Typ om te zoeken

In the spotlight Techniek Woonzorgcentra Ziekenhuizen

Zorgsector binnenkort asbestvrij met overheidssteun?

Delen

Vorige zondag was ik bij mijn ouders op bezoek. Coronaproof uiteraard. Maar het doet ze zoveel deugd om de kleinkinderen te zien. Pa was bezig de oude stal te renoveren. Die asbestplaten op het dak gaan we door een specialist laten verwijderen”, vertelde ma trots (ze wist dat ik dit dossier aan het schrijven was). “Maar hij verwijderde intussen het onderdak al”, voegde ze eraan toe. 10 seconden later had ik hun kleinkinderen, de hond én mijn vader de stal uitgezet. En volgde een stevige uitbrander. Waarom? Wel, dat wordt duidelijk in dit dossier. We kruiden dit alles met enkele praktijkvoorbeelden en een stappenplan over hoe het beter kan. En als toetje … krijg je zelfs uitzicht op subsidies! 

Wondermiddel 

Asbest is een gesteente dat in verschillende delen van de wereld vrij in de natuur te vinden is. Het werd op grote schaal ontgonnen in mijnen, onder meer in Rusland, Canada, Zuid-Afrika… Landen zoals Rusland en China ontginnen en gebruiken vandaag trouwens nog steeds asbest. 

Het gesteente bestaat uit langwerpige bundels van vezels met een kristallijne structuur. Die vezels splitsen bij manipulatie bij voorkeur in de lengte tot kleine, zeer smalle vezels.  

Hoewel het materiaal reeds gebruikt werd in de oudheid, werd het pas echt populair na de Tweede Wereldoorlog. Vanaf dan tot een eind in de jaren ’90 werd het op grote schaal toegepast in tal van bouwmaterialen en industriële toepassingen. Niet verwonderlijk want asbest heeft uitzonderlijke eigenschappen. Het is vrijwel onverwoestbaar en onvergankelijk. Het is hittebestendig en onbrandbaar. De vezel heeft een hoge treksterkte en is zo geschikt als wapening in cement en andere bindmiddelen. Asbest heeft ook isolerende eigenschappen, zowel elektrisch, thermisch als akoestisch. De vezels zijn bestand tegen water, olie, zuren en logen. Ze kunnen geweven of gesponnen worden. En last but not least … Het is een zeer goedkope grondstof die eenvoudig te ontginnen is. 

In ons land was er nog een extra katalysator: het uitbranden van de L’Innovation in Brussel in 1967, met 251 doden en 62 gewonden tot gevolg. Meteen erna werd een reeks maatregelen ingevoerd die brand in publieke ruimtes moest voorkomen. Dit door meer brandcompartimentering en het beschermen van de stalen en betonnen gebouwstructuren met brandbestendige materialen. Asbest was daarvoor het materiaal bij uitstek. 

Maar … 

Onderzoek wees uit dat er toch een stevig haar in de boter zat. Het inademen van de  asbestvezels hield belangrijke gezondheidsrisico’s in. Op langere termijn kon dit zorgen voor een aantal kankers en asbestose. Deze laatste is een stoflong die ontwikkeld wordt door inademing van grote hoeveelheden asbest. En vaak het gevolg is van grote blootstellingen in de asbestindustrie en asbestverwerking. 

De meeste Westerse landen – waaronder ons land – legden het gebruik van asbest voor de vervaardiging van materialen en het op de markt brengen van asbestmaterialen aan banden. Om het uiteindelijk rond de eeuwwisseling volledig te verbieden.   

Sinds 1 januari 2002 geldt er in België een totaalverbod (uitgezonderd enkele zeer specifieke toepassingen tot 2005). Maar intussen was en is asbest alomtegenwoordig in ons land.   

Wettelijk kader 

Jan Van Bouwel (Disciplineverantwoordelijke Arbeidshygiëne van IBEVE)

“Let op: de aanwezigheid van asbestmaterialen houdt niet altijd een reëel risico in.” Aan het woord is asbestexpert Jan Van Bouwel, Disciplineverantwoordelijke Arbeidshygiëne van IBEVE. De organisatie is stichtend lid van Fedasbest, de Belgische federatie van erkende asbestlaboratoria en asbestdeskundigen. Via de federatie is ze ook actief betrokken bij het Vlaams asbestafbouwbeleid dat momenteel door OVAM wordt uitgerold. Naast asbestonderzoek volgt IBEVE regelmatig asbestwerken op en geeft ook opleidingen in asbestverwijdering aan aannemers. Verder adviseert de instantie binnen de schoot van Fedabest OVAM bij de opmaak van tools, procedures … 

“Asbestmaterialen vormen enkel een risico wanneer de asbestvezels vrij in de lucht komen en ingeademd kunnen worden. Dit hangt af van de binding, staat, hoeveelheid en mogelijke verstoring van het materiaal. Evenals de blootstelling (duur, frequentie …).”  

Bij veel asbesthoudende materialen was er in ‘rusttoestand’ dus niet veel aan de hand. Maar toch begint dit principe langzamerhand barstjes te vertonen. Want veroudering en verwering eisen hun tol. “Wanneer asbestmaterialen na verloop van tijd schade vertonen of degraderen door externe invloeden, dan kunnen asbestvezels vrijkomen.” 

“Maar vooral bij technische interventies, renovatie of afbraak van installaties of gebouwen vormt asbest nog steeds een reëel gevaar voor de werknemers, leefmilieu en volksgezondheid.” 

In België bestaat daarom federaal een duidelijk wettelijk kader uitgewerkt ter bescherming van werknemers. Op Vlaams niveau kwam er regelgeving voor de bescherming van de volksgezondheid en het milieu (Vlarem, Vlarema,…) en voor het inzamelen, afvoeren, verwerken of storten van asbestafval. En in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geldt er nog bijkomende specifieke regelgeving voor de inkapseling of verwijdering van asbest op werven. 

Indeling volgens binding 

Asbesthoudende materialen worden vaak ingedeeld in twee hoofdcategorieën, op basis van de mate waarin de vezels gebonden zijn. En het is deze indeling die (samen met de staat, de hoeveelheid en de wijze waarop een materiaal bevestigd is) bepalend is voor hoe werken aan asbestmaterialen wettelijk moeten worden uitgevoerd.  

– Bij hechtgebonden materialen is het asbest stevig gebonden in een bindmiddel van cement, kunststof, lijm of bitumen. Wanneer de materialen in goede staat zijn, is de kans op vezelvrijstelling beperkt. Toch kunnen bij beschadiging en verwering asbestvezels vrijkomen. 

– Bij losgbonden materialen is het asbest veel minder of zelfs helemaal niet gebonden. Hier wordt een onderscheid gemaakt tussen zwakgebonden en volledig ongebonden materialen. 

* Materialen met zwakke bindmiddelen zullen bij schade of verwering snel uiteenvallen en vormen dus een groter risico dan de hechtgebonden materialen. Enkele voorbeelden: asbestkarton, brandwerende platen, kalkisolaties … 

* Ongebonden materialen, zoals spuitlagen en textiel, bestaan grotendeels of volledig uit asbest. Ze geven steeds vezels vrij tenzij ze volledig afgesloten zijn van de lucht.  

Hoe verwijderen? 

Sloop- en verwijderingswerken kunnen via drie technieken worden uitgevoerd: de techniek van eenvoudige handelingen, de couveusezakmethode of via de hermetisch afgesloten zone.  

De keuze van de toe te passen techniek hangt o.a. af van de binding, de wijze waarop het bevestigd is en de toestand waarin het asbest zich bevindt. En gebeurt dus vaak in overleg met experten terzake. 

Werken mogen nooit aangevat worden zonder voorafgaande raadpleging van de asbestinventaris en het vastleggen van de vereiste maatregelen in functie van de aanwezige asbestmaterialen. Verder moeten – met uitzondering van werken met zeer beperkte blootstelling – de diensten van Toezicht Welzijn (FOD WASO) op de hoogte worden gebracht.  

Eenvoudige handelingen 

Demontage van hechtgebonden asbestmaterialen (zonder te breken) kan onder bepaalde strikte voorwaarden met eigen personeel worden uitgevoerd. Een opleidingsattest eenvoudige handelingen is daarbij vereist. Belangrijke voorwaarde is dat de vezelconcentratie in en rond de werkzone onder 0,01 vezels/ml blijft. Dit kan enkel wanneer het materiaal zo weinig mogelijk beschadigd wordt, dus makkelijk gedemonteerd kan worden. Toch vrijkomend stof wordt opgevangen met een aangepaste stofzuiger (absoluutfiltratie?) of neergeslagen door gebruik van fixatievloeistoffen.   

Ook kleinere, minder gebonden toepassingen zoals pakkingen, dichtingen, remvoeringen en kleine hoeveelheden textiel kunnen onder strikte voorwaarden met een dergelijke eenvoudige handeling verwijderd worden, vaak met bijkomende maatregelen. 

Gespecialiseerde verwijdering 

Heel wat materialen mogen enkel verwijderd worden door een erkend verwijderaar. Daarbij wordt veelal in een hermetische afgesloten zone gewerkt. 

De ruimte wordt daarbij luchtdicht gemaakt en aangesloten op onderdrukapparatuur die een kunstmatige luchtdruk realiseert. Het totaalvolume lucht wordt daarbij 6x per uur ververst, zodat de door sloop vrijgekomen asbestvezels niet naar buiten kunnen en door de onderdruk een minimum aan verspreiding van de vezels wordt gerealiseerd. 

De hermetische zone wordt betreden via een drietraps(personen)sluis. Deze bestaat uit een schone ruimte, douche/tussenruimte en vuile ruimte. Voor de doorgang van materialen, apparatuur en afval wordt gebruik gemaakt van een tweetraps(materiaal)sluis die bestaat uit een schone ruimte en vuile ruimte. 

Nadat alle asbesthoudende materialen zijn verwijderd, wordt de hermetische zone gereinigd door een stofzuiger met HEPA-filter en eventueel vochtige doeken. Vervolgens worden wanden, vloeren en andere oppervlakken gefixeerd met fixatievloeistof en bevestigt de asbestverwijderaar de reinheid van de zone in een verslag van visuele inspectie. Tot slot controleert een onafhankelijk gecertificeerd laboratorium via een luchtmeting of er onder de maximaal toegestane hoeveelheid vezels per m3 gebleven wordt. Pas als dit het geval is, kunnen ze de ruimte vrijgeven. 

Een andere methodiek is deze van de couveusezak. Deze wordt slechts beperkt toegestaan in een binnenomgeving, bijvoorbeeld in kruipruimtes of andere moeilijk bereikbare ruimtes. Deze techniek mag opnieuw enkel door een erkend verwijderaar worden toegepast. Hierbij worden leidingisolatie, dichtingen of een koord luchtdicht ingepakt met zakken die bovenaan voorzien zijn van flappen. De flappen worden over de leiding geplooid en luchtdicht afgesloten. Via aan de zak bevestigde handschoenen kan het asbest binnen de hermetisch gesloten zak worden bereikt en veilig verwijderd. 

Meer info over deze verwijdertechnieken vind je trouwens op www.idewe.be/-/asbestinventaris 

Actieplan Asbestafbouw 

Sinds kort wordt er in het asbestbeleid nog een versnelling hoger geschakeld. ‘Vlaanderen asbestveilig tegen 2040’ is de ambitie van de Vlaamse Regering. Concreet betekent dit dat enkel nog asbesttoepassingen in goede staat in onze leefomgeving aanwezig mogen zijn en dat alle risicovolle asbestmaterialen weggenomen moeten worden. 

Om hierin te slagen, werd in 2018 het ‘Actieplan Asbestafbouw’ goedgekeurd. Een maatregelenpakket dat risicovolle asbesttoepassingen versneld moet verwijderen uit publieke constructies.  

De krijtlijnen ervan zijn vastgelegd in het Decreet van 29 maart 2019 waarin diverse bepalingen inzake milieubeleid en het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen werden aangevuld en gewijzigd. 

Jan Van Bouwel: “Binnen het asbestafbouwbeleid geldt in Vlaanderen een verplichte opmaak van een asbestinventaris voor alle voor de mens toegankelijke constructies met bouwjaar 2000 of ouder tegen eind 2031. Voor de publieke constructies (gebouwen waarin publieke diensten verstrekt worden die door een overheid worden verzorgd, uitbesteed of gesubsidieerd), geldt een verwijderingsplicht tegen de mijlpalen 2034 en 2040. Naarmate de afbouw van asbesttoepassingen in publieke constructies vordert, hoopt de overheid dat ook andere gebouwen het goede voorbeeld volgen. Is dit niet het geval, dan kan er later eventueel wetgevend worden bijgestuurd.”  

Gevolgen voor de zorgsector 

Jan Van Bouwel: “Zorginstellingen verstrekken publieke diensten en vallen dus, net zoals bijvoorbeeld scholen, onder dit Vlaamse asbestafbouwbeleid.” 

“Belangrijk, want in ziekenhuizen en WZC’s werden in het verleden relatief veel asbesthoudende bouwmaterialen toegepast. Niet alleen omdat het in die tijd veelvuldig werd gebruikt, maar ook omwille van de brandveiligheid. Zorginstellingen moeten de brandwetgeving heel strikt naleven en asbest werd tot de jaren ’90 beschouwd als hét materiaal bij uitstek.”  

Gevolg: de komende jaren moet de Vlaamse zorgsector heel wat asbestmaterialen verwijderen.” 

Verplichte asbestinventaris 

Jan Van Bouwel: “Voor werkgevers geldt al sinds 1 januari 1995 een verplichting vanuit de federale arbeidswetgeving om een inventaris van de aanwezige asbestmaterialen op te maken voor de gebouwen en werkplaatsen waarin mensen tewerk gesteld worden.  Met het asbest afbouwplan voert Vlaanderen nu ook een verplichte asbestinventaris in voor de eigenaar van een gebouw”  

“Deze verplichte asbestinventaris voor werkgevers vormt het uitgangspunt voor een risicoanalyse met een bijhorend beheersprogramma en heeft tot doel de blootstelling van werknemers aan asbestvezels zo laag mogelijk te houden (het document dient daarbij niet enkel als informatiedocument voor de eigen werknemers maar ook voor andere werkgevers die in opdracht werken uitvoeren). Alle gebouwen binnen de zorgsector waarin werknemers tewerkgesteld worden, beschikken in principe al een tijdlang over zo’n inventaris.” 

“Maar let op: zo’n asbestinventaris brengt niet alle asbest in kaart. Wettelijk is het voldoende om die materialen die een mogelijk gezondheidsrisico voor de medewerkers te detecteren en in kaart te brengen.” 

Het actieplan ‘Vlaanderen asbestveilig tegen 2040’ legt nu ook een inventarisatieplicht op in het kader van de bescherming van de volksgezondheid en de omgeving én in het kader van een duurzaam materialenbeheer. Tegen uiterlijk 31 december 2031 zullen nu ook gebouweneigenaars van een ‘voor de mens toegankelijke constructie met een risicobouwjaar 2000 of ouder’ een dergelijke asbestinventaris moeten voorleggen. Voor de verkoop van een woning zal tegen 2022 zelfs een asbestinventaris verplicht zijn. 

“Meer zelfs: deze inventaris zal worden opgemaakt door een ‘gecertificeerd deskundige’ en moet naast een oplijsting van de asbestverdachte materialen ook een risico-evaluatie bevatten én de maatregelen die genomen moeten worden om blootstelling te vermijden.”  

“Het kader waarbinnen deze deskundigen moeten opereren, wordt nu op poten gezet gesteld. IBEVE werkt hier trouwens aan mee.” 

Afbouwplan met twee mijlpalen: 2034 & 2040 

De verplichte (gewijzigde) asbestinventaris wordt meteen ook gekoppeld aan een abestafbouwplan.  

Jan Van Bouwel: “Tegen 2034 streven we naar een versnelde verwijdering van asbesthoudende materialen die in een toestand zijn dat ze schadelijke vezels (kunnen) vrijgeven. Concreet betekent dit dat asbesthoudende buitentoepassingen zoals dakbedekkingen, gevelbekledingen, schouwen en alle eenvoudig bereikbare niet-hechtgebonden asbestmaterialen, met uitzondering van muurpleister, tegen die eerste mijlpaal verwijderd moeten worden uit de publieke constructies. En dus ook uit gebouwen binnen de zorgsector.”  

“Een tweede mijlpaal moeten we bereiken tegen 2040. Elke eigenaar van een publieke constructie met risicobouwjaar wordt verplicht om tegen die tijd zijn constructie volledig asbestveilig te maken en te houden. Dit betekent dat de nog resterende asbestmaterialen beheerd en gecontroleerd moeten worden zolang ze aanwezig zijn, zodat er geen risico op blootstelling is bij normaal gebruik van de constructie.” 

Sectorprotocol voor de zorg? 

Sven De Mulder (Projectleider & Teamverantwoordelijke Asbest bij OVAM)

De gedrevenheid om voor eens en altijd komaf te maken met asbest is uiteraard iets waar vele zorgorganisaties zich achter kunnen scharen. De meesten van hen hebben hier de afgelopen jaren trouwens heel wat initiatieven rond genomen. Maar zal dit plan geen te grote budgettaire impact hebben? Wie gaat dat betalen? Wel, daarvoor lijkt een oplossing in de maak … 

Voor het onderwijs werd de voorbije jaren in samenwerking met OVAM een sectorprotocol uitgewerkt waarbij scholen en andere onderwijsinstellingen beroep kunnen doen op subsidies voor de verwijdering van hun asbest. En ook voor de land- en tuinbouwsector is een inhoudelijk akkoord afgesloten, in voorbereiding op een soortgelijk protocol. Maar komt er ook één voor de zorg? 

Sven De Mulder, Projectleider & Teamverantwoordelijke Asbest bij OVAM: “Onlangs kondigde de Vlaamse Regering haar Relanceplan aan. Daarin wordt 4,3 miljard euro vrijgemaakt om de Vlaamse welvaart en het welzijn van de Vlamingen te helpen versterken na corona. In het kader hiervan worden werden ook middelen beschikbaar gesteld die het mogelijk maken nieuwe sectorprotocollen uit te werken. Ook voor de zorg, ja.” 

“Op dit moment toetsen we bij kennispartner VIPA af hoe dit er eventueel kan uitzien. Eenmaal dit uitmondt in een gedragen concept, zullen we ook de zorgkoepels betrekken in de verkennende gesprekken. Mogelijk kunnen we dit tegen de zomer opstarten en hopelijk komt daarna alles in een stroomversnelling zodat het asbest ook in onze zorginstellingen snel en veilig kan worden weggehaald. Mét financiële steun van de overheid.” 


Case: WZC Sint-Clara “Asbest in bepleistering waardevol stadszicht’  

Enkele jaren geleden, verhuisden de bewoners van WZC Sint-Clara in Brugge naar het ruimere en meer comfortabele rusthuis Ter Potterie. Maar wat voor de een onvoldoende lijkt, is voor de ander een opportuniteit. Zorginstelling Ons Huis besloot de oude gebouwen van Sint-Clara om te vormen tot een huis voor mensen met een niet-aangeboren hersenletsel of een mentale beperking. Architecten Groep III uit Brugge werd aangesteld om het complex smaakvol klaar te stomen voor 36 studiokamers en 4 logeerkamers. 

“Huiselijkheid wordt daarbij de rode draad. Bewoners moeten zich er meteen thuis voelen”, horen we van architecte Leen Janssens. “De leefgroepen komen in de twee zijvleugels van het gebouw. Centraal voorzien we een nieuw dagcentrum. Er is ook ruimte voor kantoren en op het binnenplein komt een luchtige inkomhal. Ook de tuin is een enorme troef, zo pal in de binnenstad van Brugge. Bewoners en bezoekers kunnen er straks samen genieten van de buitenlucht.”  

“Aangezien het gebouw in het historisch centrum ligt en erkend is als waardevol stadszicht,  wordt vooral ingezet op een totaalrenovatie. Daarbij wordt meteen naar een bijna Energieneutraal gebouw (BEN).”  

Een ambitieus verhaal dus, dat wel bijna de mist in ging. Boosdoener: asbest. “Bij de start van het project wees daar nog niets op. Begin jaren ’90 was het gebouw grondig gerenoveerd. Bovendien beschikten we over een recente asbestinventaris van mei 2018. Enkel één kleine kelder was daar niet in opgenomen. Gelukkig konden we hier rekenen op onze bouwheer, de zorgvereniging Mintus die in deze zijn verantwoordelijkheid, zowel naar toekomstige gebruikers als naar de omliggende buren ernstig nam en meteen samen met ons een traject uitstippelde dat moet leiden tot een asbestvrij gebouw.”  

Studiebureau KIWA werd aangesteld om destructief onderzoek uit te voeren om asbest dat nog niet in de inventaris was opgenomen te identificeren. Het resultaat van hun onderzoek sloeg in als een bom: de gevelbepleistering van het ‘waardevol stadszicht’ bleek asbesthoudend. “De impact hiervan is immens. Het hele gebouw zal hermetisch worden ingepakt! En dat in het hart van de Brugse binnenstad.” 

“Ook de meerkost is moeilijk in te schatten.  Ondertussen zijn de werken toegekend en komt dit op een extra kost voor de maatschappij van net geen 300.000 euro. Maar dit bedrag is nog niet zeker, want het is nog het raden of de asbestvervuiling is doorgedrongen in het voegwerk van de gevel. Dat kan pas na het verwijderen van de gevelbepleistering worden opgemeten.”   

“Voor ons is het alvast een enorm leerproces. Nooit nog zal ons architectenbureau te licht gaan over een asbestinventaris.”

Leen Janssens (Architecte, Architecten Groep III)


Case: ZNA Middelheim “Ga voor 100 % zekerheid” 

Kristof Paulussen (Preventieadviseur & Milieucoördinator, JESSA Ziekenhuis)

“Of het nu gaat om een stookplaatsherstelling of een algemene renovatie, de basisregel is steeds: is er asbest, dan moet het worden verwijderd”, aldus June Nevelsteen, Manager Technische Projecten Ziekenhuis Netwerk Antwerpen (ZNA). “Deze attitude vindt zijn oorsprong in 2014. Toen besloten we de grootste asbestrisico’s te identificeren via een grondige inspectie en destructief onderzoek. Alle asbesthoudende materialen die toen op onze ‘to do’-lijst terechtkwamen, werden intussen via pure ‘asbestprojecten’ verwijderd.” 

“Mooi voorbeeld hiervan zijn de schachten die door de technische verdiepingen van ons Middelheim Ziekenhuis liepen. Zij bestonden uit ongebonden Picalplaten en vormden een te groot risico voor techniekers die op geregelde tijdstippen reparaties of updates uitvoerden. Een asbestexpert voerde in nauwe samenwerking met onze dienst een asbeststudie uit. FOD WASO werd ingeschakeld wanneer er nood was aan extra advies. En alles werd door erkende verwijderaars uitgevoerd in hermetisch gesloten zones.” 

“Bij elk project nemen we steeds het zekere voor het onzekere. Toen duidelijk werd dat zich ook in de afvoerbuizen van het regenwater asbest bevond, besloten we ook hier te kiezen voor een ‘semi-hermetische’ verwijdering. Ook al was het wettelijk mogelijk om de buizen door gekwalificeerde medewerkers met een eenvoudige handeling te laten verwijderen.” 

“Onze technische dienst staat steeds in voor een gedegen opvolging, inspectie en controle. Nodig, want uit ervaring weten we dat erkende verwijderaars niet altijd even zorgvuldig omspringen met een project. We werken daarom liefst met partners die in eerdere projecten hun kennis en kunde bewezen hebben.”  


Case: UZ Gent “Strenger dan de Belgische normen” 

Mark De Beer, Diensthoofd Centraal Beleid MIT UZ Gent: “Elke goede asbestverwijdering start met een deftige en gedetailleerde asbestinventaris. Daarin zijn alle asbesthoudende materialen geïdentificeerd, opgelijst en onderworpen aan een risicoanalyse. In 2006 werd onze reeds bestaande inventaris grondig geüpdatet door het voeren van destructief onderzoek. Doorheen de jaren werd deze nog verder verfijnd.” 

June Nevelsteen (Manager Technische Projecten, Ziekenhuis Netwerk Antwerpen)

“Om asbest grondig te verwijderen heb je slechts twee opties: het gebouw helemaal afbreken of het volledig in de ruwbouw zetten. Ook dan moet je vooraf alle asbesthoudende materialen verwijderen volgens de geijkte methodieken. De kostprijs hiervan is significant: de eigenlijke afbraak kost soms maar 1/10 van de vooraf nodige asbestverwijdering! Toch weerhield het ons niet om vier gebouwen te saneren en vervolgens af te breken, enkel omwille van het veelvuldig aanwezig zijn van asbest. Kostenplaatje? Enkele tientallen miljoenen euro’s, door de eigen organisatie gedragen.” 

Leen Viaene, Preventieadviseur – Coördinator UZ Gent: “Intussen hebben we al heel wat stappen gezet, maar nog is de campus niet volledig asbestvrij. Om de risico’s in de nog te saneren ruimtes tot een absoluut minimum te beperken, voeren we geregeld metingen uit. Daarbij volgen we trouwens de WHO-aanbevelingen die een pak strenger zijn dan onze Belgische normeringen. Volksgezondheid is voor ons als zorginstelling een staatszaak. We pleiten er dan ook voor om voor alle Belgische gebouwen een strengere norm te hanteren. En deze in een aangepast wettelijke kader te verankeren.”  

“Voor de verwijdering zelf doen we steeds beroep op externe experts. Toch hebben we doorheen de jaren heel wat kennis en ervaring rond de asbestproblematiek opgebouwd bij onze eigen Departement Masterplan, Infrastructuur en Techniek. Broodnodig, want vaak moeten we, als organisatie, toch bijsturen. Uiteraard is het niet allemaal kommer en kwel, want doorheen de jaren werkten we samen met heel professionele partners. Maar zelfs bij gespecialiseerde studiebureaus en erkende verwijderaars ervaren we dat er zich toch af en toe cowboys tussen bevinden, of dat er slordig wordt omgegaan met de te nemen maatregelen. Onze diensten zijn echter getraind om alles minutieus op te volgen. Het gaat immers om veel geld. Indien dan achteraf restasbest wordt vastgesteld, wordt het een extra financiële aderlating.” 


Case: Jessa Ziekenhuis “Incident als katalysator” 

“In 2019 was er in het Jessa Ziekenhuis een incident dat uiteindelijk werkte als een soort katalysator”, start Kristof Paulussen, Preventieadviseur – Milieucoördinator bij Jessa zijn verhaal. “In een stookplaats was er niet goed omgesprongen met asbesthoudend gipsmateriaal rond enkele leidingen, en was er niet gedacht om de nodige voorzorgsmaatregelen te voorzien.”  

“Onze diensten beschikten over een redelijk recente inventaris, maar er was te weinig kennis in huis. Te veel gemoedsrust. Te weinig onderkennen van de gevaren. Gelukkig grepen we dit moment aan om ons hele asbestbeleid een paar niveaus hoger te schakelen.” 

Mark De Beer (Diensthoofd Centraal Beleid, MIT UZ Gent)

“Ons actieplan was in eerste instantie curatief. We communiceerden open over het voorval, brachten iedereen die mogelijk blootgesteld was op de hoogte en voerden metingen uit. Een grondige opkuis werd uitgevoerd door een gespecialiseerde firma.”  

“Daarnaast gingen we ook preventief te werk. De inventaris werd een pak gedetailleerder en completer door naast een grondige visuele inspectie van alle lokalen in onze gebouwen, ook destructief onderzoek te laten uitvoeren. Aanvullen werden onze procedures over hoe om te gaan met asbest hebben we op punt gesteld. Op basis van het beheersplan werden de asbesthoudende gipsisolatie in ruimtes waar medewerkers toegang hadden, in ijltempo – maar volgens de regels van de kunst –verwijderd. En enkele collega’s van onze technische dienst volgen nu jaarlijks de opleiding om eenvoudige handelingen uit te voeren. Verder krijgen medewerkers van onze technische dienst en studiedienst een opleiding over asbestherkenning. Wat duidelijk zorgde voor een grotere bewustwording.” 

“Nog jaarlijks maken we een asbestbudget vrij om grotere asbestprojecten uit te voeren. Deze laatste lopen waar mogelijk parallel met geplande verbouwingen. Eerst wordt het aanwezige asbest professioneel verwijderd, daarna volgt de renovatie.” 

“Daarbij doen we beroep op erkende firma’s. Al houden we toch steeds een slag om de arm via een doorgedreven controle en opvolging door onze dienst preventie en milieu, samen met de leden van comité PBW. Want uit ervaring weten we dat er toch regelmatig zaken vergeten worden. Terwijl de consequenties aanzienlijk zijn. Zowel op vlak van gezondheid als budgettair.” 

Laat een commentaar na

Your email address will not be published. Required fields are marked *