Woonzorgdecreet in eindfase

Een aantal wijzigingen zal allicht nog in laatste instantie worden aangebracht. Deze benadrukken vooral de noodzaak om alle deelnemers in het wonen en de zorg te laten aansluiten in een woonzorgnetwerk en hen te betrekken bij een mogelijke subsidiëring ervan. Daarom worden in een amendement alle in de buurt actieve erkende voorzieningen uitgenodigd tot participatie (art.44) toegevoegd.
Het subsidieluik werd in een amendement bijgeschaafd. Voorgesteld wordt om artikel 63 te wijzigen:  “Subsidies voor het bouwen, het uitbreiden, het verbouwen en het inrichten van woonzorgcentra, dagverzorgingscentra of centra voor kortverblijf, of voor de aankoop van gebouwen die bestemd zijn om als woonzorgcentrum, dagverzorgingscentrum of centrum voor kortverblijf te worden ingericht, of als tegemoetkoming in de kosten van huur, huurkoop, leasing of lening voor het aankopen, het bouwen, het inrichten en het in gebruik nemen van een woonzorgcentrum, dagverzorgingscentrum of centrum voor kortverblijf, kunnen alleen worden verleend voor een woonzorgcentrum, dagverzorgingscentrum of centrum voor kortverblijf dat wordt opgericht door: 1° een initiatiefnemer als vermeld in artikel 50; 2° een intergemeentelijke samenwerking conform het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking.” Uiteindelijk zouden op deze manier, naast initiatiefnemers onder de vorm van een intergemeentelijke samenwerking, alle initiatiefnemers die in artikel 50 zijn opgesomd, in aanmerking komen voor subsidiëring.  Belangrijk is de voorgestelde aanpassing van artikel 62 inzonderheid in het eerste lid, het punt 2° te vervangen door: “2° erkende woonzorgnetwerken, waarvan minstens twee participerende voorzieningen, vermeld in artikel 44 een rechtsvorm hebben als vermeld in artikel 63, eerste lid.” Effectief zoals de oorspronkelijke tekst was opgemaakt werd gesteld dat, artikel 62, eerste lid, 2° woonzorgnetwerken maar kunnen gesubsidieerd worden wanneer ze erkend zijn en de leden een rechtsvorm hebben als vernoemd in artikel 63, eerste lid, d.w.z. vzw, provinciebestuur, gemeentebestuur, OCMW, VGC, publiekrechtelijke vereniging, vereniging OCMW-wet, VOI categorie B of intergemeentelijke samenwerking.  Deze bepaling in het voorliggend ontwerp sluit een woonzorgnetwerk uit van subsidiëring van zodra minstens één lid niet aan de vernoemde rechtsvormen voldoet. Dit is bijvoorbeeld het geval bij participatie van een huisarts of huisartsenkring of commerciële initiatiefnemers. Dit druist in tegen het samenwerkingsprincipe. Het amendement stelt dat het helemaal niet de bedoeling kan zijn de subsidiëring van het woonzorgnetwerk uit te sluiten, wanneer één of meerdere van deze initiatiefnemers in het netwerk participeert,  en net daarom vereist artikel 62, eerste lid, 2°, een aanpassing. Tenslotte is er aan artikel 36 een belangrijke aanpassing voorgesteld voor de assistentiewoningen die geen functioneel geheel vormen, maar een samenwerkingsovereenkomst hebben met een bestaande voorziening.  Het initiële artikel sloot die uit. In het voorstel luidt het nu:  “§1. Als een erkend woonzorgcentrum en een erkende groep van assistentiewoningen in elkaars onmiddellijke nabijheid gevestigd zijn en functioneel een geheel vormen, en als de uitbating van beide voorzieningen door dezelfde rechtspersoon gebeurt of als een erkend woonzorgcentrum en een erkende groep van assistentiewoningen in elkaars onmiddellijke nabijheid gevestigd zijn en een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten” (…). Punt 3° wordt dan ook: “de opdracht, vermeld in punt 2°, ook worden opgenomen door personeel van een erkende dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg of een erkend lokaal dienstencentrum of een erkend centrum voor kortverblijf, als de dienst of het centrum in de onmiddellijke nabijheid gelegen is van en functioneel een geheel vormt met de groep van assistentiewoningen en door dezelfde rechtspersoon wordt uitgebaat of als de dienst of het centrum in de onmiddellijke nabijheid gelegen is van en een samenwerkingsovereenkomst gesloten heeft met de groep van assistentiewoningen.” Met dit amendement zou het voor erkende woonzorgcentra en groepen van assistentiewoningen die geen functioneel geheel vormen en niet door dezelfde rechtspersoon worden uitgebaat, toch mogelijk worden om de oudere die in een assistentiewoning verblijft, de zorgen vanuit een woonzorgcentrum aan te reiken. Als voorwaarde wordt gesteld dat de beide voorzieningen in elkaars nabijheid gevestigd zijn en dat zij hierover een samenwerkingsovereenkomst gesloten hebben. Hoe dan ook, het nieuwe Woonzorgdecreet is een feit. Het schept een juridisch kader voor de toekomstige ouderenzorg. De Vlaamse beleidsoptie is duidelijk: zorgbehoevende ouderen zolang als mogelijk in hun vertrouwde omgeving laten wonen. Daarom dat mantelzorgers en de samenwerking tussen verschillende actoren wellicht ruimte bieden voor de nieuwe woon- en zorgnoden en tegelijk op nieuwe trends kunnen inspelen. (DVDM)

Lees ook

Wil je op de hoogte blijven van het laatste zorgnieuws?

Wens je up-to-date te blijven van het laatste zorgnieuws en leerrijke events?
Schrijf je dan hier in en ontvang 2-wekelijks onze nieuwsbrief.