wassen en desinfecteren gingen in de jaren ’90 amper verder dan de huishoudelijke vaat. Instrumenten werden gewoon gewassen, steriliseren was ’in de oven steken’ – toen weliswaar al een autoclaaf. Het instrument kwam er gesteriliseerd uit en dat was het dan. Pas de laatste decennia kunnen we ons baseren op Europese en nationale regelgeving en standaarden en de ‘aanbevelingen voor sterilisatie’ van de Hoge Gezondheidsraad. Samen met nieuwe inzichten, onder meer in aandoeningen zoals Creutzfeld-Jacob, en evidence-based studies werken we vandaag state of the art. Onze medewerkers genieten zowel intern als extern van specifieke opleidingen, studiedagen en symposia georganiseerd door het VSZ en WFHSS, respectievelijk de Vlaamse en de internationale beroepsorganisatie die de belangen van alle CSA-medewerkers behartigt. De globale aanpak in ziekenhuizen van ‘health care associated infections’ wordt door alle stakeholders zowel preventief als curatief benaderd. Dit heeft een impact op het antibioticabeleid, de ziekenhuishygiëne en de werking van de centrale sterilisatie. Alles kadert in een algemeen kwaliteitsbeleid. De implementatie van instrumenttraceersystemen laat procescontrole toe en biedt de mogelijkheid om een set doorheen het gehele traject in het ziekenhuis te volgen, met inbegrip van de patiënt bij wie deze instrumenten zijn gebruikt. Die gegevens worden geregistreerd en gearchiveerd.”
Philippe Boucherie: “Dankzij die traceerbaarheid is freewheelen compleet verdwenen. Vandaag gaat het over gestandaardiseerde, gevalideerde en gecontroleerde processen.”
Philippe Hauspie: “Bijvoorbeeld: vroeger ging het enkel over ‘afwassen’ voor je steriliseerde, nu hebben we het over gevalideerde processen van zowel reinigen als decontamineren. Standaard gebeurt dat machinaal, handmatige reiniging is nu uitzonderlijk.”
De evoluties van deze processen worden nu ook gevolgd door producenten van medische hulpmiddelen, waarbij ook de vorm en de bouw van instrumenten mee evolueren. Research en evidence-based zijn hier cruciaal. Volgende week ontmoet ik bijvoorbeeld een ingenieur die instrumenten voor de plaatsing van heupprothesen wil ontwerpen. Hij wil samen met ons bekijken welke criteria moeten gevolgd worden voor de reprocessing van het materiaal.”
 

Welke sterilisatiemethodes worden nu gebruikt en hoe wordt dat afgestemd tussen CSA, OK en apotheek?

Philippe Hauspie: “Bij wet is de apotheker de CSA-eindverantwoordelijke. Alle steriele producten, van chirurgisch instrumentarium tot medische gassen, behoren tot de eindverantwoordelijkheid van de apotheker. In de praktijk kan het toezicht door de apotheker op de CSA van ziekenhuis tot ziekenhuis verschillen. In sommige ziekenhuizen speelt de apotheker een meer prominente rol dan in andere. Maar ook vanuit de regelgeving moet de ziekenhuisapotheker meer aandacht voor de materie hebben. De belangstelling voor de CSA neemt dan ook toe. Vroeger was dat helemaal niet vanzelfsprekend: het toezicht door de ziekenhuisapotheker werd eerder gezien als een protocollaire functie. De laatste jaren merk je dat de ziekenhuisapotheker, doordat hij meer en meer betrokken raakt, nauwer samenwerkt met de operationeel verantwoordelijken. Het farmaceutische en het klinische zijn in de opleiding nog steeds de focus. Het technische van de CSA-processen schrikt de ziekenhuisapotheker vaak af. Ook in het UZ Gent is de laatste jaren veel meer betrokkenheid merkbaar bij de ziekenhuisapotheker. Er heerst een heel positief elan. Sinds een jaar of drie is er ook een industrieapotheker, die samen met de ziekenhuisapotheker en de verantwoordelijke van CSA een perfect team vormt.”
 

Klopt het dat in kleinere ziekenhuizen de CSA vaker aan de normen beantwoordt omdat alles er is gecentraliseerd, terwijl in een universitair ziekenhuis nog op verschillende plekken gesteriliseerd wordt?

Philippe Hauspie: “Centralisatie van de CSA activiteiten, processen en aansturing is een must. Maar dat hoeft niet per se op één locatie. In functie van logistieke ondersteuning en SLA’s met de klanten kan dit perfect op 2 of meerdere locaties binnen een ziekenhuis, zonder in te boeten aan kwaliteit.”
 

Kun je de situatie van de CSA in het UZ Gent momenteel dan ideaal noemen?

Philippe Boucherie: “We blijven permanent verbeteren en volgen nieuwe evoluties op de voet. Wat we de laatste 10 jaar geïnvesteerd hebben aan machinepark en traceerbaarheidssystemen om aan steeds evoluerende regels en standaarden te voldoen, is gigantisch.”
Philippe Hauspie: “We zijn er als een Porsche op vooruitgegaan. Er werden twee nieuwe OK-gebonden CSA’s gerealiseerd, één verouderd bedrijvencomplex gesloten, activiteiten gereduceerd en geoutsourced. Dit zijn allemaal stappen in de richting van ‘de ideale wereld’.”
Philippe Boucherie: “Essentieel is dat de directie wilde volgen. Omdat de kwaliteitsgedachte sterk ondersteund wordt door de top van onze organisatie kunnen we vandaag aan de slag met uitstekende apparatuur waarin zwaar werd geïnvesteerd. Daar staat tegenover dat we helemaal geen alleenrecht op kwaliteit hebben. We kijken vrij regelmatig naar kwaliteit zoals die geleverd wordt binnen regionale ziekenhuizen, organisaties die op dat vlak vaak ook zeer goed georganiseerd zijn. Bijvoorbeeld het ziekenhuis van Dendermonde wat betreft endoscoopsterilisatie. We pretenderen dus helemaal niet de wijsheid volledig in pacht te hebben: vandaag is kwaliteitsvol werken voor iedereen de standaard. Die kwaliteit hoort wél aantoonbaar te zijn, en geen hol begrip. Om die reden werd in het UZ Gent ook flink geïnvesteerd in het traceerbaarheidssysteem T-DOC waarmee we, in het aantonen van kwaliteit, veel verder gaan dan enkel de processen binnen de muren van de CSA. We staan wat dat betreft erg ver. Onze leverancier, Getinge, leert trouwens ook van onze processen om hun product verder te verfijnen.”
Philippe Hauspie: “Wat betreft ons machinepark: we hebben als eerste op het Europese vasteland de Medisafe Niagara wasmachine aangekocht om de extreem moeilijk reinigbare robotinstrumenten op een valideerbare, traceerbare manier te reprocessen. Op de twee nieuw geopende CSA-sites werd geopteerd voor uniforme zonering, machineparken en uitrusting. Dat zorgt voor een optimale personele inzet. Het standaardiseren van het machinepark zorgt voor minder fouten maken. Het werk is veiliger en vlotter uitwisselbaar tussen medewerkers.”
“Evoluties op de markt worden nauwgezet opgevolgd om te kunnen beantwoorden aan de steeds toenemende innovaties en de tijdsdruk vanuit het OK. De voorraad dure instrumenten voldoet soms niet aan de noden van het OK-programma, waardoor snellere reprocessing zich opdringt. Weliswaar zonder afbreuk te doen aan onze kwaliteitseisen.”
Philippe Boucherie: “De noodzaak om de centrale sterilisatie in zones in te richten (onreine zone, reine zone, steriele zone) speelde ook mee bij de keuze van het machinepark. Apparaten zijn doorgeefmachines geworden, zowel de wasmachines als de autoclaven. Onreine zone, inpakzone en steriele bergruimte sluiten op elkaar aan. In de scheidingsmuren tussen deze zones zijn de apparaten ingewerkt. Tijdens de flow worden de instrumenten doorgegeven van zone tot zone via de machines. Dat schrijft de huidige regelgeving ook zo voor.”
Philippe Hauspie (toont schema): “De scheiding tussen vuile en reine instrumenten is essentieel. Deze twee logistieke trajecten mogen elkaar niet kruisen. Bevuild instrumentarium volgt een absolute eenrichtingsflow. Van de vuile zone naar de conditioneringzone en vervolgens naar de steriele zone. In elk van deze zones ondergaan de instrumenten deeltrajecten. In de vuile ruimte ondergaan de instrumenten, onder aansturing van T-DOC, een voorspoeling, een ultrasone en een machinale reiniging. De machinale reiniging omvat zowel een chemische als een thermische behandeling, voor een optimale afdoding van micro-organismen. Dat is essentieel voor het finale eindresultaat: een perfect gereinigd, steriel product. In de conditioneringsruimte worden de instrumenten nogmaals gecheckt op reinheid, op functionaliteit en op integriteit, alvorens ze te verpakken en te steriliseren. De twee sterilisatiemethodes die in het UZ Gent worden gebruikt, zijn stoomsterilisatie (autoclaaf) en plasmasterilisatie (waterstofperoxide).”
 

Het belang van ergonomie voor de werknemers in de CSA is ook belangrijk. Een fijne werkomgeving is essentieel voor meer kwaliteit.

Philippe Boucherie: “Los van goed materiaal en state of the art-werkprocessen heb je ook een goede werkomgeving nodig om kwaliteitsvol te kunnen werken. Ruimte, licht, ergonomie. Ook daar hebben we een grote verbetering achter de rug. Naar aanleiding van een dienstgebonden project POW (Project Oude Wordende Werknemers), hebben we bepaald wat goede werkomstandigheden zijn om medewerkers hun volledige carrière te laten volbrengen op de dienst. Ook daar heeft de directie heeft ons vrij ver in gevolgd.”
Philippe Hauspie: “Bij de inrichting van de CSA’s werd rekening gehouden met verschillende omgevingsfactoren: de omgevingskleuren, aangepaste lichtarmaturen, natuurlijk licht, in hoogte verstelbare werktafels, aanpasbare waseilanden en ergonomische stoelen. Ik ben heel trots op de manier waarop we werken en op wat we tot dusver hebben gerealiseerd.”
 

Het personeel dan: heeft iedereen de basisopleiding gekregen, of werken jullie met verpleegkundigen?

Philippe Hauspie: “Het leidinggevend kader bestaat uit verpleegkundigen met OK-ervaring. Operationele medewerkers worden intern en extern opgeleid. Intern gebeurt dat door meter- peterschap, workshops en opleidingen. Extern bij een erkende hogeschool met een opleiding sterilisatie. Het UZ Gent en VSZ nemen deel aan de organisatie van de opleiding aan Hogeschool Gent. Ruim 60% van onze medewerkers volgde deze opleiding al, de resterende 40% zal dat binnen afzienbare tijd doen. Door deze opleiding en de interactie op de werkvloer neemt de kennis van alle medewerkers toe.”
Philippe Hauspie: “ Aanvullend aan één van de missies van het UZ Gent, met name dienstverlening, staan we dus mee in voor opleiding. Daarnaast willen wij ook participeren in de beleidsvorming: we stellen onze expertise ten dienste van gewestelijke en federale beleidsvormende organen, met als uiteindelijk doel een goede CSA-wetgeving.”
 

Op welke vlakken moet de regelgeving beter?

Philippe Hauspie: (somt op) “Regelgeving en afspraken dringen zich op omtrent leensets, validaties, hersteriliseren van single use, financiering van CSA. Deze regelgeving zal ook de regionale en nationale verschillen wegwerken. Bijvoorbeeld de prionenproblematiek (Creutzfeld Jacob). ”
Philippe Boucherie: “Dat normverschil per regio moet écht verdwijnen. Er bestaat waarschijnlijk maar één best practice, toch?”
 

Lees ook

Wil je op de hoogte blijven van het laatste zorgnieuws?

Wens je up-to-date te blijven van het laatste zorgnieuws?
Schrijf je dan hier in en ontvang 2-wekelijks onze nieuwbrief.