Typ om te zoeken

Woonzorgcentra

Woonzorgcentrum Het Heiveld behandelt dementie vanuit ‘Active Aging’ concept 

Delen

‘Meestal is dementie een klinisch gegeven. Onze visie is dat personen met dementie nog altijd mensen zijn die contact willen leggen en dingen willen doen.’

 
Dementie vraagt om een bijzondere, maar bovenal warme aanpak. En laat dat nu net het stokpaardje zijn van Geert Roggeman, directeur van het woonzorgcentrum Het Heiveld in Sint-Amandsberg. ‘Mensen, dus ook ouderen en dementerende personen, hebben naast een goede verzorging en een aangename omgeving, animatie en re-activatie nodig om zich ‘echt’ goed te voelen.’
 
‘In het woonzorgcentrum verblijven momenteel honderdtachtig mensen en ongeveer de helft daarvan heeft een of andere vorm of stadium van dementie’, vertelt Geert Roggeman. ‘Deze personen kunnen beginnend dementerend zijn ofwel kunnen ze thuis niet meer functioneren. Ook de leeftijd varieert. Onze jongste bewoner met dementie was 45 jaar, de oudste en meteen ook de oudste Gentenaar is 110. De andere helft van de onze residenten heeft een fysieke beperking door ouderdom of ziekte. Onze volledige werking is daarop ingesteld.’
 

U zegt weleens dat u een ‘dorp’ runt in plaats van een woonzorgcentrum?

Geert Roggeman

Geert Roggeman


‘Het Heiveld is inderdaad geen ‘normaal’ rusthuis zoals de mensen zich dat voorstellen. Toen ik hier twaalf jaar geleden begon als directeur hadden we een vrij klinische en witte omgeving. Mettertijd hebben we daar kleur ingebracht, we hebben mooi meubilair geplaatst en er zijn tuinen aangelegd zodanig dat we hier nu een huiselijke omgeving hebben. Ik ben gerontoloog van opleiding en ik tracht mijn medewerkers te motiveren in het kader van ‘Active Aging’. Dat is een concept uit de gerontologie dat veeleer kijkt naar de mogelijkheden dan naar de beperkingen van het ouder worden. Ik probeer de site hier altijd voor te stellen als een klein dorp: we hebben een klein café (café ’t Hospice), een cultureel centrum, een speelplein, een marktplein, een tuin… Onze residenten krijgen hier dus als het ware een vorm van thuiszorg. Daarnaast organiseren we activiteiten die hen gelukkig maken. Onze binnentuinen bijvoorbeeld zijn belevings- of doe-tuinen: de bewoners werken in de serre en in de moestuin en verwerken de producten uit de tuin. Zelfs de ouderen die niet actief deelnemen genieten van het gebeuren: ze zitten mee aan tafel, ze ervaren de geuren, de smaken, de sociale interactie…’
 

Het Heiveld is van OCMW Gent. Ondersteunen zij ook deze visie?

‘Stad Gent en OCMW Gent willen de komende jaren meer activiteiten rond dementie ontwikkelen in het kader van ‘dementievriendelijk Gent’ (cfr. Dementievriendelijke Gemeenten van de Koning Boudewijnstichting). Ieder woonzorgcentrum van OCMW Gent legt zijn eigen accenten. Hier in Het Heiveld ligt vooral de nadruk op dementievriendelijkheid zoals Groene Zorg (zie kader) en voeding. We krijgen geregeld collega’s uit de sector over de vloer om inspiratie op te doen, net zoals wij kunnen leren van anderen. Sommige groepen komen daarvoor van heel ver, met name uit Japan en Finland. Ook de mensen die op onze wachtlijst staan komen vooraf altijd een kijkje nemen zodat ze minder angstig zijn om opgenomen te worden. De aanpassingsperiode hier is doorgaans zes maanden en gaat dikwijls gepaard met angst, eenzaamheid en soms depressie. Dat zien we aan het hoge gebruik van medicatie. We doen nu mee aan een project om het gebruik van psychofarmaca door betekenisvolle activiteiten terug te schroeven en die aanpassingsperiode zo kort mogelijk te houden. Daarnaast schakelen we onze eigen residenten in om nieuwelingen welkom te heten en hen te begeleiden tijdens de eerste maanden.’
 
‘Ik probeer Het Heiveld te runnen als een klein dorp met een vrij hoge gemiddelde leeftijd en een laag geboortecijfer, een dorp waar elke inwoner thuiszorg krijgt. Iedereen kan mij aanspreken en ik promoot hier losse omgangsvormen.’ (Geert Roggeman)
 
‘Ten slotte organiseren we gespreksgroepen – noem het ‘zelfhulpgroepen’ – onder leiding van een psychologe en een logopediste. Mensen komen hierbij samen rond bepaalde thema’s zoals levenseinde, seksualiteit, enzovoort en kunnen er al hun vragen kwijt. Dikwijls komen daar ook zaken uit die we kunnen verbeteren zodat de bewoners zelf tot op zekere hoogte hun eigen omgeving bepalen en inspraak krijgen.’
 

Die doorgedreven aanpak vraagt toch veel van personeelsleden? Werven jullie mensen aan met een specifiek arbeidsprofiel?

‘Elke discipline is een belangrijke schakel in zorg en welzijn. Naast onze verpleegkundigen en zorgkundigen, administratie, keuken en onderhoudsteam hebben we een animatieteam dat bestaat uit ergotherapeuten, kinesitherapeuten, enzovoort. Zij hebben allemaal een specifieke invalshoek. Naast de fysiek afhankelijken en de personen met dementie hebben we ook een steeds groter wordende groep met een psychiatrische achtergrond. Dat vergt vaardigheden van ons personeel die we nog moeten vormen. Ten slotte doen we een beroep op vrijwilligers. Zij geven onder andere computerlessen en helpen mee in de tuin. Zij zijn onmisbaar voor onze werking.’
 

Wat zijn nu de grootste verschilpunten tussen de aanpak van gewone en dementerende ouderen?

‘De insteek bij activiteiten is anders. Bij personen met dementie moet je individueler werken. Zij functioneren in groep niet altijd zoals verwacht. We zien ook in het algemeen dat grotere activiteiten niet meer mogelijk zijn. De zorggraad ligt hier namelijk heel hoog: 85 procent heeft een zwaar zorgprofiel. Zo deden we vroeger busuitstappen naar zee of naar de zoo. Dat is nu niet meer mogelijk. We moeten de zoo, bij wijze van spreken, nu naar hier halen en dus gaan we een neerhof aanleggen. Vorig jaar gingen we nog met een grote bus naar de stad of naar een museum met de bewoners. Nu gaan we met kleinere aantallen. We trachten zo veel mogelijk naar buiten te gaan, maar via kleine uitstapjes. We werken echter zo dat we hier ter plekke van alles kunnen aanbieden om mensen te stimuleren om hun vroegere hobby’s terug op te pikken. We nodigen ook de wereld uit naar hier. Scholen bijvoorbeeld: van peutertuinen tot universiteitsstudenten.’
 
WZC Het Heiveld
 

Als ik jullie ‘Boekske’ bekijk is er dagelijks heel wat te doen. Zijn er ook speciale activiteiten voor personen met dementie?

‘t BOEKSKE is een maandelijkse uitgave, bezorgd bij elke bewoner in de woning  met alle activiteiten per dag.
 
Carolien Van Hijfte, coördinator van het animatie-en reactivatieteam, geeft toelichting: ‘Wij bieden geen apart programma aan voor bewoners met dementie. Ons eerste uitgangspunt bij het organiseren van activiteiten is altijd: wie is ons doelpubliek en welke interesses hebben ze? Bij dementerende ouderen is het veel moeilijker om te achterhalen wat ze leuk vinden. Vandaar dat er een groot aanbod van activiteiten is. Daarnaast betrekken we de familie om hun passies te achterhalen. Deze zoektocht is heel individueel en arbeidsintensief.’
 
‘De mix van activiteiten voor zowel gewone als dementerende bewoners bevordert ook de verstandhouding tussen beide groepen. Het is niet evident voor gewone ouderen om constant in een omgeving te wonen met dementerende personen die zich soms ‘storend’ gedragen. Toch vinden we die samenleving belangrijk. Het is ook drempelverlagend om met mensen uit de open naar de beschermde afdeling te gaan. Zo tonen we dat het daar ook aangenaam en gezellig kan zijn.’
 

Alle activiteiten zijn gemengd, maar de aanpak is dus wel anders voor ouderen met dementie? Hoe werkt dat dan in de praktijk?

‘Het bereiden van een koude schotel in onze mobiele keuken bijvoorbeeld kan je met iedereen doen, maar de insteek is anders bij personen met dementie. We zien ook dat zij meer halen uit bepaalde activiteiten dan gewone ouderen. Zelfs diegenen die veeleer zwijgzaam zijn. Als ze bijvoorbeeld groenten snijden, beginnen ze te vertellen over hoe zij dat vroeger deden. Dat is een mooi aanknopingspunt om contact te maken met onze demente bewoners en om hen beter te leren kennen. Ook zij die niet actief kunnen deelnemen genieten mee: er is sfeer, er zijn de geuren van het koken, enzovoort. Dus eigenlijk is een deel van de ouderen non-actief betrokken bij activiteiten. En dat is ook de toekomst, omdat de zorggraad nog stijgt.’
 

Zijn er activiteiten die beter aanslaan bij bewoners met dementie?

‘Vooral die met eten en drinken zijn populair. Dat komt omdat je daar de totaliteit hebt van geur, kleur en gezelligheid waardoor mensen zichtbaar genieten. We werken ook met dieren: we hebben katten en cavia’s, en elke week komt iemand met haar hondjes langs. Dat tactiele is belangrijk: mensen willen strelen, knuffelen en aanraken. Het zintuiglijke bij demente ouderen wordt steeds belangrijker. De taal valt weg en dus wordt de communicatie moeilijker. Via dat tactiele – wat vaak het langst overeind blijft – en via al die andere mogelijkheden kun je toch veel bereiken waardoor onze bewoners zich hier thuis voelen en een zinvolle invulling krijgen van hun leven. We merken ook dat geuren herinneringen oproepen, vooral bij dementerenden. Zo hebben we in de tuin heel wat aromatische kruiden geplant.’
 
‘Bij dementerende ouderen is het veel moeilijker om te achterhalen wat ze leuk vinden. Vandaar dat er een groot aanbod van activiteiten is. Daarnaast betrekken we de familie om hun passies te achterhalen. Deze zoektocht is heel individueel en arbeidsintensief.’ (Carolien Van Hijfte)
 
‘Daarnaast vallen onze verwenbaden erg in de smaak bij residenten met dementie. We vullen een bad met etherische oliën waarin ze zich op hun eigen tempo kunnen wassen en verzorgen. Daarbovenop is er een ‘snoezelruimte’ waar we werken met geur, licht, relaxatie en massages. Het stimuleren van hun eigenwaarde, ten slotte, is ook belangrijk. Maar dat geldt voor iedereen hier.’
 

Naast het grote aanbod van activiteiten nemen jullie ook geregeld deel aan projecten?

‘Een mooi voorbeeld is het project  Vergeten schoonheid, wat ontstaan is op initiatief van een aantal buurtbewoners en verwezenlijkt werd in samenwerking met het Lokaal Dienstencentrum Wibier en met de steun van de Koning Boudewijnstichting (in het kader van ‘Dementievriendelijke Gemeenten’).’
 
‘De bedoeling was om het taboe rond dementie te verbreken en met mensen op zoek te gaan naar dingen die hen tijdens hun leven erg beroerden of bezighielden. Tijdens individuele sessies ging de artistiek coördinator van het project, kunstenaar en buurtbewoner Bert Vervaet, op zoek naar de ervaringen en talenten van de deelnemers. Er bleken onder hen getalenteerde tekenaars en schilders, gepassioneerde natuurliefhebbers, en film- en muziekkenners te zitten. Dit resulteerde uiteindelijk in een tentoonstelling. Door opnieuw te praten en te werken rond hun passies, konden de bewoners die herbeleven en voor een deel uit hun isolement treden.’
 
‘In navolging van kunstenaar Bert Vervaet zijn een aantal studenten van het KASK de uitdaging aangegaan om met een groep demente ouderen op zoek te gaan naar vervlogen passies en schoonheid. Het resultaat van deze ‘reis’ hebben ze in een boek gegoten – ‘Vergeten kracht. Welkom in mijn hoofd’ – en een dvd die gebruikt wordt bij opleidingen.’
 

Café 't Hospice

Café ‘t Hospice


‘Ons laatste project is het ombouwen van onze cafetaria naar een bruin café van de jaren vijftig. De gemiddelde leeftijd van de bewoners is namelijk vijfentachtig. Zij waren dus twintig in de jaren vijftig. In het café zullen mensen zelf hun muziek kunnen kiezen op een jukebox zodat ze hun familie kunnen ontvangen in een omgeving die stimulerend is.’
 
‘We hebben ook ons eigen bier – ‘t Hospice –  ontwikkeld op basis van de smaak van onze bewoners. Het bier is ondertussen een symbool geworden van huiselijkheid en gezelligheid hier en het is een mooi geschenk om mee te geven aan bezoekers. Onze residenten ontwerpen ook zelf de verpakking. De opbrengst van het verkochte bier gaat naar ons animatieteam. En zo is de cirkel rond. De mensen zorgen dus als het ware zelf een stukje voor hun eigen animatie en dat stimuleert hun eigenwaarde.’
 

En wat brengt de toekomst? Hebben jullie nog nieuwe initiatieven gepland?

‘Ons volgende project is het uitbouwen van een zorgboerderij met ruimte voor dieren, een moestuin en een ‘zorgchalet’. Daarnaast willen we de rest van de ruimte op de site, die nu vooral bestaat uit gras, actief betrekken in onze Groene Zorg. Zo willen we in het najaar een boomgaard aanplanten met oude vergeten fruitrassen en een weide aanleggen met veldbloemen waar mensen elkaar kunnen ontmoeten te midden van de natuur met de mogelijkheid een bijenkolonie op te starten in samenwerking met imkers uit de buurt. Dit is niet enkel onze droom, maar ook die van veel van onze residenten die opgegroeid zijn met dieren en een eigen moestuin. Zij gingen fruit plukken en verwerkten zelf dit fruit en hun eigen groenten. Ook al lijkt de inbreng van deze mensen gering, het feit dat ze nog eens iets kunnen zaaien of planten of gewoon met de handen kunnen wroeten in de grond, doet ze terug zin krijgen in het leven. En daar doen we het toch voor, niet?’
 
 
 

Tags:

Laat een commentaar na

Your email address will not be published. Required fields are marked *